Het KNMI beschikt over een calamiteitendienst, die bij milieurampvroorzaakt door bijvoorbeeld gifwolken of radioactieve stoffen, in actie komt. Een groep van zeven calamiteiten-meteorologen is dag en nacht beschikbaar. Het KNMI is opgenomen in gemeentelijke en provinciale rampenplannen. Overheidsinstanties, brandweer en politie kunnen via een speciale telefoonlijn rechtstreeks informatie krijgen van de calamiteiten-meteoroloog.
Als er ergens in Europa een ramp gebeurt waarbij gevaarlijke stoffen in de atmosfeer komen, dan wil je zo snel mogelijk weten waar die stoffen heen gaan. Er zijn computermodellen ontwikkeld voor het maken van verspreidingsberekeningen.
Dit computermodel draait op een operationeel werkstation. Het model is getest met behulp van metingen van de verspreiding van radioactiviteit ten gevolge van een ongeluk met een kerncentrale in Tsjernobyl (1986). Daarna is in 1994 een experiment genaamd ETEX (European Tracer EXperiment) geweest dat veel gegevens heeft opgeleverd waarmee PUFF getest is.
Het op peil houden van een calamiteiten-organisatie is altijd zeer lastig: die organisatie hoeft slechts zelden in actie te komen, maar als het nodig is dan is het ook erg belangrijk. ETEX leverde een unieke mogelijkheid om de calamiteiten-organisatie op zeer realistische wijze te testen. Daarnaast bleek uit de eerste resultaten dat de verspreidingsmodellen nog niet perfect zijn en er verder onderzoek nodig is. Daarom is er besloten tot vervolgexperimenten, zoals bijvoorbeeld het internationale experiment genaamd RTMOD (real time modelling) waarmee lange afstandsverspreidingsmodellen met elkaar vergeleken zijn. Dit project is begin 2000 afgelopen en is op zijn beurt opgevolgd door het EU project "Methods to Reconcile Disparate National Forecasts of Medium and Long Range Forecasts", dat als werktitel ENSEMBLE heeft. Binnen dit project worden de verwachtingen van verschillende verspreidingsmodellen met elkaar vergeleken. Voor de analyse van de verschillen in de verwachtingen wordt een internet-gebaseerd systeem opgezet om de resultaten op een inzichtelijke manier te presenteren. Een lijst van deelnemende instituten is te vinden op de ENSEMBLE homepagina .
De fysica van CALM is zover mogelijk gelijk aan de fysica die gebruikt is in het PUFF model. De meteorologische invoer echter is bij CALM handmatig. De meteoroloog voert de 10 meter wind, de stabiliteit en de menghoogte in. Dit zijn gemeten gegevens en verwachtingen.
De pc vraagt brongegevens aan de meteoroloog, tekent een plaatje van Nederland met de positie van de bron en vraagt voor die positie om die tijd een weersverwachting. Met de nieuwe gegevens wordt de nieuwe positie van het centrum van de wolk op 10 meter hoogte bepaald. Het trajectorie van het zwaartepunt wordt ook bijgehouden, maar in de achtergrond. Na afloop van de berekening wordt een plaatje getoond met de berekende trajectorieen en een indicatie van de verspreiding van de wolk.
Meer informatie over het ETEX experiment
Meer informatie over de "concerted action" ENSEMBLE via de ENSEMBLE homepage (in het Engels).