De El Niño van 2002

Geert Jan van Oldenborgh, KNMI, 22 november 2002.

Verschijnt in Meteorologica december 2002

`Sneaky El Niño outwits weather forecasters' kopte de New Scientist eind mei 1997, toen de vorige El Niño zich onverwacht snel en sterk ontwikkelde. Ook dit jaar is dat aardig gelukt, nu El Niño zich onverwacht langzaam en sterk ontwikkelt.

Ontwikkeling

In maart 2002 [1] hebben we beschreven hoe anomale westenwind in december 2001 de aanzet had gegeven voor de ontwikkeling van El Niño, hoewel niet zeker was of die aanzet sterk genoeg was. In mei 2002 was de opwarming inderdaad vrijwel uitgepieterd [2]. Helaas was er eind mei en begin juni net een belangrijke ontwikkeling gaande die ik over het hoofd had gezien: een plotselinge afzwakking van de passaat over vrijwel de gehele Stille Oceaan. Het is nog steeds onduidelijk waar dat door veroorzaakt werd. Het gevolg hiervan was dat het oppervlaktewater in het midden van de Stille Oceaan weer opgewarmd werd: advectie van warmer water uit het westen, minder opwelling en minder verdamping.

Op de El Niño conferentie in Triëste midden juni durfde niemand te voorspellen hoe het verder zou gaan. De atmosfeer-specialisten dachten dat het wel zou doorzetten, de oceanografen hadden hun twijfels of dat kon zonder dynamische oceaanprocessen. Uiteindelijk riep George Philander, de organisator, vertwijfeld uit: ,,Als we na twintig jaar hard werken nog niet eens kunnen voorspellen of er over een half jaar een El Niño is, wat hebben we dan bereikt?''

De modelverwachtingen liepen ook in mei nog erg uiteen: het ECMWF voorspelde een langzame opwarming, maar had al een jaar een warme bias. Uiteindelijk waren die verwachtingen volledig correct, zeker als gecorrigeerd wordt voor het bekende feit dat hun nieuwe model (system-2) te veel gedempt is, tot een factor twee 6 maanden vooruit. Alleen de directe effecten van de windanomalie in mei werden uiteraard gemist (Fig. 1, links), maar misschien was die toch minder belangrijk dan we dachten.


De ECMWF El Niño voorspelling in mei en november 2002. Dit nieuwe model is te sterk gedempt; in het verleden waren de +5maand verwachtingen met een factor bijna twee onderschat.

Uiteindelijk heeft het warme water op het midden van de oceaan het convectiegebied van Indonesië naar het oosten getrokken. Hierdoor is ten westen er van de passaatwind vervangen door westenwind, die telkens meer warm water naar het midden duwde [3]. Langzaam maar zeker is dat warmwatergebied uitgegroeid tot een forse El Niño. Niet zo groot als in 1982/83 en 1997/98, maar goed vergelijkbaar met alles wat daarvoor een sterke El Niño genoemd werd. Alleen de vissers in Peru zouden het hier niet mee eens zijn: tot voor kort was het kustwater daar nog koeler dan normaal, zodat El Niño in de oorspronkelijke, lokale, betekenis van het woord er niet was.

In Zuid-oost Azië zijn de gevolgen echter al groot geweest. In Jakarta is bijvoorbeeld in de periode van 15 augustus tot nu (22 november) slechts één buitje van 2mm gevallen [4]. Normaal valt hier 250mm regen in deze tijd. Het begin van de moesson is meestal midden oktober, maar dat is dus minimaal een maand uitgesteld. Als echter de regen eenmaal komt, dan regent het meestal tijdens El Niño even hard als anders.

Verwachtingen

De verwachting is dat El Niño zoals gewoonlijk rond kerstmis zal pieken (Fig. 1, rechts; ook hier onderschatte het model in het verleden de amplitude op 6 maanden met een ruime factor twee). Ter vergelijking: in januari 1998 piekte de NINO3.4 index op 2.59°C (het warmste water lag toen verder naar het oosten), in 1983 was het 2.85°C. Hierna in rangorde komen 6 jaren met waardes rond de 2,0°C.

De belangrijkste standaardeffecten van El Niño in onze winter zijn meer kans op droogte in de Filippijnen, Oost-Australië en de noordkust van Zuid-Amerika van Aruba tot Suriname, en meer regen en somberder weer in Oost-Afrika, Florida en Texas [5]. In Nederland was het voorjaar na een grote El Niño altijd natter dan normaal [6], ik schat de kans op een droog:normaal:nat voorjaar op 20:30:50 in plaats van de klimatologische 33:33:33. Gelukkig kan ik er met zo'n kansverwachting niet weer zo naast zitten als in mei met El Niño.

[1] G.J. van Oldenborgh en G. Burgers, Komt El Niño er weer aan?, Meteorologica maart 2002.
[2] G.J. van Oldenborgh El Niño komt er niet aan, Meteorologica juni 2002.
[3] De TAO website geeft dagelijks geactualiseerde informatie over de situatie in de equatoriale Stille Oceaan, www.pmel.noaa.gov/tao.
[4] De CPC website heeft onder andere real-time neerslagdata, www.cpc.ncep.noaa.gov/products/MD_index.html.
[5] De experimentele KNMI seizoensverwachtingen pagina met verwijzingen naar veel seizoensverwachtingen is te vinden op www.knmi.nl/exp/seizoen.
[6] G.J. van Oldenborgh, G. Burgers en A. Klein Tank, El Niño en het weer in Nederland, Meteorologica maart 1999.