Klimaat
Effecten van El Niño op het weer in de wereld
El Nino heeft effecten op
het weer in grote delen van de wereld. Deze effecten hangen sterk van
de plaats en van de tijd van het jaar af. De sterkste effecten op de
regen zijn in Zuid-Oost Azië en de westelijke Stille Oceaan,
vooral in de droge tijd (augustus tot november). Temperatuureffecten
zijn er in vrijwel alle tropische gebieden. Ook het aantal orkanen
hengt in veel gebieden van El Niño af. In onze winter zijn de
effecten het uitgebreidst, dan is El Niño merkbaar van
Zuid-Afrika tot Oost-Rusland, en in grote delen van Noord- en
Zuid-Amerika.
Wij hebben gekeken hoe de waarnemingen met El Niño
samenhangen in onze vier seizoenen door de meetgegevens van 1185
neerslagstations en 402 temperatuurstations uit de GHCN v2 database
met minstens 40 jaar data en op minstens 2° afstand van elkaar te
bestuderen.
Blauwe cirkels geven aan dat er gemiddeld meer regen viel bij een El
Niño, rode cirkels dat het juist droger was bij een El
Niño. Voor La Niña geldt het omgekeerde. Hoe groter
het rondje, hoe sterker het verband.
Maart-Mei De grootste effecten in ons
voorjaar zijn in het westen van de Stille Oceaan: langs de evenaar
gaat het meer regenen en 10°-15° ten noorden en ten zuiden er
van wordt het droger. Het noorden van Mexico en de woestijnstaten van
de VS krijgen vaak meer regen. Het noordoosten van Brazilië
blijft vaak wat droger bij El Niño. Zelfs in ons stuk van
Europa regent het in de lente gemiddeld iets meer bij een El
Niño.
Juni-Augustus Het oosten van Indonesië
heeft in onze zomer vaak last van droogte bij een El Niño, die
regen valt dan verder naar het oosten op de eilanden in de Stille
Oceaan. Ook de Indiase moesson is vaak wat zwakker.
September-November In onze herfst zijn
de effecten van El Niño het sterkst. In heel Indonesië,
de Filippijnen en Oost-Australië is het droger dan normaal. Ook
in het grootste deel van India valt er meestal minder regen. Het
zuidpuntje van India en Oost-Afrika krijgen juist vaak meer regen,
evenals delen van Centraal-Azië en Spanje. Ook in Chili en
Uruguay regent het gemiddeld meer dan normaal.
December-Februari In onze winter
blijven de Filippijnen en Oost-Indonesië droger, terwijl de
eilanden langs de evenaar nog steeds meer regen hebben. Ook in
Florida is gemiddeld veel natter dan normaal. Mexico en de rest van
het zuiden van de VS hebben ook meer kans op regen. Droger is het
juist vaak in Zuid-Afrika en langs de noordkust van Zuid-Amerika
(o.a. Suriname en Aruba, Bonaire en Curaçao). In Uruguay en
Zuid-Brazilië regent het juist gemiddeld meer. Als ook het
zeewater langs de kust van Ecuador en Peru opwarmt regent het daar
aan de kust ook meer.
Voor de temperatuur geldt dat plaatsen met rode cirkels gemiddeld
warmer waren als er een El Niño aan de gang was, en blauw
kouder. Voor La Niña geldt het omgekeerde. Hoe groter het
rondje, hoe sterker het verband.
Maart-Mei In ons voorjaar is bij een El
Niño meestal in grote delen van de tropen warmer, evenals de
noordwest kust van de VS. Het zuidoosten en noordoost Mxico zijn vaak
wat warmer bij La Niña.
Juni-Augustus De hitte is nu nog
duidelijker in India, West-Afrika en het oosten van Zuid-Amerika. De
zomer in Oost-Azië en oostelijk Canada valt soms juist wat koeler
uit.
September-November De oostkust van
Midden- en Zuid-Amerika, India en zuidelijk Australië zijn vaak
wat warmer.
December-Februari De
temperatuureffecten van El Niño zijn het duidelijkst in onze
winter, als El Niño het sterkst is. Het noorden van Noord- en
Zuid-Amerika, Australië en ook zuidelijk Afrika hebben meestal
warmer weer dan normaal tijdens een El Niño.
Boven de Atlantische Oceaan, de Caribische Zee en de Golf van Mexico komen tijdens El Niño gemiddeld minder orkanen (hurricanes) voor, en tijdens La Niña meer. Aan de westkust van Mexico en de Verenigde staten komen bij El Niño juist meer orkanen aan land. In de centrale Stille Oceaan komen tijdens El Niño meer orkanen (typhoons) voor, zowel ten noorden als ten zuiden van de evenaar. Omdat ze oostelijker ontsaan, bereiken er juist minder Australië. Ook in het noorden van de Stille Oceaan verschuift het gebied met orkanen (tyfoons) naar het oosten. Er is geen effect op het aantal orkanen (cyclonen) boven de Indische Oceaan.