Verschenen in Weer magazine, juni/juli 2001

Kunnen we een paar maanden van te voren het zomerweer voorspellen?

Zomerverwachtingen

Geert Jan van Oldenborgh, KNMI

Vreemd genoeg krijgt het voorspellen van het zomerweer niet zo veel aandacht als winterverwachtingen. Is een hittegolf in augustus minder spectaculair dan een koudegolf in februari? De variaties in temperatuur zijn in de wintermaanden twee keer zo groot als in de zomermaanden, dat is waar, maar de variaties in neerslag zijn in de zomer juist 20% groter. Voor het geval u toch in de zomerverwachtingen geïnteresseerd bent volgen hier de vooruitzichten voor 2001.

In het artikel over winterverwachtingen (dec 2000) is al uitgebreid besproken dat een seizoensverwachting alleen een uitspraak kan zijn over het gemiddelde weer. Het is onmogelijk om het weer op een bepaalde dag meer dan twee weken van te voren te voorspellen. Gemiddeld weer kan alleen voorspeld worden als het afhangt van langzaam veranderde factoren, zoals zeewatertemperatuur, sneeuwbedekking en bodemvochtigheid. Zelfs dan is een seizoensverwachting altijd een kansverwachting, zoals "de kans op een warme zomer is groter dan normaal". Zekerheid kunnen we dus niet geven, nog minder dan in de gewone weersverwachting.

Computermodellen

Het Europese Centrum voor Midellangetermijn Weersverwachtingen (ECMWF) in Reading (Engeland) maakt naast de bekende 10-daagse verwachting ook seizoensverwachtingen, op experimentele basis. Ze draaien dan een vereenvoudigde versie van het weermodel samen met een oceaanmodel gewoon zeven maanden vooruit. Dat wordt elke dag een keer gedaan. Aan het eind van de maand hebben ze dan zo'n dertig verwachtingen voor het volgende halve jaar. Als die alle dertig min of meer dezelfde kant op gaan wordt er voor dat gebied op de kaart een verwachting ingetekend, anders blijft het wit. De experimentele ECMWF verwachting voor de temperatuur in de zomer van 2001, vrijgegeven eind maart, staat hieronder. De verwachting ziet er voor ons goed uit: het computermodel voorspelt dat het in bijna heel Europa een graadje warmer dan normaal gaat worden.


De experimentele ECMWF verwachting voor de temperatuur in de zomer van 2001

Betrouwbaarheid

Hoe betrouwbaar is die verwachting? Er zijn een aantal kanttekeningen bij te maken. Ten eerste gaat het in het plaatje om de daggemiddelde temperatuur. Ik ken gevallen waar een hogere temperatuur het gevolg was van meer wolken: dan is het 's nachts minder koud... Verder kan je kijken hoe vaak het model het in het verleden goed heeft gedaan. Dat is gedaan, de conclusie was dat de voorspellingen voor Europa weinig tot geen waarde hadden. In andere delen van de wereld gaat het overigens beter: vooral in de tropen, maar ook in Noord- en Zuid-Amerika en Australië zijn de verwachtingen vaker wel dan niet uitgekomen.

Statistische verwachtingen

De andere mogelijkheid is het maken van statistische verwachtingen. Dit betekent niets anders dan dat je kijkt of warm zomerweer in Nederland de afgelopen honderd jaar meestal voorafgegaan is door afwijkend weer, in Nederland of ergens anders. Het grote gevaar hierbij is dat als je maar lang genoeg zoekt je altijd wel wat vindt, door puur toeval. Voorspellingen die op zo'n toevallig verband gebaseerd zijn hebben echter geen waarde. Er zijn wel statistische tests om te kijken wat de kans is dat het gewoon toeval was, maar het is niet simpel om die goed toe te passen. Daarom wordt meestal ook geëist dat er een aannemelijk mechanisme is. Als iemand vindt dat het de afgelopen jaren altijd warmer was in Nederland als het een jaar eerder harder woei voor de kust van Brazilië heb ik toch mijn twijfels. Dr S. W. Visser had die overigens niet in 1939 in zijn `Rapport over een Onderzoek naar de Mogelijkheid van een Weersvoorspelling op Langeren Termijn in Nederland'.

Een paar jaar gelden verrasten twee onderzoekers van de Britse Meteorologische Dienst, Colman en Davey, de wereld met een sterk statistisch verband tussen de wintertemperatuur van de Atlantische Oceaan en het zomerweer in Engeland en omgeving, gebaseerd op waarnemingen van 1950 tot 1996. Op basis van dit verband hebben ze voor 1998 tot 2000 zomerverwachtingen uitgegeven.

Op het KNMI hebben we geprobeerd dit verband te verifiëren. Het intrigerende is dat het ook te vinden is in de onafhankelijke periode 1900-1949, hoewel minder sterk. Ook blijkt het niet zo zeer om de temperatuur van de noordelijke Atlantische Oceaan te gaan, maar om de temperatuur van het land er naast, het sterkste in Finland en Canada. Dat maakt het verband iets aannemelijker, want de wintertemperatuur van de Atlantische Oceaan wordt in de zomer overdekt door een laag warm water, en is dus verborgen tot de volgende winter. Op het land daarentegen valt in de winter meer of minder sneeuw, die een half jaar blijft liggen.

Er is dus een mechanisme te verzinnen: warmer weer in Finland hangt samen met meer sneeuw in Scandinavië (westenwind), dat smelt aan het eind van het voorjaar later weg, daardoor blijft het daar koeler en is er meer kans op het ontstaan van een hogedrukgebied dat voor oostenwind in Nederland zorgt, waardoor het hier warm wordt. Het verhaal klinkt mooi, maar we kunnen het niet geloven zonder alle stappen na te trekken. Helaas hebben we nog niet genoeg sneeuwmetingen uit Scandinavië om dat te kunnen doen, dus is het nog te vroeg om het verband te geloven en verwachtingen te doen. Voor degenen die het wel geloven: het was de afgelopen winter iets warmer dan normaal in Finland.


De zomertemperatuur in De Bilt met een tienjarig lopend gemiddelde.

Opwarming

Tenslotte blijft er de observatie dat de zomers de laatste jaren warmer waren dan de jaren er voor. Met een tienjarig lopende gemiddelde is snel te zien dat de zomers in de jaren negentig een halve graad warmer waren dan de jaren zeventig en tachtig, en een hele graad warmer dan de jaren zestig. De oorzaak van deze opwarming is nog niet grondig onderzocht, het is waarschijnlijk gedeeltelijk het versterkte broeikaseffect (de mondiale temperatuur is sinds de jaren zestig met 0.3 graden gestegen) en gedeeltelijk veranderingen in de gemiddelde windrichting (meer oostenwind). Het eerste zal alleen nog maar sterker worden, en ook de veranderende circulatie kan een gevolg zijn van het versterkte broeikaseffect. Het is dus een redelijk veilige verwachting dat de zomers gemiddeld ook wel warmer zullen blijven dan het gemiddelde over de afgelopen 30 jaar.

Conclusie

Er zijn al met al drie verwachtingen die alle drie een warmere zomer dan gemiddeld aangeven, maar geen van drieën echt betrouwbaar zijn. Het ECMWF computermodel geeft een halve tot een hele graad warmer aan, maar de verwachtingen voor de afgelopen tien zomers in Europa hadden niet veel waarde. De afgelopen honderd jaar hadden we vaker een warme zomer dan een koele als het in Finland een zachte winter was, maar dat kan ook toeval geweest zijn. Tenslotte is er een duidelijke trend naar warmere zomers, mogelijk in samenhang met het versterkte broeikaseffect, die waarschijnlijk door zal zetten. Ik zal in het KNMI koffiekamer weddenschappenboek een rijksdaalder inzetten op een warme zomer - maar niet meer.

Verdere informatie

De actuele experimentele seizoensverwachtingen van het KNMI zijn te vinden op www.knmi.nl/exp/seizoen.