Inhoud:
1. Inleiding
2. De hoofdlijnen van het onderzoek nader uitgewerkt
Binnen het KNMI wordt onderzoek verricht naar weer, klimaat en seismologie. Het meteorologische (weer-gerelateerde) onderzoek is er primair op gericht de kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid van de meteorologische basisdata (waarnemingen en modelgegevens) permanent op een hoog niveau te houden, en waar nodig te verbeteren. Het onderzoek is sterk toepassingsgericht, in de zin dat onderzoeksresultaten waar mogelijk worden ingebracht in en toegepast voor de operationele praktijk. Bij het opstellen van onderzoeksplannen en –prioriteiten wordt een evenwicht nagestreefd tussen het inspelen op nieuwe mogelijkheden geboden vanuit wetenschap en techniek, en het tegemoet komen aan de behoeftes van operationele gebruikers.
Vanuit zijn overheidstaak is het KNMI verantwoordelijk voor het optimaal houden van de Nederlandse meteorologische kennis- en data-infrastructuur binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. Het KNMI wil zich daarbij binnen Nederland profileren als hét centrum van waaruit informatie, kennis en data worden geleverd op het gebied van weer, klimaat en seismologie, ten behoeve van veiligheid, economie en een duurzaam milieu. Het instituut zal zich sterker dan in het verleden oriënteren op de belangen en behoeftes van haar externe afnemers. Uit deze strategische overwegingen zijn de volgende hoofddoelen afgeleid voor de meteorologische R&D activiteiten voor de periode 2002-2006:
De trend naar een grotere ruimtelijke detaillering van het waargenomen en verwachte weerbeeld boven Nederland wordt doorgezet. In toenemende mate wordt daarbij gebruik gemaakt van hoge resolutie remote sensing observaties vanuit satellieten en vanaf het aardoppervlak. Een speerpunt op dat terrein voor de komende jaren zal zijn het optimaal uitbaten van de Nederlandse radars, door het inzetten van de Doppler snelheidsinformatie (fig.1) en het verbeteren van de kwantitatieve betrouwbaarheid van de radar neerslaggegevens. Andere belangrijke hoge resolutie waarneemsystemen waaraan onderzoek zal worden verricht, zijn de Meteosat Second Generation (MSG) satelliet, wind profilers en GPS.
![]() |
![]() |
Fig. 1: Ruisonderdrukking en verwijdering van de snelheidsambiguïteit in de Doppler data van de
radar van De Bilt, door toepassing van de dual-PRF techniek en het correctie-algoritme ontwikkeld
door Holleman en Beekhuis (2002). Getoond zijn dual-PRF radiële windsnelheden voor 6
november 2000, 14h54 UTC, als functie van afstand tot de radar en azimuth.
De azimuth scan is genomen op een elevatie van 0.5 graad, gebruik makend
van pulsfrequenties van 750 en 1000Hz. Horizontaal en verticaal zijn respectievelijk
weergegeven de afstand tot de radar en het azimuth. Een rode kleur correspondeert met windsnelheden
van de radar af gericht, blauw staat voor windsnelheden naar de radar toe.
De linker figuur toont de ruwe Doppler radiële
windsnelheden. In het beeld is ruis aanwezig (vooral bij kleine afstanden tot de radar) en uitbijters
in de homogene gebieden (veroorzaakt door de Doppler ambiguiteit); de
spiegeling van het Fortis gebouw in Utrecht is zichtbaar als de horizontale rode streep bij een azimuth van 245 graden.
De figuur rechts laat het Doppler snelheidsbeeld zien na
ruisonderdrukking en verwijdering van de geblokkeerde azimuths en de snelheidsambiguiteit.
Uit vergelijking van beide figuren is duidelijk te
zien dat het correctie-algoritme van Holleman en Beekhuis in staat is om de
snelheidsambiguïteit en de meeste ruis en verontreinigingen
uit het snelheidsbeeld te verwijderen.Op deze wijze worden radiële snelheidsgegevens verkergen van hoge kwaliteit,
die geschikt zijn voor verdere verwerking en assimilatie.
Begin 2002 wordt het operationele HIRLAM model vernieuwd en aanmerkelijk in
resolutie verhoogd. In het kader van het HIRLAM-6 onderzoeksproject (2003-2005) zal het
potentieel van verdere kwaliteitsverbetering door de assimilatie van fijnschalige remote
sensing data en de inzet van realistischer fysische parametrisaties (m.n. bewolking) verder
worden onderzocht. Ook voor de maritieme modellen WAQUA en Nedwam zijn
gedetailleerde versies in ontwikkeling. Daarnaast zullen fysische nabewerkingsmethodes die
zijn opgezet om voor specifieke weerparameters (m.n. wind) zeer hoge resolutie (ca. 1km)
verwachtingen te kunnen maken, worden uitontwikkeld en geoperationaliseerd.
De extremenstatistiek van het Nederlandse windklimaat zal verder worden aangescherpt.
Ook het neerslag- en verdampingsklimaat zal up-to-date worden gemaakt en geregionaliseerd.
Het onderzoek naar betere methodes voor het detecteren en verwachten van gevaarlijk
weer wordt onverkort voortgezet. De hoogste prioriteit zal daarbij de komende tijd gegeven
worden aan het ontwikkelen van nauwkeuriger en bruikbaarder waarnemingen en
verwachtingsmethodes voor (extreme) neerslag en zware convectie. In toenemende mate
zullen kansverwachtingen worden ingezet als gereedschap bij de interpretatie van mesoschaal
fenomenen, in het bijzonder in gevallen van gevaarlijk (lokaal) weer (onweer, mist, gladheid).
Aan een viertal gebruikersgroepen zal de komende tijd met name aandacht worden besteed:
kust- en havenautoriteiten, waterbeheerders, luchtvaart, en milieubeheer.
Voor de begeleiding van de scheepvaart in de vaargeulen langs de Nederlandse kust
bestaat grote behoefte aan ruimtelijk meer gedetailleerde weersinformatie, met name wind,
op schalen van ca. 1km. Om dergelijk fijnschalige informatie mogelijk te maken worden zgn.
downscaling technieken ontwikkeld en getoetst,in nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat.
Ten behoeve van hydrologische gebruikers wordt intensief onderzoek verricht naar het
verbeteren van de kwantitatieve beschrijving van de waargenomen en verwachte neerslag, en
het neerslagklimaat, boven Nederland. Ook zal worden bestudeerd wat de mogelijkheden zijn
om beschikbare informatie over de kans op bepaalde meteorologische gebeurtenissen beter
door hydrologische gebruikers te laten benutten,en om de aansluiting tussen meteorologische
en klimatologische informatie enerzijds en hydrologische modellen anderzijds te
optimaliseren.
Ten behoeve van de veiligheid van de luchtvaart zullen verbeterde verwachtingsmethoden
voor de kans op slecht zicht, windstoten en (gevaarlijke) convectie worden ingezet. Met
behulp van downscaling zullen gedetailleerder windanalyses en -verwachtingen op en nabij de
start- en landingsbanen van Schiphol beschikbaar worden gemaakt, die kunnen worden
ingezet voor het baantoewijzingsbeleid of het modelleren van de geluidsbelasting in de
omgeving. Het meetnet rondom Schiphol zal worden aangepast op de komst van de vijfde
baan en op de ontwikkelingen in het kader van de automatisering van visuele waarnemingen.
Tenslotte zal meer aandacht worden besteed aan het beter inzetten van weersinformatie
ten behoeve van het milieubeheer. Zeer gedetailleerde windinformatie kan bijvoorbeeld
worden ingezet voor het bepalen van de lokale verspreiding van luchtverontreiniging of van
geluidsbelasting. Met partners uit de energiewereld wordt onderzocht in hoeverre betere
meteorologische informatie kan bijdragen aan accuratere productieprognoses van duurzame
(wind- en zonne-) energie.
2.2 Beter toesnijden weersinformatie op specifieke gebruikersgroepen
2.3 Verhogen van de toegankelijkheid van meteorologische en klimatologische gegevens
De infrastructuur voor de inwinning en verwerking van remote sensing beeldinformatie zal geheel worden vernieuwd, en gereed gemaakt voor de ontvangst van nieuwe soorten data (MSG, radar Doppler gegevens, METOP/EPS, etc.). Begin 2002 zal een forse uitbreiding van de rekencapaciteit voor de operationele modelproductie de introductie van gedetailleerdere verwachtingsmodellen mogelijk maken. Ook de systemen voor archivering van historische waarnemingen zullen worden vernieuwd en uitgebreid met meer soorten gegevens.
Tenslotte is er blijvende aandacht voor kwaliteitsborging van de actuele en historische basisdata, middels de verbetering van de kwaliteitscontrole van actuele waarnemingen, het vastleggen van metadata en aanbevolen werkwijzes, en een versterking van het wetenschappelijk beheer van klimatologische data.
Het meteorologische onderzoek wordt uitgevoerd binnen een viertal thema's:
De stroom van relevante weersinformatie uit satellieten zal explosief toenemen, te beginnen met de lancering van de Meteosat Second Generation (MSG) satelliet medio 2002. Om hierop te kunnen inspelen, wordt de infrastructuur voor het inwinnen, verwerken en distribueren van beeldinformatie uit satellieten waar nodig aangepast (project OMNIVOOR- Beelden). Voorbereidingen zullen verder worden getroffen voor de komst van METOP/EPS en ENVISAT, en voor de ontwikkeling van nieuwe LIDAR-instrumenten. In het kader van de Ocean and Sea Ice SAF en de Numerical Weather Prediction SAF worden respectievelijk nieuwe wind- en zeeijsproducten, en algoritmes voor kwaliteitscontrole en assimilatie van scatterometer data ontwikkeld. Daarnaast wordt ondersteuning geleverd bij de implementatie en operationalisatie van een internationale gebruikersinfrastructuur voor atmosferische chemie gegevens (Sciamachy, OMI, GOME-2, etc.).
Voor een goed weerbeeld voor Nederland en Europa zijn hoge resolutie remote sensing waarnemingen vanaf de grond van toenemend belang; het gebruik van dergelijke gegevens zal de komende jaren sterk groeien. Hoge prioriteit heeft daarbij het volledig uitbaten van de Doppler capaciteit van de Nederlandse neerslagradars. Algoritmes voor kwaliteitscontrole, schoning en correctie voor verticale radar windprofielen en radiële snelheidsvelden zijn in ontwikkeling. Daarna zullen de mogelijkheden om drie-dimensionele windinformatie af te leiden aan de hand van dual-Doppler technieken worden onderzocht. Een tweede speerpunt is het afleiden van betere kwantitatieve neerslaginformatie uit radarbeelden, ten behoeve van hydrologische toepassingen. Correcties voor de systematische fouten van de radar neerslag zijn reeds bepaald; onderzoek zal worden gedaan naar methodes om ook niet-systematische (weersafhankelijke) fouten in de radar neerslagintensiteit te verwijderen.
Twee veelbelovende remote sensing technieken, die rijp lijken te zijn voor operationeel gebruik, zijn wind profiling en de afleiding van waterdampinformatie uit GPS-systemen. Bezien zal worden wat de mogelijkheden zijn om een nationaal netwerk van wind profilers te introduceren, waarin het KNMI hoopt te kunnen samenwerken met de Koninklijke Luchtmacht. In het kader van het project COST-716 is een near-real-time inwinning en verwerking van Europese GPS waarnemingen van geïntegreerd waterdamp kolommen (IWV) opgezet (fig. 2). De kwaliteit en impact hiervan op weermodellen zal nader worden onderzocht.

Fig. 2: IWV kolommen zoals gemeten met GPS. Getoond zijn gegevens die in near-real-time zijn
verkregen van het grondstation Delft,
vergeleken met geanalyseerde vochtkolomwaarden voor diezelfde locatie uit het HIRLAM model.
Daarnaast zijn IWV-waarden afgeleid uit METEOSAT infrarood (IR) en waterdamp (WV)
beelden weergegeven.
Een belangrijk aandachtspunt in de komende jaren is tenslotte de kwaliteitsborging van de
actuele waarnemingen. Het Handboek Waarnemingen, waarin "best practices" voor het
waarnemen en het inrichten van waarneemterreinen worden vastgelegd, zal de komende
jaren worden gecompleteerd. Een aanvang wordt binnenkort gemaakt met de opzet van een
automatisch kwaliteitscontrolesysteem voor real-time waarnemingen. De beoogde
automatisering van de visuele waarnemingen zal gepaard moeten gaan met een intensieve
begeleiding en een functioneel kwaliteitsoordeel over de nieuwe instrumentatie en
werkwijzen. Eenzelfde mate van zorgvuldigheid zal in acht genomen worden ten aanzien van
de vereiste aanpassingen in het meetsysteem en de werkwijze van de waarnemers op Schiphol
in verband met de aanleg van de vijfde baan.
3.2 Modellen
Het onderzoek naar de modellen die worden gebruikt ten behoeve van de weersverwachting
kent de volgende speerpunten:
Ten aanzien van de fysica van HIRLAM, zal in 2002 een nieuw bodemschema worden
ingevoerd, ter verbetering van de temperatuurbeschrijving en vochtbalans aan het oppervlak.
Veel aandacht wordt de komende jaren verder besteed aan de karakterisatie en verificatie van
bewolking, (extreme) neerslag en convectie.
Om de HIRLAM mesoschaal verwachtingen ruimtelijk nog verder te kunnen verfijnen en in
kwaliteit verbeteren, worden fysische en statistische nabewerkingsmethodes, en combinaties
daarvan, onderzocht. Het meest veelbelovend lijkt hierbij de zgn. downscaling methode die in
2001 op verzoek van kustbeheerders van Rijkswaterstaat is opgezet om windvelden met een
resolutie van ca. 1km af te leiden uit HIRLAM (fig.3). Deze methode zal in 2002 uitgebreid
worden gevalideerd en uitontwikkeld. Het potentieel van combinaties van fysische en
statistische postprocessing voor temperatuur en neerslag wordt nog bestudeerd. Door radar
neerslag, het radar hagel product en het METCAST bewolkingsmodel te combineren, zal
worden geprobeerd om korte termijn (0-12h vooruit) verwachtingen van neerslag, bewolking
en hagel te verbeteren. In de loop van 2002 zal een nieuwe methode om windstoten te
bepalen operationeel worden ingezet. Het verspreidingsmodel PUFF zal computertechnisch
worden vernieuwd, en de grenslaagformulering ervan zal worden verbeterd.
Fig.3: Een voorbeeld van downscaling van HIRLAM 10m wind analyses naar een zeer fijn
rooster (roosterpuntsafstand 1km) over Nederland. In de middag van 28 mei 2000 passeerde
een compacte stormdepressie Nederland, wat leidde tot windsnelheden van 10 Bft in de zuidelijke
Noordzee, en 9 Bft over het IJsselmeer. Van links naar rechts worden getoond de geanalyseerde
windvelden voor het gebied rondom het IJsselmeer van het operationele HIRLAM model (met een
55km rooster), van het HIRLAM model op een 11km rooster, en van de downscaling module
toegepast op het 11km HIRLAM model. Het effect van de ruimtelijke resolutie op de mate van detail
in de windvelden is duidelijk te zien. De windsnelheden verkregen door de downscaling
module zijn het best in overeenstemming met de waarnemingen, en laten scherpe, realistische
gradiënten zien in de omgeving van land-zee overgangen.
Ook bij de maritieme modellen wordt de trend naar een grotere ruimtelijke detaillering
onverkort doorgezet. Binnen het Rijkswaterstaat project Nautilus worden zeer hoge resolutie
waterbewegingsmodellen opgezet en getoetst voor de kustwateren. Voor het IJsselmeer wordt
een fijnschalig golfmodel ontwikkeld op basis van NEDWAM. Onderzocht zal worden hoe de
forcering van de maritieme modellen kan worden verbeterd door de inzet van mesoschaal
HIRLAM en downscaling wind of impulsflux invoer, en van vernieuwde drag parametrisaties.
Nieuwe formuleringen van diverse brontermen van het golfmodel NEDWAM zullen worden
getoetst, te beginnen met de niet-lineaire golf-golf interactie.
Op het gebied van statistische postprocessing zal de komende tijd vooral onderzoek worden
verricht naar het verbeteren van de korte-termijn regionale verwachtingen van neerslag en
convectie. Gestreefd wordt naar een intensiever en breder gebruik van kansverwachtings-
producten, zowel in de eigen weerkamer (met name in gevallen van gevaarlijk weer: storm,
extreme neerslag, onweer, gladheid, mist) als bij afnemers. Cost-loss analyses kunnen worden
opgezet om dergelijke probabilistische informatie beter in te bedden in het beslissingsproces
van de gebruiker. Begeleiding zal worden geleverd bij de operationele inzet van de voor de
luchtvaart meteorologie ontwikkelde TAF en TREND gidsen in de weerkamer.
Het archiveringsbeleid zal worden verruimd, in de zin dat meer waarnemingen met een
hoge temporele resolutie en meer beeldinformatie (zoals radarbeelden) zullen worden
opgeslagen. Hiermee zal in de toekomst meer en nauwkeuriger informatie beschikbaar
komen voor klimatologische analyses.
Om het onderzoek naar klimaattrends te faciliteren, wordt gewerkt aan het toegankelijker
maken van kwalitatief hoogwaardige langjarige waarneemreeksen. In het kader van het
HISKLIM project worden Nederlandse meetreeksen gedigitaliseerd en gehomogeniseerd.
Binnen het ECA project is voor een groot aantal Europese landen klimatologische informatie
verzameld aan de hand waarvan de ontwikkeling van het Europese klimaat kan worden
bestudeerd (zie voor een voorbeeld fig.4). Deze uitzonderlijke dataset van hoge
resolutie stationsreeksen wordt in elektronische vorm via internet toegankelijk
gemaakt, en zal de komende jaren verder worden gehomogeniseerd en geanalyseerd.
Hierbij zal de nadruk liggen op beschrijvingen van veranderingen in extremen.
Centraal in het onderzoek naar modellen staat het HIRLAM model en onderzoeksproject.
Gedetailleerde plannen voor het onderzoek aan HIRLAM voor de periode 2003-2005 zullen
worden vastgelegd in het kader van het komende HIRLAM-6 project. Begin 2002 zal de
operationele inzet plaatsvinden van het HIRLAM5.0.6 model op mesoschaal resolutie (een
genest model met roosterpuntsafstanden van 22km en 11km). Daarop zal volgen de inzet
van 3D-VAR (in 2002) en later 4D-VAR assimilatie in HIRLAM. Daarmee wordt de
assimilatie van een groot aantal soorten remote sensing data beter mogelijk. Begin 2002
zullen Quikscat scatterometer data worden ingebracht in HIRLAM; dit zal worden gevolgd
door inzet van en impact studies naar onder meer radar wind profielen, tangentiële wind, en
neerslag; wind profiler data; GPS vochtkolommen; en nieuwe MSG producten. Onderzoek zal
worden verricht naar de mogelijkheden om de impact van de assimilatie van vocht te
verbeteren. Verder zal gebruik worden gemaakt van de algoritmes en kennis ontwikkeld
binnen de Numerical Weather Prediction SAF.



3.3 Klimatologisch onderzoek
Ter ondersteuning van het beleid ten aanzien van de Nederlandse waterkeringen wordt in
het kader van het HYDRA-project de extremenstatistiek van wind langs de Nederlandse kust
opnieuw vastgesteld en verbeterd. Ten behoeve van het beheer van de Nederlandse
watersystemen zal ook het neerslag- en verdampingsklimaat van Nederland worden
geactualiseerd en geregionaliseerd. Begin 2002 zal verder het normalenboek 1971-2000
worden afgerond en gepubliceerd.
Steeds meer klimatologische datasets en producten (inclusief bijbehorende metadata) zullen via internet vrijelijk aan de buitenwereld ter beschikking worden gesteld. Het EUMETNET/ ECSN project European Climate Database (ECD), waarin het KNMI de dataset die is verzameld binnen het ECA project digitaal zal ontsluiten, is hiervan een voorbeeld.
Geschikte interfaces worden ontwikkeld waarmee deze databases via internet kunnen worden bevraagd; een voorbeeld daarvan is het in ontwikkeling zijnde SCIAMACHY Data Centrum, waarmee Nederlandse onderzoekers toegang zullen krijgen tot gegevens van het SCIAMACHY instrument. In het kader van het EU-project DATAGRID worden nieuwe ICT- technieken, gebaseerd op het GRID-concept, ingezet voor een applicatie waarmee atmosferische chemie data kunnen worden opgevraagd en uitgewisseld.
Ook zal het beschikbare aantal historische gegevens worden vergroot doordat meer gegevens worden gearchiveerd dan vroeger het geval was; voorbeelden daarvan zijn het geplande verhogen van de tijdsresolutie van historische waarnemingen van het Nederlandse meetnet van uur- naar 10-minutengemiddelden, en het opslaan van radar (Doppler) beeldinformatie.
De binaire formaten GRIB en BUFR die standaard worden gebruikt bij de uitwisseling van meteorologische gegevens, zijn weinig toegankelijk voor niet-meteorologische gebruikers. Daarom zullen ook wijder verspreide dataformaten zoals HDF-5 worden ingezet bij de routinematige gegevensverstrekking aan derden.
Het meteorologische onderzoek van het KNMI is sterk toepassingsgericht. Daarom wordt geregeld overleg gevoerd met afnemers van data, kennis en advies vanuit de overheid, de meteorologische dienstverleners en de luchtvaartsector. Het onderzoek is sterk ingebed in internationale samenwerkingsverbanden. Ook met diverse nationale onderzoeksinstanties wordt intensief contact onderhouden.
Groot belang wordt gehecht aan een goede samenwerking met de Nederlandse universiteiten. KNMI betrekt afgestudeerde en postdoc onderzoekers van de universiteiten en verkrijgt in samenwerking toegang tot subsidiering door NWO en STW. Omgekeerd begeleidt het KNMI studenten en promovendi, en geeft het universitaire onderzoekers vrije toegang tot meteorologische data. Goede samenwerkingsrelaties bestaan er met de TU Delft (remote sensing en maritiem onderzoek), de Universiteit Wageningen (grenslaagonderzoek), de Rijksuniversiteit Leiden, TU Twente, het Nederlands Instituut voor Kern- en Hoge Energie Fysica (NIKHEF) en het universitair rekencentrum SARA (ICT-gericht onderzoek).
Ook met niet-universitaire technologische instituten en bedrijven wordt samenwerking in het
kader van R&D projecten nagestreefd. In het licht van het remote sensing onderzoek bestaan
er goede relaties met NLR en Fokker Space Systems. Ten aanzien van de ontwikkeling van
maritieme modellen zijn WL/Delft Hydraulics en Alkyon belangrijke onderzoekspartners.
Samen met ECN wordt onderzoek verricht naar het optimaliseren van lokale
weersverwachtingen ten behoeve van producenten van duurzame energie.
| AMDAR | Aircraft Meteorological Data Relay |
| BUFR | Binary Universal Form for the Representation of meteorological data |
| COSNED | Composite Observing System of the Netherlands |
| COST | Coordination of Science and Technology (EU programma) |
| E-AMDAR/QEvC | Eumetnet AMDAR project;deelproject Quality Evaluation Center |
| E-ASAP | Eumetnet ASAP project |
| ECA | European Climate Assessment 2000 (project) |
| ECMWF | European Center for Medium-range Weather Forecasts |
| ECSN | European Climate Support Network (samenwerkingsverband) |
| EPS | Ensemble Prediction System |
| EUCOS | Eumetnet Composite Observing System (project) |
| EUMETNET | European Meteorological Network (samenwerkingsverband) |
| EUMETSAT | European Meteorological Satellite Organisation |
| EUROGOOS | European Global Ocean Observing System (samenwerkingsverband) |
| GOME | Global Ozone Measurement Experiment (instrument) |
| GPS | Global Positioning System |
| GRIB | Gridded Binary Format |
| HDF | Hierarchical Data Format |
| HIRLAM | High Resolution Limited Area Model |
| HISCLIM | Historical Climate Data (project) |
| HYDRA | Hydraulische Randvoorwaarden (project) |
| ICAO | International Civil Aviation Organisation |
| KIS | Klimatologisch Informatie Systeem |
| KLu | Koninklijke Luchtmacht |
| KNMI | Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut |
| KODAC | KNMI als Operationeel DAta Centrum |
| METOP/EPS | Meteorological Operational Polar Orbiting satellite/ EUMETSAT Polar System |
| METCAST | METeosat Cloud Advection SysTem (wolkenprognosemodel) |
| METCLOCK | METeosat CLOud Characterisation system KNMI |
| MSG | Meteosat Second Generation satelliet |
| NEDWAM | Nederlands WAve Model (golfmodel) |
| NLR | Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium |
| NWP-SAF | Numerical Weather Prediction SAF |
| OMI | Ozone Monitoring Instrument |
| O&SI SAF | Ocean and Sea Ice SAF |
| PWS/SCI | Present Weather Sensor/Scientific Group (EUMETNET project) |
| RIKZ | RijksInstituut voor Kust en Zee |
| RIVM | RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu |
| RIZA | Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling |
| SAF | Satellite Application Facility |
| SCIAMACHY | Scanning Imaging Absorption Spectrometer for Atmospheric Chartography |
| SEVIRI | Scanning Enhanced Visible and Infrared Imager |
| STOWA | Stichting Toegepast Onderzoek voor de Waterschappen |
| SVSD | Stormvloed Sein Dienst |
| SWANET-NL | Synoptisch WAarneemNET Nederland |
| TAF | Terminal Areodrome Forecast |
| WAQUA | WAter Quality model (waterstandsmodel) |
| WMO | World Meteorological Organisation |
| WOLWO | Wind Over Land-Water Overgangen (project) |