De uitdaging
De fysica
van de wisselwerking tussen atmosfeer en oceaan is één van
de hoofdthema's van onderzoek bij de sectie Oceanografie. Dat onderzoek
heeft een sterk experimenteel karakter. De uitwisseling van impuls, warmte,
waterdamp en CO2 wordt onderzocht door op zee de turbulente
fluxen van deze grootheden te meten en ze te combineren met omgevingsfactoren
in zowel de lucht als het water. Die experimenten worden uitgevoerd op
en nabij het onderzoeksplatform Meetpost Noordwijk (MPN) van Rijkswaterstaat,
zo'n 9 km voor de kust bij Noordwijk. De metingen stellen speciale eisen
door de omstandigheden waaronder ze plaats moeten vinden.
"Meetpost
Noordwijk"
Bij de interpretatie van de data kunnen we uiteraard niet om de specifieke omstandigheden op zee heen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de interactie tussen golven en turbulentie. Bij de interpretatie wordt gebruik gemaakt van micrometeorologische modellen en van modellen voor de bovenste laag van de oceaan. Daarnaast moet rekening worden gehouden met verschillende chemische en biologische processen. Gezien de talloze factoren die de uitkomsten van experimenteel onderzoek aan lucht-zee wisselwerking beïnvloeden zal het geen verbazing wekken dat onze groep intensief samenwerkt met experts uit de hele wereld.
ASGAMAGE
In het
recente verleden heeft onze groep een aantal grote internationale projecten
georganiseerd. Het onlangs afgesloten, door de EU in het kader van MAST-III
gefinancierde project ASGAMAGE
had gasuitwisseling als het centrale thema. Het voornaamste doel van het
project was om een sinds het begin van de jaren 80 bestaande inconsistentie
tussen data van verschillende meetmethodes voor de snelheid van CO2
uitwisseling uit de weg te ruimen. Op die manier moest het onderzoek bijdragen
aan een nauwkeuriger bepaling van de snelheid waarmee de concentratie van
dit broeikasgas in de atmosfeer stijgt. Onderzoekers
van 14 instituten uit Europa, de USA en Canada werkten in dit project
samen. Op en rond MPN werd in 1996 tijdens twee meetcampagnes van 5 weken
een mooie dataset verzameld. Dankzij de daarbij toegepaste geavanceerde
meetmethodes en instrumenten werd het gat tussen de resultaten van de verschillende
meetmethodes voor
een belangrijk deel gedicht. In het kader van ASGAMAGE
uitgevoerde modelstudies leverden bovendien een mogelijke
verklaring op voor een deel van de resterende verschillen. De modeluitkomsten
moeten nog wel geverifieerd worden. We hopen over enige tijd een nieuw
groot internationaal project te organiseren. Modeluitkomsten sturen daarbij
deels het experiment, waarbij het accent op de specifieke condities heel
dicht bij het lucht-zee grensvlak zal komen te liggen. Verder zal veel
experimentele en theoretische aandacht besteed moeten worden aan de aannames
die ten grondslag liggen aan de verschillende meetmethodes.
Micrometeorologische
waarnemingen tijdens ASGAMAGE. De instrumenten zijn bevestigd aan het einde
van de 21 m lange uithouder op Meetpost Noordwijk, zo'n 6 m boven het wateroppervlak.
De ASGAMAGE data bevatten ook nieuwe informatie over uitwisseling van warmte en waterdamp tussen oceaan en atmosfeer. Deze resultaten zijn niet eenvoudig te verklaren en vereisen eveneens een grondige experimentele en theoretische studie van de processen vlakbij het lucht-zee grensvlak. Verder hebben de data een belangrijke bijdrage geleverd aan het begrip van de overdracht van impuls. De data lieten een duidelijke relatie tussen de aërodynamische ruwheid en de toestand van het golfveld zien. Verschillen tussen Noordzee data en data van de open oceaan konden verklaard worden uit verschillen in de relatie tussen windsnelheid en de ontwikkeling van het golfveld.
Dansen
met de golven: de golfvolger
De wisselwerking
tussen golven en turbulentie wordt beschouwd als een sleutelproces in de
lucht-zee wisselwerking. Deze interactie wordt sterker naarmate de afstand
tot het oppervlak geringer wordt. De laag waarin de golven de turbulentie
significant beïnvloeden wordt de golfgrenslaag genoemd. Helaas konden
tot nu toe om praktische redenen geen metingen verricht worden in het gebied
vlak boven het wateroppervlak tussen de golven. Met de binnen onze groep
ontwikkelde golfvolger hopen we
vooruitgang te boeken op dit gebied.
De golfvolger
op een speciale uithouder van Meetpost Noordwijk.
De golfvolger is in feite een lange verticale staaf waarop een aantal micrometeorologische instrumenten kan worden gemonteerd. Een speciale sensor onder aan de staaf detecteert de positie van het wateroppervlak. Deze sensor stuurt signalen naar een sterke elektromotor, die de staaf in overeenstemming met de informatie van de watersensor zo op en neer beweegt dat deze een constante hoogte ten opzichte van het wateroppervlak blijft houden. Met instrumenten die op de golfvolger zijn gemonteerd kunnen op deze manier metingen worden verricht tot op 30 cm van het water, zelfs als de golven veel hoger zijn.
Een
van de versies van de perslucht anemometer.
Conventionele micrometeorologische instrumenten voor windmeting, zoals de meeste sonische anemometers, zijn minder geschikt voor metingen van het turbulente transport zo dicht in de buurt van het wateroppervlak. De binnen onze groep ontwikkelde perslucht anemometer is op het moment waarschijnlijk het enige instrument ter wereld dat op geringe hoogte boven zee nog gebruikt kan worden om zulke meteingen betrouwbaar en gedurende langere tijd uit te voeren.
Wie zijn wij?
Cor Jacobs (niet
meer werkzaam bij KNMI), Cor
van Oort, Wiebe
Oost (met pensioen), Hendrik
Wallbrink, Ed
Worrell (Oceanografisch
Onderzoek)
Wim
Kohsiek (Atmosferisch
Onderzoek)