Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Scheepsjournaal
Het Einde
door Dallas Murphy

28 september

De lucht ziet er pruilerig uit, er valt een zachte motregen en een lange luie deining golft zomaar in het rond vanuit het nergens. Het is een melancholische dag, onze op een na laatste, de stemming aan boord wordt ofwel versterkt, dan wel gespiegeld in het water, ik weet niet zeker welke van de twee het is. Ik vind het jammer dat er een eind aan deze reis komt. En ik ben niet de enige die dat vind, hoewel de scheepsbemanning, waarvan er enkele al vier maanden aan boord zijn, dat niet helemaal met me eens is. Negen bemanningsleden zullen morgen afstappen in Isafjördur. Hun leven aan boord – en hun kijk op het einde van expedities – is vaak anders dan zoals de wetenschappelijke groepen die komen en gaan dat zien. Toch is deze reis speciaal geweest, als je er onbevooroordeeld naar kijkt. Deze reis kon dan wel niet op tegen de expeditie van 2008, wel op de zelfde zeeën en met veel van de zelfde mensen van toen maar kan zich niet meten met het indrukwekkend weer van die reis. Maar op het gebied van de verscheidenheid van het niveau van wetenschappelijke successen is onze reis onverslaanbaar.

Lena Schulze knipt door de CTD draad als symbool van het einde van de CTD lijntjes
© Rachel Fletcher
Lena Schulze knipt door de CTD draad
Fotomomentje
We hebben twee keer halt gehouden in verschillende Noord IJslandse fjorden, een stop volgens de planning en eentje die dat nou niet direct was. We kwamen heel dicht bij de onvergetelijke Blosseville kust van Oost Groenland en later bij de Faeröer Eilanden. Op beide plaatsen hebben we de kleine bootjes in het water gelaten om de fotografie te dienen. Geen van de leden van de “oude hap” aan boord van de Knorr kan zich herinneren dat er zo vaak boten zijn uitgezet. Er waren er zelfs bij die zeiden dat ze hoopten liever niet te dicht meer onder de kust te komen omdat ze bang waren dat het voorlichtingsteam dan nog eens een fotomomentje zou willen.
Gedurende het eerste deel van de reis, hebben we acht verankeringen uitgezet in Straat Denemarken, waar deze een heel jaar zullen blijven om de gegevens over temperatuur, zoutgehalte en stroomsnelheid in te winnen van deze belangrijke bocht in de Noord Atlantische Meridionale Omkerende Circulatie. Wanneer we volgend jaar augustus terugkeren om de verankeringen terug te halen en de gegevens te verzamelen, zullen we een enorme stap dichter komen bij het begrijpen van de manieren en wegen van de oceaan in deze omtrek. Dat ik zeg dat het verankeringswerk een normale activiteit is bij de meeste oceanografische expedities is niet om het belang of de benodigde deskundigheid om er mee om te gaan te kleineren. Maar het tweede deel van de expeditie was verre van normaal.

De loodsboot in Isafjördur
© Rachel Fletcher
De loodsboot in Isafjördur
Voorbij, maar nog niet over
De meeste expedities komen tot een einde zonder dat er duidelijke conclusies zijn, hun taak is het de gegevens te verzamelen, niet om ze te verwerken en beoordelen. Dat komt later wel en het neemt vaak nog een jaar of langer om deze beide nabewerkingen door de wetenschapper(s) te doen. Maar deze keer was het letterlijk een wetenschappelijke expeditie. Er was structuur, een duidelijk doel, een zoektocht en een klimatologische conclusie. En de expeditie hield zich aan de beschikbare tijd; toen de reis aan zijn einde kwam, was er ook een eind aan het verhaal. Maar zelfs nu kan ik Dr. Bob horen zeggen, en terecht, dat hij niet de indruk wil wekken dat het werk nu af is. Het is nog helemaal niet klaar. Bob en Kjetil worden overstroomd door gegevens die nog begrepen moeten worden. En hun ontdekkingen hebben een nieuwe set vragen opgeleverd over wat er allemaal precies gebeurd in de Noorse Zeeën. Maar laten we dat maar de ontknoping noemen. Het verhaal van deze reis blijft nog steeds afgerond. Het is het verhaal van de weg van de wetenschap in het klein.

Een regenboog verwelkomt Ben Harden en Rachel Fletcher in het dorpje Isafjördur
© Rachel Fletcher
Een regenboog in Isafjördur
Toevalstreffer
De IJslanders die, met veel te weinig instrumenten, via een toevalstreffer iets wisten op te vangen van een beweging waar nog nooit eerder beweging was opgemerkt. En ze waren slim genoeg om het te herkennen als iets wat het later bleek te zijn, een tot nu toe onbekende stroom. Maar zonder Dr. Bob zou niemand nooit iets anders zeker hebben kunnen zeggen dan dat hij er was, of misschien toch wel niet. Met voorzichtige, hoge resolutie metingen en met dit schip van waaraf de metingen werden verricht, bevestigde Bob in 2008 het bestaan van de Noord IJslandse Jet en dat deze stroom de helft van de hoeveelheid water die over de drempel van Straat Denemarken stroomt, aanvoerde. Maar waar kwam die Noord IJslandse Jet vandaan? En als die stroom niet ergens vandaan kwam, hoe ontstond die stroom dan precies? Bob en Kjetil wisten de hypothese op papier te zetten; De NIJ stroomt niet van de ene plek naar een andere zoals de meeste oceaan stromen doen. Nee hij ontstaat precies hier op de noordelijke en noordoostelijke kust van IJsland door een gecompliceerd oceanografisch proces, dat we kunnen verklaren door Newton’s 2de wet op te zeggen; Als een hoeveelheid water naar het noorden stroomt, zal een gelijke hoeveelheid naar het zuiden moeten gaan.  Dat gebeurd zo op een wereldomvattende schaal in de Meridionale Omkerende Circulatie – en in een miniatuur schaal hier bij de NIJ. Bob verteld echter, dat hij niet op deze hypothese had kunnen komen zonder het theoretische werk van zijn collega modellenontwerper Michael Spall. Zijn werk zorgde voor de aanwijzingen die de hypothese deden ontstaan, maar het model alleen zou niets hebben bewezen. Iemand moest nog steeds hier op een schip naar toe komen om nauwgezette metingen te verrichten en nog steeds slim en helder genoeg te zijn om die aanwijzingen te volgen naar waar die dan ook naar toe mochten leiden. En dat brengt ons naar de huidige reis en naar, op dit moment, het einde ervan.

Klauwvormig schiereiland
Dertig dagen nadat we Reykjavik hadden verlaten, na 3812 nautische mijlen (6135 km) te hebben afgelegd, met de directe aflezing van 335 CTD metingen en de grote hoeveelheid van de snelheidsmetingen van de ADCP’s, na meer dan twaalf uur per dag opgesloten te zitten met hun hoofdtelefoon op en verbonden aan hun computers, vonden Bob en Kjetil, zonder enige twijfel aan hun bevindingen, de oorsprong van de NIJ. Hij was precies daar, net zoals zij in hun hypothese al hadden verteld, in het water op de onderzeese hellingen van IJsland en hij stroomt langs het door fjorden gespleten, als een klauw gevormde schiereiland aan de noordwest kant van IJsland, waar we nu naar toe varen. En vandaar verder naar de ingang van Straat Denemarken. Net zoals alle goede speurverhalen, zal dit verhaal definitief eindigen met, in deze versie, het bereikte doel. Dat is echt heel ongebruikelijk bij zeegaande oceanografie en misschien zelfs ook wel bij de natuurwetenschappen in het algemeen.

Een kijkje recht omhoog tegen een van de bergen in Isafjördur
© Rachel Fletcher
een van de bergen in Isafjördur
Keesje wordt vastgeknoopt
Net als de meeste zeeverhalen, eindigt dit verhaal op een bestemming. Maar anders dan bij de meeste andere, waren er geen verwondingen, geen dodelijke ongevallen door de harteloze oceaan (er was maar één kerel die een vulling uit zijn kies verloor) en geen ontberingen, nou ja in ieder geval niet te veel. En nu is het eind letterlijk in zicht, een fjord in die grillige noordwest kust en het dorp dat die fjord beschermt. Bijna iedereen van de beide wachten is wakker en aanwezig rond half acht in de ochtend. We worden over een uur geacht de havenloods op te pikken maar een groot cruiseschip dat hem momenteel volledig bezig houdt, zou voor vertraging kunnen zorgen. De Kap is op de brug samen met Jose, de roerganger, Jen de tweede stuurman en de onvermijdelijke kudde toeschouwers. Kyle en de dekknechten hebben de meerlijnen klaar gelegd, de werplijnen met - in goede scheepstaal - een Keesje eraan vastgeknoopt en het anker en de loopplank klaargemaakt.
Kyle is nu op de bootsmansplek op de boeg van het schip met eerste stuurman Adam; Mike de derde stuurman is op het achterdek. Deze mensen doen hun taak nu ontspannen, grappen makend en informeel maar als het nodig is staan ze pal en zijn ze serieuze professionals die aan het werk zijn. Ik vind het prettig om deze nautische vaardigheden te bekijken, maar ben ook een beetje verdrietig. Ik moet het schip verlaten in Isafjördur en ik weet niet wanneer ik er op terug zal keren.

Het plaatsje Isafjördur is een klein dorpje waar ongeveer 3500 inwoners wonen.© Rachel Fletcher
Het plaatsje Isafjördur
Verhuizende gebouwen?
De kap staat bij het controlepaneel, zijn bemanning heeft de stuurboordzijde van het schip naar de industriële kade gekeerd, die kade is omzoomt door metalen loodsen (“Ik zie dit soort havengebouwen overal waar ik ook maar kom” zegt Kyle, “volgens mij verhuizen ze die gewoon van plek naar plek”). De Keesjes (werplijnen) worden met een boog op de betonnen kade gegooid, de zware trossen volgen. De havenloods verlaat het schip, de loopplank wordt met de kraan op zijn plek gelegd en vastgezet. Dit is wel het meest “voorbij” dat een zeereis kan zijn.

Ben Harden, Stine Hermansen, Stefanie Zamorski, Ashley Stinson en Pat Keoughan beelden de letters Knorr uit in Isafjordur.
© Rachel Fletcher
Menselijke letters Knorr.
Goede reis aan de Knorr en aan allen die op haar zullen varen
Ik sta toch nog een tijdje op het dek te kletsen met de gebruikelijke bewoners van de Knorr en met sommige van de gebruikelijke aflossers waarmee ik eerder heb gevaren, om het vertrek maar uit te stellen. De meesten van de wetenschappelijke bemanning zijn al naar het vliegveld vertrokken. De stuurmannen en de machinisten gaan met de aflos door de overdracht procedures en ik drink nog maar eens een kop koffie. Ik wil niet dat dit zee verhaal tot een eind komt, maar alle verhalen moeten eindigen. De mensen van de Knorr hebben mij als een van hen behandeld en dat is een voorrecht dat ik nooit zal vergeten. Nadat ik me in één van de eerste journaals te buiten ben gegaan in mijn neiging tot sentimentaliteit aangaande de Knorr en de oceaan, heb ik beloofd om dat te onderdrukken. De gedachte om geen van beide nog te zien is te verdrietig om te verdragen zonder die belofte te verbreken. Goede reis aan de Knorr en aan allen die op haar zullen varen.


Laatst gewijzigd: 29 september 2011