De toename van de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer leidt tot
klimaatverandering. De wetenschappelijke basis voor de verwachte
opwarming van de aarde en de zeespiegelstijging in de 21-ste eeuw
bestaat uit kennis over het klimaatsysteem en uit klimaatmodellen die
deze kennis beschrijven.
Informatie over het toekomstige klimaat is essentieel voor mitigatie-
en adaptatiestrategieën die in de Kopenhagen klimaatconderentie worden
vastgesteld. Klimaatmodellen zijn een belangrijke bron van deze
informatie. Deze modellen bootsen het klimaat na bij een toekomstige
hoeveelheid broeikasgassen en aërosolen. In Kopenhagen wordt de
bijdrage van de Nederlandse klimaatonderzoeksgemeenschap aan de
wetenschappelijke basis voor het verwachte klimaat van de 21-ste eeuw
gepresenteerd.
Het KNMI leidt de ontwikkeling van het EC-Earth model binnen een
Europees consortium. EC-Earth is een state-of-the-art globaal
aardsysteemmodel. Het model is afgeleid van het weersvoorspelmodel van
het European Centre for Medium-range Weather Forecasts. Weer- en
klimaatmodellen zijn gebaseerd op dezelfde natuurkundige principes.
EC-Earth wordt toegepast om het klimaat van de eerste decennia van de
21-ste eeuw na te bootsen.
Adaptatie-strategieën worden uitgevoerd op regionale schaal. Globale
klimaatmodellen zijn te grofschalig om op de regionale schaal de
benodigdfe informatie te geven. Regionale klimaatinformatie wordt
verkregen met fijnschalige regionale klimaatmodellen, zoals het RACMO
(Regional Atmospheric Climate Model) van het KNMI. RACMO verschaft
regionale klimaatinformatie, die consistent is met de informatie die
door globale klimaatmodellen wordt gegeven.
Klimaatmodellen geven een fysisch consistent beeld van het toekomstige
klimaat. Ze vervullen zo de urgente behoefte aan informatie over het
mogelijke toekomstige klimaat. De klimaatmodellen zijn zeker niet
perfect, maar zijn hulpmiddel bij uitstek om strategieën te maken om
klimaatverandering het hoofd te bieden.