Netwerk Vrijwillige Waarnemers KNMI
Welke situatie
vraagt om actie?
De weerverschijnselen waarbij
het KNMI hoopt op uw inzet:
Hoe ziet het door
u op te stellen bericht er uit?
Meldingen
van weersverschijnselen per telefoon aan regioknooppunt.
De scenario’s waarbij de deelnemers
van het NVW-KNMI in actie kunnen komen.
Aanmelding
nieuwe deelnemers NVW-KNMI
Lijst met belangrijke gegevens
m.b.t. Netwerk Vrijwillige Waarnemers
KNMI
Bijlage Weeralarm- en Voorwaarschuwingscriteria
Korte geschiedenis NVW-KNMI
Tot
eind jaren ’90 van de vorige eeuw werden waarschuwingen voor gevaarlijk weer
steeds in vrij algemene termen naar de bevolking verspreid. Men werd wel
gewaarschuwd, maar het gebeurde nog al eens dat het algemene publiek vaak toch
niet goed door had wat hem/haar te wachten stond. Vanwege de vaak ‘algemene’
termen bleek bovendien dat veel mensen soms het idee kregen dat het allemaal
niet zo'n vaart zou lopen. Een veel gehoorde kreet was: "het zal allemaal
wel meevallen". Doordat het in kleine gebieden van ons land soms toch echt
NIET meeviel, ontstonden er in die situatie misschien onnodig slachtoffers.
Dat
het ook anders kan bleek in april 1996, toen twee KNMI-meteorologen een bezoek
brachten aan de staten Texas en Oklahoma in de Verenigde Staten. Dit gebied
staat bekend om zijn zeer krachtige tornado's die elk jaar voor (dodelijke)
slachtoffers zorgen. De Amerikaanse meteorologen hebben daarom een systeem in
elkaar gezet om betere waarschuwingen aan hun bevolking te kunnen geven. Het
belangrijkste punt ter verbetering was de precisie. Precisie over waar het
slechte weer voorkwam, en precisie over wat de gevolgen van het slechte weer
waren. Hiervoor bleken meer 'ogen' nodig te zijn dan de conventionele
waarnemingsstations van de Amerikaanse weerdienst. Een netwerk van
vrijwilligers, gelijkelijk verdeeld over de staten, leverde uiteindelijk het
gewenste resultaat op. De nieuwe vorm van waarschuwingen heeft duidelijk
succes, want het aantal dodelijke slachtoffers laat in de Verenigde Staten een
dalende lijn zien.
In
Nederland hebben we niet echt een seizoen waarin bijna wekelijks zwaar noodweer
voorkomt. Toch gebeurt het ook bij ons zo'n 2 tot 5 keer per jaar, dat
waarschuwingen op zijn plaats zijn vanwege snel veranderende, en
levensbedreigende, weersomstandigheden. Betere waarschuwingen, dus meer
plaatsgebonden en met een betere beschrijving van de gevolgen voor de mens,
zouden ook in Nederland in die enkele situaties de narigheid kunnen verkleinen.
Met
de ervaringen van de VS in het achterhoofd werkt het KNMI sinds 1997 ook met
een vrijwilligersnetwerk. Het dient als extra informatiebron naast het
reguliere waarnemingsnetwerk van ruwweg 40 KNMI / Klu-stations.
De
vrijwilliger, heeft daardoor een belangrijke functie, want zijn/haar ogen
vormen voor de meteoroloog in de weerkamer in De Bilt een extra gegevensbron.
Met de extra binnenkomende berichten overziet de meteoroloog nog beter of extra
waarschuwingen op zijn plaats zijn. Op die manier werkt de vrijwilliger mee aan
het waarschuwen van de Nederlandse bevolking en hopelijk vertaalt zich dat ook
in ons land tot een afname van het aantal slachtoffers door gevaarlijk weer.
In
1997 ontstond na overleg tussen KNMI en de Vereniging voor Weerkunde en
Klimatologie (VWK), voorheen de
Werkgroep Weeramateurs der NVWS, het Netwerk Vrijwillige Waarnemers KNMI
(kortweg NVW-KNMI). Een groot aantal leden van de VWK houden dagelijks bij wat
er bij hen in de buurt op meteorologisch gebied plaatsvindt. Het lag voor de
hand om de leden van deze vereniging te benaderen om mee te doen aan het
NVW-KNMI. Ruim 100 personen hebben zich destijds aangemeld, waaronder dus vele
VWK-ers.
Het
lidmaatschap van de VWK is echter geen vereiste om aan het NVW-KNMI deel te
nemen. Ieder die geïnteresseerd is om netwerkdeelnemer te worden kan zich
aanmelden (zie aanmeldingsprocedure).
Het gebied waarbinnen het NVW-KNMI graag zoveel mogelijk
waarnemingslocaties heeft, beslaat uiteraard Nederland, maar ook de vlak aan
Nederland grenzende gebieden in Duitsland en België Immers als extreme
weersverschijnselen, op hun weg naar Nederland, al buiten de landsgrens worden
gerapporteerd, betekent dat een vergroting van actuele kennis van het
zwaar-weer dat in aantocht is. Ieders inzet, in welke vorm dan ook, wordt
gewaardeerd.
In
2001 is nagegaan of de tot dan toe gevolgde wijze van melding van
weersverschijnselen goed werkte. Het bleek dat een herziening van de procedures
nodig was. Daarbij is besloten om alle waarnemingen in de herziene situatie uit
te voeren via een email-achtige structuur waarbij een invoerscherm op de
KNMI-internetsite wordt gebruikt.
De
nieuwe structuur is binnen het KNMI al getest op bruikbaarheid.
In
de komende maanden volgt een testfase waarbij de aangemelde deelnemers hun
waarnemingen in kunnen voeren.
Deze
“externe” testfase zal na de winter van 2002/2003 worden geëvalueerd Daarna
volgt de definitieve ingebruikstelling van het herziene NVW-KNMI.

Op
dit kaartje een overzicht van de posten van het NVW-KNMI.
De
rode cirkeltjes geven de posities van het reguliere netwerk van
KNMI-waarnemingsstations, de groene de posities van de NVW-deelnemers ( per
juli 2002)
Hoe
het netwerk werkt, en wanneer wij hopen dat u in actie komt, wordt verderop
uitgelegd.
Bent
u nog geen deelnemer van NVW-KNMI maar wilt u, na het lezen van de
aanmeldingsprocedure (te vinden achteraan de waarnemingsinstructie) ook
deelnemen aan het netwerk dan stelt het KNMI dat zeer op prijs. U kunt in dat
geval een aanvraag sturen om deelnemer te worden van het NVW-KNMI. Die aanvraag
kunt u richten aan: nvw@knmi.nl
Welke
situatie vraagt om actie?
In
Nederland hebben we te maken met heel wisselend weer. Zeer zwaar weer komt
echter niet zo vaak voor. Zo’n 2 tot 5 keer per jaar gebeurt er op weerkundig
gebied iets dat de samenleving (in delen van het land) uit haar normale doen
brengt (soms is het woord ‘ontwricht’ zelfs op zijn plaats). Juist die zeldzame
gebeurtenissen, die van tevoren qua zwaarte moeilijk zijn in te schatten, zijn
met hulp van het vrijwilligersnetwerk waarschijnlijk beter te traceren en in
ontwikkeling te volgen. Dat biedt de meteoroloog in de weerkamer de kans zijn
waarschuwing verder te detailleren en mogelijk nog eerder te verzenden.
Belangrijk
is dus dat de meteoroloog de juiste gegevens uit het land krijgt. Een
veertigtal waarnemingsstations van het KNMI en de Koninklijke Luchtmacht
leveren ieder uur een schat aan gegevens. Deze berichten worden in codes
doorgegeven en ook internationaal uitgewisseld.
De
meteoroloog analyseert aan de hand van de reguliere waarnemingen de
weersituatie. Het reguliere waarnemingsnetwerk van KNMI en Koninklijk
Luchtmacht bestaat uit een 40-tal (ten dele geautomatiseerde) weerstations. In
de praktijk blijkt dat, in de zeldzame momenten met extreem weer, het reguliere
waarnemingsnetwerk vaak niet dicht genoeg is. De ‘witte vlekken’ vormen
plaatsen waarvan in detail minder duidelijk is hoe de weerkundige situatie ter
plaatse is.
Een
voorbeeld: de weerradar geeft aan dat er een pittige bui boven de Veluwe hangt.
Het regent er hard, dat is duidelijk. Ook vliegveld Deelen, het
dichtstbijzijnde reguliere waarnemingsstation, geeft aan dat het regent, maar
wat de gevolgen van de regen zijn is niet direct duidelijk. Stroomt het water
rustig weg en is ‘even schuilen voor de regen’ het enige wat mensen doen, of
staat alles blank en komen putdeksels in de straten naar boven. De meteoroloog
kan wachten tot hij een melding van andere instanties, zoals ANWB, politie of
brandweer, ontvangt, maar dat gebeurt lang niet altijd. Een detaillering van de
uitstaande berichtgeving is dus niet mogelijk. Is er echter een waarnemer van
het vrijwilligersnetwerk in de buurt, dan wordt de kans dat de meteoroloog meer
informatie krijgt al een stuk groter. De mogelijkheid tot een meer
gedetailleerde berichtgeving/waarschuwing wordt aanzienlijk vergroot, en daar
is de samenleving bij gebaat.
Maar,
het systeem werkt alleen als iedereen op vrijwel dezelfde manier zijn
waarnemingen maakt. Alleen dan is vergelijking mogelijk. Het KNMI is er zich
terdege van bewust dat u meestal geen officiële opleiding heeft gevolgd om
weerkundige fenomenen waar te nemen, maar dat is in deze situatie ook niet
nodig. Het KNMI heeft een aantal criteria opgesteld die aangeven bij welke
verschijnselen het Instituut graag extra informatie zou ontvangen. Deze
verschijnselen zijn voor iedereen, leek of professional, vaak zelfs zonder
meetapparatuur, te beschrijven. Een scherpe blik is vaak voldoende om de
meteoroloog goed te kunnen informeren.
De
gevaarlijk-weer-verschijnselen en hun NVW-begrenzingen
-Zware
regenval
Als
de neerslag (soms langdurig) valt uit een vrijwel gesloten wolkendek zoals bij
een frontensysteem.
Er
wordt onderscheid gemaakt m.b.t de tijd van het jaar waarin de neerslagsom
wordt geconstateerd.
Valt
de regen in het koude seizoen, November tot en met
Maart, dan geldt:
Minimumhoeveelheid 20 millimeter binnen afgelopen 4 uren of
minstens 30 mm binnen laatste 6 uren.
Valt
de regen in de andere maanden, April tot en met Oktober,
dan geldt:
Minimumhoeveelheid 20 millimeter binnen afgelopen 3 uren of minstens
40 mm binnen laatste 6 uren.
Visuele
gevolgen: Wegen/straten/landerijen die blank komen te staan of andere problemen
(b.v. grondverschuivingen in heuvelachtige omgeving door het doordrenkt raken
van de grond).
-Zware buien
Als de neerslag valt uit Cumulonimbuswolken, de bekende
‘bloemkool’wolken en de neerslagduur beperkt is (afhankelijk van treksnelheid
buien).
Als er bij een bui in het afgelopen uur tenminste 20
millimeter aan neerslag is gemeten, ongeacht de tijd van het jaar waarin de
bui zich heeft voorgedaan.
Visuele verschijnselen: Wegen/straten die blank komen te staan doordat
rioleringen het water niet aankunnen, putdeksels die omhoog komen en andere
problemen (b.v. modderstromen in heuvelachtige omgeving).
Soms zijn de buienwolken verscholen in een dik frontaal
wolkenpakket. In zo’n situatie kan bij het bereiken van het ‘zware
bui’-criterium dit item ook als ‘zware regenval’ worden gemeld.
-
Zwaar onweer:
Veelvuldig
optreden van bliksemontladingen (minimaal 10 tot 15 per minuut zichtbaar vanaf
de waarneemlocatie) eventueel gekoppeld aan zware neerslag/zware
windstoten/hagel etc.
-
Matige sneeuwval
Vorming van een VERS
sneeuwdek van minimaal 5 cm in de afgelopen 2 uren.
-Zware sneeuwval
Vorming
van een VERS sneeuwdek van minimaal 5 cm in het afgelopen uur.
-Totale
sneeuwdekhoogte
Gemiddelde
hoogte van het TOTALE sneeuwdek in centimeters. Kies voor uw meting een representatief stuk terrein in uw
omgeving of meet het sneeuwdek op een paar plaatsen en middel de meetwaarden
daarna. Om enige vergelijking met andere posten te kunnen maken wordt voor dit
NVW-item gevraagd om zo dicht mogelijk bij de zogenaamde main-hours, 00, 06, 12
of 18 UTC een meting te verrichten. Indien er in uw terrein een gebroken
sneeuwdek (her en der kale plekken zonder sneeuw) aanwezig is, is dat in een
korte toelichting te vermelden.
-Sneeuwjacht
Combinatie
van sneeuwdek en/of sneeuwval en sterke wind.
Er
is sprake van sterke zichtvermindering (zicht minder dan 200 meter) door de
opstuivende sneeuw en eventueel vorming van sneeuwduinen. Wind minimaal 6 of 7
bft.
-Sneeuwstorm
Als
bij sneeuwjacht maar nu met meer wind, minimaal 8 bft.
-Hagel
Hagelstenen
met een doorsnede van tenminste 2 cm OF een totale laag hagel van minimaal 3 cm
dikte, ongeacht de hagelsteendiameter. Ook melding indien alleen schade t.g.v.
hagel aan planten/objecten wordt geconstateerd, waarbij duidelijke indicatie bestaat
dat doorsnede van de hagelstenen die de schade veroorzaakten groter was dan 2
cm.
-
IJzel:
Aanzetting
van ijs op straten, stoepen en/of objecten door bevriezing van vloeibare
neerslag (bij voorkeur onderkoeld), ongeacht de aanzettingsdikte! (indien
mogelijk graag detailinfo over dikte van de ijzelafzetting en zichtbare
gevolgen in de omgeving (b.v afbreken boomtakken etc). Ook lichte ijzel (b.v.
veroorzaakt door onderkoelde motregen) levert meestal acuut problemen op voor
mensen/voertuigen.
-
IJsregen:
Een verzameling bevroren neerslagelementen die in de winterperiode extra kans geeft op gladheid. Deze neerslagvorm lijkt enigszins op hagel, maar de ijsdeeltjes zijn vaak erg hoekig en puntig van vorm. Vergeleken met ijzel is een afzetting van ijsregen op stoepen/wegen ruwer en geeft mensen/voertuigen daarom iets meer grip op het wegdek, maar kan de begaanbaarheid toch sterk beperken.
-
Gladheid
Diverse
vormen van gladheid zijn onder dit item gerangschikt, te weten:
Gladheid door opvriezing:
In
perioden wanneer de dooi is ingezet en in heldere nachten de vorst nog niet
geheel uit de grond is verdwenen is deze gladheidsvorm een belangrijk item om
te melden. De laag ijskristallen die de gladheid veroorzaakt is vaak van
minieme dikte (waterdamp in de lucht welke direct kristalliseert op het droge
wegdek of ijskristalvorming op plaatsen waar het wegdek nog vochtig is), zeer
doorzichtig en daardoor erg verraderlijk (vaak alleen herkenbaar door
schittering van de ijskristallen in lantaarnlicht of andere lichtbronnen). Dit
type ijskristal-vorming wordt ook wel “black ice”genoemd. Dit type gladheid kan
optreden terwijl de luchttemperatuur op geringe hoogte boven het wegdek nog
boven nul is!
Gladheid door aanvriezende mist
Het
witte laagje rijp op het wegdek is vaak redelijk snel herkenbaar voor de
weggebruiker. Het snelst is rijpvorming zichtbaar op bruggen en viaducten.
Gladheid door bevriezing van natte weggedeelten.
Tijdens
opklaringen daalt de temperatuur van het wegdek door uitstraling tot onder het
vriespunt. Water op het wegdek bevriest en vochtige plekken worden glad door
ijskristalvorming.
Gladheid door sneeuwval.
Is
er gedurende langere tijd geen sneeuwval geweest, dan levert de eerste keer dat
deze neerslagvorm wordt geconstateerd vaak een verrassing op voor het verkeer,
ongeacht de hoeveelheid.
Zo’n
beperkte laag verse sneeuw die niet onder de hiervoor genoemde sneeuwval-NVW
criteria valt, kan worden gemeld via het item gladheid als het voor het eerst
sinds langere tijd niet heeft gesneeuwd.
Daarna,
in een wintersituatie van langere duur, ALLEEN melding van kleine VERSE hoeveelheden als het ook daadwerkelijk leidt tot
gladheid op wegen.
-Dichte mist of
mistbanken:
Zichtwaarden tussen 50-200 meter en op de
waarnemingslocatie al een risico vormend voor het verkeer.
-Zeer dichte
mist of mistbanken:
Zichtwaarden
minder dan 50 meter en op de waarnemingslocatie al een risico vormend voor het
verkeer.
-Extreem dicht
mist
Zichtwaarden
lager dan 10 meter.
-Zichtafname
door stof/zand
Aanzienlijke
zichtvermindering (zicht minder dan 200 meter) door opgewerveld zand en stof
dat daarbij hinder oplevert voor het verkeer. Dit item kan af en toe optreden
in droge perioden in het voorjaar, met name op lichte zand- en veengronden bij
krachtige oosten- of noordoostenwind.
Hierna
de windgebonden verschijnselen:
Een kortdurende toename van wind wordt in de weerterminologie
verwoord door windstoten, windvlagen, rukwinden. Het gaat hierbij om perioden
van enkele seconden tot hooguit enkele tientallen seconden dat de wind sterk
toeneemt en daarna weer afneemt. De gemeten windstoten moeten minimaal
anderhalf keer boven de (over 10 minuten) gemiddelde windsnelheid uitkomen. De NVW-kenmerken:
- Zware windstoten 41 knopen/ 20,8
m/s (75 km/uur) en meer
Omver
blazen van mensen, afbreken van primaire boomtakken, omvallen van bomen, of
andere opmerkelijke schade.
- Zeer zware windstoten 56 knopen/ 28,5 m/s (103
km/uur) en meer
Als
bij zware windstoten. Grote schade op uitgebreide schaal mogelijk. Gevaar door
rondvliegende objecten. Zeer gevaarlijk voor het verkeer met name voor
fietsers, bromfietsers, vrachtauto's, auto's met aanhanger en caravans en voor
watersporters.
-
Storm (9 Bft),
zware storm (10 Bft), zeer zware storm
(11 Bft), orkaan (12 Bft).
Deze windfenomenen beslaan langere perioden. Tenminste over een
periode van 10 minuten staat er gemiddeld een wind met genoemde sterkte, vaak
verwoord met de terminologie uit de Beaufortschaal (Bft).
De NVW-kenmerken van de
diverse gradaties van wind in de Beaufortschaal kracht 9 tot 12.
Terminologie/ Windkracht/ gemiddelde windsnelheid knopen,
m/sec en (km per uur)/ beschrijving en effecten op mens en omgeving
- Storm 9 Bft tenminste 41 knopen / 20,8 m/s (75-88 km/uur)
Schoorsteenkappen
en dakpannen waaien weg, kinderen waaien om. Secundaire en primaire boomtakken
breken af.
- Zware storm 10
Bft tenminste 48 knopen / 24,5 m/s (89-102 km/uur)
Afbreken
van primaire (grote) takken, omvallen van bomen, schade aan gebouwen.
Volwassenen waaien om. Verkeer ondervindt hinder. Extra risico voor
(brom)fietsers, motorrijders, vrachtauto's, auto's met aanhanger en caravans.
- Zeer zware storm 11 Bft tenminste 56 knopen /
28,5 m/s (103-117 km/uur)
Veel
hinder voor het verkeer. Levensgevaarlijk door rondvliegende objecten en
takken.
Uitgebreide schade aan gebouwen en bossen.
- Orkaan 12 Bft tenminste 64 knopen / >32,6 m/s ( >117 km/uur)
Grootschalige
verwoestingen mogelijk en levensgevaarlijk op straat; niet alleen
(brom)fietsers, ook auto's worden van de weg geblazen. Wegen en spoorlijnen
versperd. Het openbare leven grotendeels ontwricht.
Afhankelijk
van uw locatie manifesteert de wind zich soms dus op verschillende manieren. Een
zware storm die boven zee en in de kuststrook een windkracht 10 haalt
(gemiddeld 89-102 km/uur), wordt veel verder landinwaarts op een andere manier
ervaren. De wind wordt daar geremd door bossen, bebouwing etc. en haalt
‘gemiddeld’ misschien niet meer dan windkracht 7 (50 tot 61 km/uur). Toch komen
er in het binnenland nog wel kortdurende momenten met veel wind voor, de zware
of zeer zware windstoten. Juist die zijn nog verraderlijker en leveren wel
degelijk gevaar op voor de omgeving. Het kan dus gebeuren dat waarnemers ver
landinwaarts melding maken van (zeer) zware windstoten terwijl iemand aan de
kust het item storm, zware storm hanteert bij het verzenden van zijn
waarneming.
- Wind- en
waterhozen:
Melding
van lichte en zware hozen, zowel boven land als water, al of niet met volledig
ontwikkelde slurf. Zie ook opmerking
hieronder !!!
- stofhozen:
Lichter
type luchtwerveling waarbij voorwerpen worden opgenomen maar waarbij de hoos
zelf niet verbonden is met een wolk. (vaak op heldere voorjaars- en zomerdagen
op graslanden, duinstroken en akkers). Zie opmerking hieronder !!!
Opmerking bij
melding van wind- water en stofhozen:
Heeft
u een hoos waargenomen dan wordt verzocht om, voor zover mogelijk, in de
toelichting van uw waarneming een aantal zaken te vermelden: Het KNMI wil in
ieder geval graag de volgende informatie over de hoosmelding van u weten:
=De
richting waarin u de hoos waarnam (in windstreken of graden, b.v. in Westelijke
richting, of 270 graden) en, indien mogelijk, de trekrichting van de hoos (pas
enigszins goed vast te stellen als de hoos zich dicht in uw omgeving bevindt).
=aangeven
of het een hoos was die zich boven land of boven water bevond.
=De
duur van het verschijnsel (mocht de hoos nog bestaan terwijl u uw waarneming
inzend, vermeldt dit dan ook).
=Geschatte
afstand van de waarnemer tot de hoos. (in meters/kilometers)
=Bijzonderheden,
zoals het uiterlijk van de slurf (b.v.
reikte tot 1/3 afstand wolkenbasis-aarde), aangerichte schade etc.
=Zijn
er foto- of video-opnamen van de hoos gemaakt?
Zoals
u al zag zijn er per weersverschijnsel cijfermatige grenzen bepaald
(bijvoorbeeld windsnelheid in km/uur) of verschijnselen opgesomd die gewoon
waar te nemen zijn.
De
grenzen voor deze verschijnselen wijken ten dele af van de in bijlage Voorwaarschuwing gevaarlijk weer of een Weeralarm
vermelde grenzen.
Bewust
zijn de grenzen waarbij u als NVW-deelnemer in actie komt soms wat lager
gesteld dan deze Weeralarm- of Voorwaarschuwingsgrenzen. Immers de meteoroloog
wil zo vroeg mogelijk indicaties of er ergens iets in de weersituatie duidt op
mogelijke risico’s voor het publiek.
Als
een NVW-grens van de hiervoor gepresenteerde weersverschijnselen wordt overschreden
wordt van u gevraagd een bericht op te stellen.
Hoe
de berichteninzending plaats vindt, leest u verderop.
U
ziet, een weersverschijnsel kan op meerdere manieren worden beschreven, soms
met keiharde getallen (meetwaarden) maar vaak ook door kenmerken van schade
etc. Als deelnemer in het NVW-KNMI hoeft
u niet direct te beschikken over geijkte meetapparatuur als u iets opvallends
wilt melden. Getallen over bijvoorbeeld de waarde van de windstoot zijn niet
beslist nodig. Het gaat juist om de kenmerken van het weersverschijnsel dat u
heeft waargenomen of de uitwerking die het verschijnsel heeft gehad op de
omgeving. Een windstoot van 60 km/uur levert in de zomer (bij bomen vol blad)
even veel, of misschien wel meer, schade of risico op als een windstoot van 90
km/uur bij kale bomen in de winter.
Belangrijk 3
Zorg
dat u op een ‘zuivere’ manier waarneemt, overdrijf uw beschrijving niet. Uw
waarneming kan tot gevolg hebben dat een waarschuwing voor het publiek wordt
aangescherpt. Zou later blijken dat uw waarneming als ‘zwaar’ wordt omschreven
terwijl hij dat in werkelijkheid niet was, dan verliest de kracht van het
NVW-KNMI snel zijn waarde.
Geef
in de waarneming dus puur aan wat zich daadwerkelijk heeft voorgedaan. In
combinatie met de waarnemingen uit uw omgeving krijgt de meteoroloog dan een
goed totaalbeeld van wat er gebeurt en alleen op die manier kan hij/zij de
juiste conclusies trekken.
Verder
willen we U er nogmaals op wijzen dat de essentie van de meldingen moet zijn,
dat er echt problemen bij u in de buurt zijn, veroorzaakt door het slechte weer
van dat moment.
Ligt
er bijvoorbeeld nog een ‘oude’ vastgereden sneeuwlaag dan kan dat nog lang
aanleiding geven tot glibberpartijen. Dergelijke gladheid valt echter niet
onder ‘NVW-weer’.
Is
een oude sneeuwlaag echter bijna weggedooid en valt er plots opnieuw 5 cm verse
sneeuw dan is dat juist wel weer van belang om te melden.
Meldt
uw waarneming dus als u er zeker van bent, dat er bij u iets gebeurt dat echt
van belang is en dat voldoet aan de hiervoor gestelde regels. En, misschien tot
uw spijt, zal het dan hooguit 2 of 3 maal per jaar zijn dat u iets kunt melden
maar met die melding is het KNMI bijzonder content.
Melding van enkele zeldzame verschijnselen die niets met gevaarlijk weer te maken hebben.
Er
bestaan enkele verschijnselen die geen gevaar opleveren maar die voor het KNMI
interessant zijn om te vernemen. Het betreft hier verschijnselen die tamelijk
zeldzaam zijn en die op internationaal gebied voortdurend worden onderzocht.
Van de volgende fenomenen kan via het netwerk NVW-KNMI ook melding gemaakt
worden:
= Poollicht
Kleurige
lichtvlekken (veelal groen, diep rood, wit of paars) die variëren in
lichtsterkte en verschijningsvorm. Ze zijn vaak het eerst zichtbaar aan de
noordelijke nachthemel maar in sterke poollichtsituaties kunnen ze grote delen
van de hemelkoepel beslaan. Poollicht kan verward worden met lichtreflecties
van kunstmatige lichtbronnen tegen hoge wolkenlagen (zoals bij kassen en
steden). Poollicht onderscheidt zich van dit type lichtreflectie doordat het
licht van sterren onbelemmerd door het poollicht heen zichtbaar blijft. Graag
bij uw beschrijving van poollicht aangeven hoe u de lichtsluiers heeft gezien,
in welke hemelstreek ze zich bevonden en hoe eventuele veranderingen
plaatsvonden.
=lichtende
nachtwolken
Deze
wolken bevinden zich op zeer grote hoogte in de atmosfeer ( rond 85 km boven
het aardoppervlak) en zijn alleen in het zomerseizoen (mei t/m augustus) vanuit
deze streken zichtbaar.
De
wolken worden pas ruim na zonsondergang zichtbaar en blijven dat soms tot een uur
voor zonsopkomst). De meest gebruikelijke hemelstreek voor lichtende
nachtwolken is die tussen noordwest en noordoost en vaak niet hoger reikend dan
tot 20 graden boven de horizon. De wolken zijn vaak zilverwit of blauwachtig
wit van tint en vertonen soms ribbels en golven.
In
uw melding van lichtende nachtwolken graag aangeven in welke sector/richting u
de wolken heeft gezien en tot hoe hoog boven de horizon ze zich bevonden. Ook
melding van eventuele details over het uiterlijk van deze wolken zijn zeer
welkom.
-Parelmoerwolken
Lenticularisachtige
wolken in november, december en januari (tot circa 1 uur na zonsondergang of
vanaf 1 uur voor zonsopkomst), die aan de randen zeer fraai gekleurd zijn
(vergelijkbaar met irisatietinten (maar dan vaak veel feller) in sommige soorten Altocumulusbewolking). De
parelmoerwolken bevinden zich op zeer grote hoogte, in de stratosfeer (meer dan
20 km boven het aardoppervlak).
.
Hoe ziet het door u op te
stellen bericht er uit?
Is
er in uw omgeving een grens voor een van de te melden items overschreden dan
hopen we zo snel mogelijk op uw bericht. De berichten worden alle per e-mail
verzonden naar het KNMI.
Op
de Internetsite van het KNMI,
http://www.knmi.nl is daarvoor
een speciale invoerpagina beschikbaar op http://www.knmi.nl/samenw/nvw/ (zie ook lijst belangrijke
gegevens NVW-KNMI helemaal aan het eind van deze instructie.)
De
inzendprocedure werkt als volgt.
U
vult het invoerscherm in ( waarbij u uw persoonlijke gebruikersnaam /
wachtwoord het eerst invoert) met een aantal vaste gegevens en een aantal op de
door u waargenomen verschijnselen betrekking hebbende gegevens.
Om
de duidelijkheid van de berichten zo groot mogelijk te maken is er een
standaardstructuur ingevoerd. Het (in dit voorbeeld reeds ingevulde)
invoerscherm heeft de volgende lay-out:

Elke waarneming bevat
standaard een aantal gegevens:
Þ de Gebruikersnaam, dit is naam van de netwerkdeelnemer.
In
de meeste gevallen zal de netwerkdeelnemer ook degene zijn die de waarneming
van het te melden verschijnsel heeft verricht.
Mocht
dit laatste echter niet zo zijn dan kunt u de naam van de waarnemer vermelden
in het item “Toelichting”, verderop in het bericht.
Þ Het wachtwoord, dit is een woord dat u bij uw aanmelding als netwerkdeelnemer heeft
vastgelegd en dat alleen bij uzelf en de systeembeheerder bekend is.
Þ De plaats van waarneming, op een 4-tal manieren kunt u aangeven WAAR u de waarneming heeft gedaan:
U heeft de volgende mogelijkheden:
A: Deed u uw waarneming op het bij het KNMI opgegeven postadres, dan
kunt u
uw waarneemlocatie aangeven met “standplaats”.
B: U kunt ook werken met Coördinaten.
U
vult de breedte en lengte van uw waarnemingspunt in. Deze gegevens zijn op
diverse manieren te bepalen, misschien door raadpleging van elektronische
plaatsbepalingssystemen, zoals GPS, maar ook redelijk af te leiden uit de
kaartjes zoals hier te vinden.
Voor
een kaart van heel Nederland met grid, klik hier (circa 165 kB)

Voor
een detailkaart van Noord-Nederland met grid, klik hier (circa 140
kB )

Voor
een detailkaart van Zuid- Nederland met grid, klik hier (circa 140
kB)

De Breedte en Lengte graag invullen in graden en minuten, waarbij u de kaartjes kunt gebruiken als schatting van uw positie als u niet beschikt over andere middelen.
Op de kaartjes zijn zoveel mogelijk plaatsen aangegeven ter oriëntatie. De rode lijnen zijn de snelwegen. Ook enkele plaatsen vlak over de Nederlandse grens zijn aangegeven.
C: Beschikt u over de zogenaamde Amersfoortse Coördinaten van uw waarneemlocatie dan kunt u die ook
invullen.
D: Kent u de Postcode van uw waarnemingspositie en
vult u die in, dan berekent het systeem een daaraan gekoppelde geografische
positie (minder nauwkeurig dan bij A en B en C).
Þ De datum
van de waarneming
De
datum staat standaard in gesteld op vandaag. U kunt echter in het scrollmenu
een andere datum aanklikken.
Þ tijdstip van melding
Let
op, altijd in
UTC (voorheen Greenwich Mean Time) noteren.
UTC = Nederlandse Wintertijd minus 1 uur. ( dus 20.18 uur MET = 19.18 UTC)
UTC = Nederlandse Zomertijd minus 2 uren.( dus 14.34 uur MEZT = 12.34 UTC)
Þ De Waarneming in de subjectline, keuze
uit diverse mogelijkheden.
Slechts
één keuze is mogelijk dus weeg af welke het best bij uw waarneming past. Altijd
een mogelijkheid kiezen.
Þ De uitleg van de
subjectline.
Deze
uitleg verschijnt automatisch om u te helpen bij het bepalen van de juiste
keuze van items.
Þ Toelichting.
Hier beschrijft u de
bijzonderheden van de waarneming.
Beschrijf het kort en bondig zodat de meteoroloog zo snel mogelijk ziet waar het om gaat.
Þ Verzend/wisknop.
Lees
uw ingevoerde gegevens nog eens goed na voordat u de waarneming verzendt.
Als
u het bericht heeft verzonden dan verschijnt nog een bedankmelding met de tekst
van uw zojuist verzonden bericht.

In
veel gevallen zal de meteoroloog genoeg hebben aan de informatie die u heeft
verzonden.
Het
is echter mogelijk dat men toch nader contact met u op wil nemen.
Het
KNMI bezit een compleet gegevensbestand van alle NVW-KNMI waarnemers. Een klein
deel van die gegevens (zoals het door u verstrekte contact-telefoonnummer) is
(na de evaluatieperiode) bij de meteoroloog beschikbaar zodat eventueel met u
contact opgenomen kan worden.
Het
is belangrijk dat u het onderdeel ‘toelichting’ zo kort en bondig mogelijk
houdt.
Het
gaat er immers om dat de meteoroloog in slechts enkele regels leest wat er aan
de hand is, een uitgebreid verslag van alles wat er plaatsvindt is niet direct
nodig.
Mocht
daar in een enkel geval wel behoefte aan zijn, dan neemt de meteoroloog zo
spoedig mogelijk contact met u op.U kunt, naar eigen goeddunken, achteraf
alsnog een separaat bericht zenden met meer details.
Tijdens
noodweer kan elke minuut belangrijk zijn. Een eerste snelle melding is dan veel
belangrijker dan een uitgebreid, maar daardoor veel later verstuurd,
bericht.
Er
is voor gekozen om in de subject-line alleen de categorie te tonen. waarin u
het verschijnsel plaatst. De meteoroloog ziet dan aan de binnenkomende
berichten ruwweg waar het om gaat. In de toelichting wordt duidelijk wat er
precies aan de hand is.
Hier
nog enkele ingevulde voorbeeldberichten.
Voorbeeld 1:
subject: zware hagel
plaats:
Hoogerheide
waarnemer:
J. Koddebeier.
Tijd:
19.35 uur.
verschijnsel:
zware hagel, stenen gemiddeld 3 cm, enkele van 5 cm
bijzonderheden:
deuken in auto’s
voorbeeld 2:
subject:
noodweer zware storm
plaats:
Den Oever
waarnemer:
J. de Wind
tijd:
14.00 uur.
verschijnsel:
zware storm
bijzonderheden:
verkeer ondervindt problemen, zware vrachauto omver geblazen op N332, bij Den Oever.
In
Wieringerwerf verschillende huizen beschadigd door rondvliegende dakpannen.
Voorbeeld 3:
subject:
sneeuwjacht
waarnemer:
B. de Vries
plaats:
Tzummarum
tijdstip:
15.00 uur l.t.
verschijnsel:
sneeuwjacht
bijzonderheden:
op de N 44 – Harlingen-Leeuwarden alleen op rechterrijstrook nog enigszins begaanbaar
voor gewoon verkeer. Af en toe duinvorming met sneeuwhoogte tot 20 cm.
Meldingen van
weersverschijnselen per telefoon aan regioknooppunt.
Verspreid
over het land zitten er overal deelnemers in het NVW-KNMI. De meesten
communiceren dus per e-mail via de speciale webpagina van de KNMI-site.
Sommige
deelnemers beschikken echter (nog) niet over een e-mailvoorziening.
Om
ook deze personen een mogelijkheid te bieden hun waarneming door te geven, is de
vroegere structuur van regionale “knooppunten” nog gehandhaafd.
Het
netwerk is onderverdeeld in 9 regio’s met in iedere regio een persoon die als
contactpersoon voor deze “telefonische” informanten fungeert (na de testfase
van de nieuwe opzet NVW-KNMI wordt bekend gemaakt welke personen in het
herziene NVW-KNMI de regio-knooppuntpersonen voor “alleen-telefoonbezitters”
zullen zijn).
Het
regio-knooppunt vormt het meldpunt van de ‘telefonische’ waarnemingen uit de
regio en voert die dan zelf in op het invoerscherm van de KNMI-site. Bij
toetreding tot het netwerk krijgt iedere nieuwe waarnemer in ieder geval de
naam en het telefoonnummer van de knooppuntpersoon in zijn regio. Mocht hij/zij
telefonisch iets m.b.t. actueel zwaar weer willen melden, dan weet men bij wie
hij/zij terecht kan.
Scenario 1:
De
meteoroloog verwacht een situatie waarbij extreme weersverschijnselen op kunnen
treden.
In
zo’n geval kan, bijvoorbeeld via NOS-teletekst (pagina 710) een
voorwaarschuwing (weer-alert) voor zwaar weer worden aangekondigd of een
zogenaamd weer-alarm worden afgekondigd. Deze berichten worden in het algemeen
vrij kort van tevoren verspreid omdat “zwaar-weer” zich vaak niet in zeer groot
detail al dagen van tevoren aankondigt
Het
weeralarm wordt op z’n vroegst zo’n 12 uur van tevoren aangekondigd, voor een
voorwaarschuwing gelden ruimere marges (tot 72 uur van tevoren) . Afhankelijk
van het weertype (een storm is soms eerder aan te zien komen dan zware buien
die plotseling ontstaan) zal de waarschuwingstijd soms korter zijn.
Berichtgeving
over Voorwaarschuwing en/of Weeralarm (voor criteria zie bijlage achteraan deze
instructie)
Let op: Het hierna
volgende is van pas ten dele van toepassing Ná evaluatie van de
proefperiode van het herziene NVW-KNMI,
·
Er
zal bij het uitgeven van een weer-alert of een weeralarm naar alle deelnemers
van het NVW-KNMI een e-mail worden gezonden waarin de tekst van de
voorwaarschuwing of het alarm wordt gemeld. Dit verzenden gebeurt geheel
automatisch. U hoeft na ontvangst van dit bericht geen bevestiging van
ontvangst te sturen. Beschouw het bericht als een attendering om extra alert te
zijn.
Op
het moment dat u zo’n voorwaarschuwing-
of weeralarmtekst ontvangt, weet u wat u te doen staat. In het bericht staat
immers vermeldt wat er aan slecht weer verwacht wordt. Check voor u zelf of u
de NVW-procedures nog kent.
Overige
attentie-berichtgeving
In
sommige situaties heeft de meteoroloog de mogelijkheid om bij naderend slecht
weer nog extra informatie uit te sturen naar het netwerk. In zo’n geval kan een
deel van de deelnemers bijvoorbeeld nog extra worden geattendeerd en van meer
details worden voorzien. Zo’n extra bericht zal altijd als e-mailbericht worden
verstuurd. Zo’n extra bericht heeft geen vast format en kan zelfs in
niet-voorwaaarschuwings of niet-weeralarmperioden worden verzonden. Zeer
incidenteel kan de inhoud van dit type bericht ook worden benut voor verzoek
tot melding van andere bijzondere verschijnselen die niet op gevaarlijk weer
betrekking hebben (b.v. poollicht, lichtende nachtwolken etc).
De
bedoeling van het voorgaande is om u ‘op scherp te zetten’. Als u alert- en
alarmberichten ontvangt is er een redelijke kans dat (delen) van uw regio te
maken krijgen met het slechte weer. U weet nu wat er aan zwaar weer verwacht
wordt. Het is aan u om te zien of zich in uw omgeving opmerkelijke zaken
voordoen.
Het KNMI verwacht echter
niet dat u onnodige risico’s gaat nemen. De uitstaande waarschuwing geldt ook
voor u. Blijf alert en let daarbij ook op uw eigen veiligheid!
Als
u de voorwaarschuwing van de meteoroloog ontvangt, kunt u er vanuit gaan dat de
situatie geschikt is voor het ontstaan van noodweer. Geschikt betekent niet dat het ook gaat gebeuren. Wees
daarom zeer voorzichtig met het verspreiden van de voorwaarschuwing naar mensen
die geen kennis hebben van de meteorologie en van dit waarnemers-netwerk.
Sommige deelnemers in het NVW-KNMI zijn zelf betrokken bij verspreiding van
weerinformatie via andere kanalen zoals kranten, radio en/of TV. In zo’n geval
kunt u de toegestuurde (voor)waarschuwingsberichten natuurlijk extra benutten.
Blijft echter wel de letterlijke tekst gebruiken, zoals die van de weerkamer
afkomstig is.
U
bent de eerste die ‘zwaar-weer’verschijnselen ziet en er is door de meteoroloog
in de weerkamer nog geen alert- of alarmbericht uitgestuurd.
In
dat geval stuurt u zo snel mogelijk een waarneming via de eerder aangegeven
webpagina naar het KNMI.
De
meteoroloog kan dan na ontvangst van het bericht bezien of waarschuwingen
moeten worden uitgegeven.
Verwerking
binnenkomende berichten
In
de weerkamer wordt het door u verzonden bericht door de meteoroloog gelezen.
Als hij de inhoud heeft bekeken zendt hij (als de tekst volgens de aangegeven
procedure is opgesteld en uitsluitend over NVW bedoelde zaken gaat) het bericht
door naar de externe webpagina van de KNMI-website. Daar is de inhoud van het
bericht dan voor iedereen beschikbaar (ook weer te vinden op: http://www.knmi.nl/samenw/nvw/ )
Aanmelding
potentiële netwerkdeelne(e)m(st)er
Eind 1997 werd het Netwerk Vrijwillige Waarnemers
KNMI ( kortweg NVW-KNMI) opgericht.
Het doel van dit netwerk is om m.b.v. vrijwillige
waarnemingen, bij weersituaties die gevaar voor het publiek op kunnen leveren,
de kwaliteit van de weerberichtgeving/waarschuwingen nog extra te verhogen.
De deelnemers in het netwerk zijn verdeeld binnen 9
regio’s.
Bezitters van een Internetverbinding kunnen de
waarneming doorzenden via een speciale pagina op de KNMI-website.
Binnen iedere regio is ook een knooppunt aanwezig
dat in het bezit is van Internet. Netwerkdeelnemers die uitsluitend de
beschikking hebben over telefoon, kunnen hun waarneming in dat geval doorgeven
aan het regioknooppunt, die het vervolgens doorstuurt naar het KNMI
Alle punten
op een rij:
=Het KNMI heeft op haar eigen Internetsite een
beveiligde “invoer”pagina neergezet waarin de waarneming, volgens een vast
format, kan worden aangemaakt.
=De deelnemers in het NVW-KNMI zenden hun
waarnemingsgegevens via deze Internet-invoerpagina RECHTSTREEKS naar de
weerkamer van het KNMI.
=Deelnemers die zelf niet over Internet beschikken,
kunnen hun waarneming doorbellen naar de bestaande regioknooppunten of
eventueel van een Internet-mogelijkheid
van anderen (kennissen, Internetcafe etc) gebruik maken.
=Na ontvangst van het bericht op de weerkamer, neemt
de meteoroloog kennis van de inhoud en stuurt het bericht vervolgens naar een
speciale waarnemingenpagina van de algemene KNMI-Internetsite waar het bericht door iedereen kan worden gelezen.
=Berichten met een ondeugdelijke inhoud (b.v.
gebruik van aanstootgevende woorden of
niet op de gemelde verschijnselen van toepassing zijnde informatie) kunnen door
de meteoroloog worden geblokkeerd voor verspreiding in het openbaar.
=Om een waarneming te kunnen versturen, dient de waarnemer
een Gebruikersnaam/Wachtwoord aan het begin van de invoerpagina in te vullen.
Alleen dan kan het bericht worden verstuurd. Hiermee wordt voorkomen dat
onbevoegden in het systeem berichten aanmaken en mogelijk misbruik maken van
het systeem.
Opleiding/cursus waarnemen
Om het niveau van de meldingen op een zo hoog
mogelijk peil te krijgen is kennisvergroting bij de netwerkdeelnemers over de
betreffende materie een punt van
aandacht. Het KNMI denkt daarbij aan kennisoverdracht naar de netwerkdeelnemers
via een kleine cursus die op het KNMI kan worden verzorgd. Deze cursus zal regelmatig worden herhaald
waarbij steeds een ander deel van de netwerkdeelnemers kan deelnemen.
Om een indruk te krijgen van de kennis en ervaring
van de deelnemers wordt al bij de aanmeldingprocedure verzocht hiervan een kort overzicht te geven. Ook de
deelnemers die reeds in het netwerk aanwezig waren, is reeds verzocht deze
informatie te verstrekken.
Personen die zich in de toekomst bij het NVW-KNMI
als deelnemer aan willen melden kunnen dat doen door de hier getoonde
aanmeldingspagina’s uit te printen en ingevuld aan het KNMI per post toe te
zenden.
Daarna zal men in het deelnemersbestand worden
toegevoegd.
Voordat men zich aanmeldt dient men de
waarnemingsinstructie, welke op Internet is geplaatst, door te nemen.
Het KNMI houdt zich te allen tijde het recht voor om
een aanmeldingsverzoek voor deelneming aan het NVW-KNMI te weigeren.
Daarbij zal aan de betrokkene echter vooraf
schriftelijk dan wel mondeling een vermelding van redenen van weigering moeten
worden verstrekt. Mocht een deelnemer
zich bij het aanleveren van informatie niet houden aan de afspraken zoals
vermeld in de waarnemingsinstructie, dan kan het KNMI de betrokken persoon ook
uitsluiten van verdere deelneming aan het NVW-KNMI. Uiteraard geldt ook hier dat in dergelijke situaties overleg
tussen betrokken partijen moet worden gepleegd voordat tot een dergelijke stap
wordt besloten.
Potentiële deelnemers aan het NVW-KNMI hoeven niet perse lid te zijn van een vereniging of organisatie die zich bezighoudt met het terrein van meteorologie of aanverwante wetenschappen.
VERZOEK
De coördinator van het NVW-KNMI zou graag van u de
volgende lijst met vragen beantwoord zien. U kunt de vragenlijst invullen en per post te retourneren naar het volgende adres:
KNMI
t.a.v. dhr J. Kuiper
kamer A 3.17
Postbus 201
3730 AE De Bilt.
Opmerking:
HET KNMI ZAL DE NU DOOR U VERSTREKTE GEGEVENS ALLEEN
GEBRUIKEN VOOR HET FUNCTIONEREN VAN HET NVW-KNMI.
DERDEN KRIJGEN GEEN INZAGE IN DEZE GEGEVENS,
WAARDOOR INBREUK OP PRIVACY-GEVOELIGE INFORMATIE WORDT GEBLOKKEERD.
Coördinator Netwerk Vrijwillige Waarnemers KNMI.
Vragenlijst:
Naamgegevens deelnemer (M/V)
o man o vrouw
= voorletter(s) * :
=voornaam(en) :
=achternaam
* :
=geboortedatum :
adresgegevens
= straat en huisnr. :
=postcode :
=woonplaats * :
Indien mogelijk, Geografische coördinaten woonplaats
Noorder Breedte* : …
graden, …. minuten.
Ooster Lengte * : ...
graden, …
minuten.
* de met een ster gemarkeerde items kunnen deel
uitmaken van de presentatievorm van een waarneming zoals die op de
KNMI-Internetsite wordt getoond.
Administratieve gegevens:
= telefoonnummer woonadres :
=telefoonnummer waarop u het best bereikbaar bent
bij
eventuele navraag op ontvangen berichten :
=e-mailadres(sen) voor contact binnen NVW-KNMI :
=eventueel ander e-mailadres
voor andere
zaken, c.q. correspondentie :
= Gebruikersnaam
(= uw achternaam), invoerveld
**
(geen leestekens/spaties en alleen kleine letters
gebruiken) :
= wachtwoord invoerveld ** (maximaal 8 (kleine)
letters) :
**Deze gegevens dient u zelf ook ergens te bewaren
zodat u ze altijd beschikbaar heeft als u een melding via de speciale
invoerpagina wilt doen.
**Deze gegevens NOOIT
aan derden (buiten de NVW-KNMI coördinator)
verstrekken!
Ervaring en
kennis op meteorologisch gebied, c.q. aanverwante wetenschappen:
= Wat is de reden waarom u mee wil werken aan het
Netwerk Vrijwillige waarnemers KNMI?
Antw:
=Er bestaan naast het KNMI-netwerk nog andere
netwerken van actieve ‘weer’mensen
(b.v. opgezet door weerjournalisten en/of verenigingen). Levert u aan
deze andere netwerken ook nog een bijdrage?
Antw:
=Bent u al enige tijd met weerkunde (b.v. als hobby) bezig of is dit terrein
voor u geheel nieuw?
Antw:
=Indien de voorgaande vraag met ja beantwoord kan
worden, kunt u dan in het kort wat over uw eigen activiteiten op meteorologisch
gebied vertellen (vrijblijvend).
Antw:
=Bent u aangesloten bij een vereniging/organisatie
die op weerkundig terrein actief is?
Antw:
Opmerking:
U kunt, voordat u dit ingevulde vragenformulier
post, desgewenst een kopie maken voor uw eigen administratie.
Lijst met
belangrijke gegevens m.b.t.
Netwerk Vrijwillige Waarnemers KNMI
NVW-KNMI bezit de volgende URL's:
http://www.knmi.nl/samenw/nvw/ is het
binnenkomstscherm met alle basisinformatie.
Waarnemingen zijn
in te voeren (pas te verzenden na het juist intoetsen van uw Gebruikersnaam,
wachtwoord) op één van de daar getoonde links via: http://www.knmi.nl/samenw/nvw/inv.html
Administratieve berichten naar het KNMI (b.v. melding wijziging adresgegevens
etc) per e-mail naar: nvw@knmi.nl
Uw regio-nummer: ………………..
Uw NVW-KNMI deelnemersnummer ………………..
In geval van uitsluitend
telefonische doormelding waarnemingen:
Uw regio-knooppuntpersoon
is: naam: ……………………..………………
Tel-nummer: .………………………………
Vervanger*: naam: …………………..…………………
Tel-nummer:
.……………………………..
(*
spreek dit persoonlijk door met uw regio-knooppuntpersoon)
Bij afwezigheid van uw eigen regioknooppuntpersoon kan de waarneming
worden doorgegeven aan:
Ander
Regio-knooppuntpersoon: naam: ………………………..……
Tel-nummer: ……………………………..
Regio-nr: ………………………………
Zijn/haar vervanger *: naam: ………………………………
Tel-nummer: .……………………………..
(* spreek dit persoonlijk door met uw
regio-knooppuntpersoon)
Terug naar inhoudsopgave
Bijlage Weeralarm- en
Voorwaarschuwingscriteria
|
Belangrijk: De
criteria waarbij u als netwerkdeelnemer in actie kunt komen, wijken af van de criteria voor
weeralarm- en voorwaarschuwingsgrenzen. Om
toch ook daarvan een indruk te krijgen vindt u ze hier. Het
Voorwaarschuwings- / Weeralarmbulletin wordt uitgegeven door de
verantwoordelijke basis- / calamiteitenmeteoroloog, wanneer hij / zij
verwacht dat onderstaande criteria worden bereikt of overschreden: ·
Wind ·
zware storm, windkracht 10 (10 min. gemiddelde: 48-55 kt, 89-102
km/h) ·
zeer zware storm, windkracht 11 (10 min. gemiddelde:
56-63 kt, 103-117 km/h ·
orkaan, windkracht 12 (10 min. gemiddelde: >63 kt, >117 km/h ·
Windstoten ·
zeer zware windstoten: vlagerige wind met uitschieters van meer dan 55
kt, 28 m/s, 102 km/h Aanvullend geldt dat de windstoten een waarde
moeten hebben van minimaal 1,5 x ff (ff is de gemiddelde windsnelheid). Het
betreft hier momentane uitschieters van de wind die meestal, doch niet
altijd, samenhangen met (zware-)regen- en/of onweersbuien. In de
meteorologische benaming betreft het hier zeer zware windstoten. ·
Onweer ·
zwaar onweer (op grote schaal -ten minste ter grootte van een
provincie- met minstens 15 ontladingen per minuut binnen een straal van 15
kilometer; zeer zware windstoten, slagregens, wolkbreuk en/of hagel) ·
Winterse
neerslag ·
ijzel / ijsregen op grote schaal (ten minste ter grootte van een
provincie) ·
zware sneeuwval op grote schaal, (ten minste ter grootte van een
provincie) 5 cm of meer per uur + vers sneeuwdek opleverend van van ten
minste 5,5 cm) ·
sneeuwjacht: sneeuwval bij windkracht 6 of 7 Bft (22-33 kt) en zicht van <
200 meter · sneeuwstorm: sneeuw of driftsneeuw bij windkracht 8 of meer (34 kt of meer) en zicht van < 200 meter |
|
|