Nieuwsbericht

Zeespiegelstijging verklaard en onbegrepen

13 juni 2017

Zeespiegelstijging direct voor de kust van Nederland volgt niet altijd even vanzelfsprekend uit wereldwijde ontwikkelingen op het gebied van zeespiegelstijging. "Regionale zeespiegelstijging is echt een vak apart", vertelt fysisch oceanograaf Sybren Drijfhout van het KNMI. Op 22 juni spreekt hij in het Utrechtse Academiegebouw zijn oratie uit als bijzonder hoogleraar Dynamica van het Klimaat aan de Universiteit Utrecht.

De oratie gaat over zeespiegelstijging en de processen die zeespiegelstijging veroorzaken. Drijfhout richt zich niet alleen op onderzoek, maar legt ook de link naar beleid en bestuur. Zijn boodschap is soms een lastige. De afgelopen twintig jaar steeg de zeespiegel voor onze kust minder dan gemiddeld, en in het midden van de Noord-Atlantische Oceaan juist sterker. "Maar door veranderingen in stromingen voorspel ik dat de zeespiegel aan de Nederlands kust de komende twintig jaar extra hard zal stijgen", aldus Drijfhout.

Hoe kan het eigenlijk dat de zeespiegel niet op alle plekken even hoog staat of even hard stijgt? "De zeespiegel is niet te vergelijken met het oppervlak van water in een teiltje", legt Drijfhout uit. Dat heeft te maken met de vorm van de aarde, stromingen en de zwaartekracht van grote landmassa’s. "Als je van Barcelona naar Istanbul vaart, ga je ongeveer honderd meter naar beneden en klim je weer honderd meter omhoog ten opzichte van het middelpunt van de aarde. En als je de Himalaya zou verplaatsen naar Gelderland, staat Amsterdam tientallen meters onder water. Dat soort fenomenen maken zeespiegelstijging een ingewikkeld verhaal."

Zeespiegelstijging voor de kust van Nederland volgt niet altijd even vanzelfsprekend uit wereldwijde zeespiegelstijging

Die zeespiegelstijging, zowel wereldwijd als regionaal, baart Drijfhout grote zorgen. Het smelten van Antarctica is een groot probleem. Er zit een vertraging in het smelten van de ijskappen, dus zelfs als we morgen stoppen met het opwarmen van de aarde, stijgt de zeespiegel nog honderden duizenden jaren door. Een nieuw ijskapmodel laat als worst case scenario een zeespiegelstijging in Nederland van zo’n drie meter zien in het jaar 2100, en misschien wel zes tot acht meter in het jaar 2200. We weten niet precies welke gevolgen dat heeft voor Nederland.

Nederland zal de gevolgen van zeespiegelstijging wel gaan merken, vertelt Drijfhout. Maar de boodschap is niet alleen negatief. Het massaverlies van de ijskappen gaat schoksgewijs, omdat er diverse kantelpunten bestaan waarbij de zeespiegelstijging enorm versnelt. Daar tussenin is de zeespiegel veel minder gevoelig voor temperatuurtoename. Het verband tussen zeespiegelstijging en temperatuur ziet er een beetje uit als een trap. Als je een kantelpunt passeert, is er een trede waarop je kunt blijven staan: een temperatuurinterval waarin je tijd hebt om verdere zeespiegelstijging te beperken, zolang je het volgende kantelpunt – een nieuwe trede – niet passeert.

Aantal bewoners (in procenten) van wereldsteden en landen waarvan de woning uiteindelijk onder de zeespiegel zal liggen, als de uitstoot van CO2 nog honderd jaar doorgaat als nu. (Bron Clark et al. 2016)

Het KNMI heeft een regionaal zeespiegelmodel ontwikkeld. Het IMAU verricht metingen en observaties aan de ijskappen en heeft een ijskapmodel dat erg geschikt is om fysische processen in detail te modelleren. Samen met de Universiteit van Southampton heeft het KNMI nog een ijskap model tot haar beschikking, dat meer geschikt is om scenario’s door te rekenen. Verder is er intensieve samenwerking op het gebied van atmosferische processen boven de ijskappen via het RACMO model. Ook wordt gekeken naar de interactie van oceaan en ijskap, waarbij oceaanprocessen meer in detail op het IMAU worden bestudeerd. Op het KNMI vindt dan een integratieslag plaats die al deze kennis in scenario’s voor zeespiegelstijging vertaalt.

Sybren Drijfhout werd in 2015 benoemd als bijzonder hoogleraar Dynamica van het Klimaat aan de Universiteit Utrecht. Zijn leerstoel, de Buys Ballot Leerstoel, is een van de bijzondere leerstoelen van Natuur- en Sterrenkunde en maakt deel uit van het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek (IMAU). Drijfhout is een toponderzoeker op het gebied van de klimaatdynamica en is al hoogleraar Fysische Oceanografie aan de Universiteit van Southampton. Daarnaast is hij verbonden aan het KNMI. Op 22 juni spreekt hij zijn oratie uit in het Academiegebouw in Utrecht.

Recente nieuwsberichten

  1. Bosbranden in Zuid-Europa: risico toegenomen maar aantal afgenomen

    De recente Portugese bosbranden leverden dramatische beelden op die diepe indruk maakten. Experts...

    28 juni 2017 - Nieuwsbericht
  2. Nieuw klimaatmodel met veel detail voor toekomstige klimaatscenario’s

    Op dit moment wordt de volgende versie van het KNMI mondiaal klimaatmodel EC-Earth ontwikkeld. Di...

    26 juni 2017 - Nieuwsbericht
  3. Tornado Tricht vijftig jaar geleden

    Op 25 juni 1967 werden het Betuwse Tricht en Chaam in Noord-Brabant getroffen door voor Nederland...

    25 juni 2017 - Nieuwsbericht
  4. Nieuwe datacentrum ECMWF in Bologna

    Het nieuwe data- en rekencentrum van het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op Middellange ...

    23 juni 2017 - Nieuwsbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten