Wat zijn de oorzaken van UV stralingsveranderingen aan het aardoppervlak?

De hoeveelheid UV-straling die het aardoppervlakte bereikt bepaalt in grote mate hoelang men veilig in de zon kan verblijven, en is tevens van grootte invloed op de vorming van smog in gebieden met veel vervuiling. Vandaar dat wetenschappers graag nauwkeurige verwachtingen van de hoeveelheid UV straling aan het aardoppervlakte willen maken om bijvoorbeeld zonkracht en smog verwachtingen en waarschuwingen te kunnen maken.
90 kb - Zonkracht 12 oktober 2000
Verhoogde zonkracht door lucht uit ozongat

De UV-straling die ons bereikt, bestaat uit UV-A en UV-B. Een beetje UV-B is nodig voor de aanmaak van Vitamine D. 's Zomers krijgen we al voldoende UV-B als we overdag een ommetje maken. UV-B is de boosdoener bij zonnebrand, UV-A voor het verouderen van de huid (rimpeltjes!). Beide soorten UV-straling kunnen een rol spelen bij het ontstaan van huidkanker. Zowel UV-A als UV-B maken de huid bruin.

De hoeveelheid UV-straling die het aardoppervlak bereikt hangt vooral af van de dikte van de ozonlaag, de aanwezigheid van wolken, de hoeveelheid aërosolen (kleine deeltjes zoals stof en roet) en de stand van de zon. Uit metingen van OMI aan ozon, wolken en een aantal typen aërosolen kan men in combinatie met computermodelen van de aardatmosfeer berekenen hoeveel UV straling er op een bepaalde dag en plaats was. In combinatie met weermodelen kan men zelfs een verwachtiging tot enige dagen vooruit doen. Dit wordt op het KNMI al gedaan met GOME en Sciamachy satellietwaarnemingen (zie de TEMIS website). Als de nauwkeurigheid van de metingen voldoende nauwkeurig is bevonden zullen in de toekomst hier ook OMI metingen voor worden gebruikt.
Door gebruik te maken van met andere satelliet- en grondwaarnemingen kan men de nauwkeurigheid van de UV berekeningen nog verder verbeteren.