Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimaat
Beleidsadviezen
Adviezen aan de Nederlandse regering op het gebied van klimaat en klimaatverandering
K. Verbeek, KNMI
Klimaatonderzoek en het IPCC
Het totale klimaatonderzoek wordt omspannen door een ingewikkeld wetenschappelijk netwerk De link tussen al dat onderzoek en klimaatbeleid wordt verzorgd door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties. Het IPCC is opgedeeld in drie werkgroepen:

  • Werkgroep I richt zich op de natuurwetenschappelijke aspecten van zowel natuurlijke als door mensen veroorzaakte klimaatverandering.
  • Werkgroep II bestrijkt de kwetsbaarheid van maatschappelijke en natuurlijke systemen voor klimaatverandering inclusief de mogelijkheden tot aanpassing.
  • Werkgroep III bekijkt de mogelijkheden tot het terugdringen van door mensen veroorzaakte klimaatverandering.

Het atmosferisch en oceanografisch onderzoek op het KNMI, en het onderzoek naar klimaatvariabiliteit, evenals het werk aan de atmosferische samenstelling vallen onder Werkgroep I. De groep klimaatanalyse beweegt zich op het grensvlak van Werkgroep I en II.
Het soort onderzoek dat hoort bij de Werkgroepen II en III wordt in Nederland typisch gedaan bij respectievelijk de Wageningen Universiteit (Center for Climate Change and Biosphere) en het RIVM.
Het KNMI coördineert de Nederlandse bijdragen aan het IPCC en is Nederlands vertegenwoordiger bij de plenaire IPCC-vergaderingen.
Het IPCC en het Klimaatbeleid
Het mondiale klimaatbeleid is op gang gekomen in de jaren 90 nadat, op initiatief van de WMO en de UNEP (milieupoot VN), het IPCC, periodiek begon te rapporteren over de wetenschappelijke inzichten in klimaatverandering. Deze rapportages, de Assessment Reports (1990/1992, 1996, 2001) hebben, mede, aanleiding gegeven tot achtereenvolgens de oprichting van het klimaatverdrag van de VN (UNFCCC), de totstandkoming van het Kyoto Protocol en de ratificaties van dat protocol door de verschillende lidstaten. De lijn tussen wetenschap en beleid is in geval van klimaatverandering uitzonderlijk direct. Dat wil niet zeggen dat de beleidsmakers aan de wetenschappers vragen wat ze moeten doen. Op basis van de klimaatwetenschap maakt de politiek een inschatting van de maatschappelijke risico's van klimaatverandering. Op basis van die inschatting en andere zwaarwegende aspecten (kosten, belangen etc.) wordt beleid ontwikkeld.
Het IPCC rapporteert met name over wereldwijde aspecten van klimaatverandering. Het KNMI adviseert de Nederlandse overheid op basis van de IPCC-rapporten en eigen onderzoek. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan het voorlichten van de Nederlandse samenleving en specifieke adviezen voor specialistische doelgroepen (b.v. ten behoeve van het waterbeheer).