De wind op de verschillende wedstrijdbanen in Sydney
(c) Frits Koek, 25 september 2000
In Sydney hebben de banen in de baai en voor de kust allemaal hun eigen karakter. Banen
A,
B en
C liggen min of meer beschut in de baai, terwijl baan
D open is
aan de zeezijde. Baan
E en
F zijn twee duidelijke offshore banen, ook weer met hun
typische eigenaardigheden.
Baan A is het dichtst bij het centrum van Sydney gelegen en ligt "in de schaduw" van het Operahuis. Op deze
baan worden de Soling matchraces gehouden. Vooral bij deze baan heeft het publiek aan de kant goed zicht op wat er zich
op het water afspeelt.
Het gedrag van de wind op baan A is sterk afhankelijk van de richting. Komt de wind uit het oosten of het
noordwesten, dan heeft het min of meer vrij spel. Vanuit het noordwesten wordt de wind vaak nog wat versneld door de
versmalling bij de Sydney Harbour Bridge. Bij oostelijke richtingen wordt het windveld verstoord door het eiland Fort
Denison, waarop de overblijfselen van de oude stadsgevangenis staan. Bij richtingen uit de noordoostsector komt de wind
over de woonwijken ten noorden van de baai. Op zich is deze richting nog niet eens zo slecht, aangezien de bebouwing aan
die kant vrij ver van de wedstrijdbaan is afgelegen en doordat het "landschap" licht geglooid is. Aan de
zuidwestzijde van de baan ligt "downtown Sydney" met hoge wolkenkrabbers en dergelijke. Pal in het zuiden
liggen de Royal Botanic Gardens. De wind die vanuit zuidelijke tot zuidwestelijke richtingen komt is derhalve
onstandvastig en lastig om in te zeilen.
Voor het matchracen is de wind eigenlijk niet de belangrijkste factor. Door het 1 tegen 1 gevecht heeft zo'n
wedstrijd een heel ander karakter gekregen dan de fleetraces. Het is belangrijk dat je van je opponent wint. Hoeveel
voorsprong je hebt door gunstige wind is niet interessant. Bovendien, als de tegenstander ziet dat jij een betere wind
hebt, zal hij je zeker volgen. Over het algemeen laten de tegenstanders in het matchracen elkaar weinig ruimte om
"gekke" manoeuvres uit te kunnen halen.
Terug naar boven
Baan B ligt het dichtst bij Rushcutters Bay, de uitvalsbasis van alle Olympische klassen. Deze baan ligt op een
"kruispunt" van een aantal open delen met daartussen delen met bebouwing en parken. Aan de noordoostzijde ligt
Bradleys Head met Ashton Park en de Sydney Zoo. Een glooiende landtong, waarbij geen echte onverwachte winddraaiingen
optreden. Uiteraard is bij aflandige wind daar dicht onder de kust een duidelijke luwte, maar ook is het water er dan
een stuk vlakker. Bij een oostelijke tot zuidoostelijke wind draait de richting juist om Bradleys Head meer naar rechts
en is de wind aan de noordzijde van de baan (die dan ongeveer oost-west geörienteerd is) door een divergerende wind
minder krachtig dan aan de zuidzijde. Ten noorden van Clarke eiland, juist ten zuiden van baan B, wordt met een
oostelijke richting de wind juist iets meer samengeperst (convergentie) en is er iets meer snelheid te vinden. Bij
noordoostelijke wind komt de bovenwindse boei (boei 1) al snel onder invloed van de aflandige wind. Bij boei 2 is dit
minder merkbaar.
Terug naar boven
Deze baan is over het algemeen de fijnste in de baai, maar ook hier zijn er vervelende punten, waarop gelet moet worden.
De noordoostelijke wind, meestal de richting van de zeewind in de middag, kan voor een flinke golfslag op de baan zorgen.
Bij deze richting is de zuidkant van de baan meestal favoriet. Aan de zuidoostkant van de baan ligt Nielsen Park met
Steele Point. Dit is een niet al te hoge steile klif, maar heeft, bij noordoostelijke wind, niet veel invloed. Aan de
noorwestzijde van de baan liggen twee landtongen die wat hoger zijn dan de tussenliggende baai. Aan de linkerkant
Chowder head en aan de rechterkant Georges Head. De baai heet Chowders Bay en aan land heet dit deel Clifton Gardens en
Georges Heights. Door de hoogte van Clifton Gardens (circa 100m boven zeeniveau) ligt bij aflandige, noordwestelijk wind
de baan voor een groot deel in de luwte. Zeker met windsnelheden boven de 15-20 knopen is deze pas voelbaar midden in de
baai. Vaak is de wind daar zelfs nog enkele knopen sterker en erg vlagerig.
Terug naar boven
De baan tussen "The Heads" is een heel interessante baan. Deze baan ligt het dichtst bij het Nederlands
trainingskamp in Middle Harbour. We kunnen er dus van uitgaan dat hier de meeste oefenuren zijn gemaakt. Baan D wordt
afwisselend omringd door hoge kliffen en open water. Deze zorgen in grote mate voor kanalisering van de wind. De sector
naar het zuidoosten geeft open toegang voor golven vanaf de Tasman Zee. Die richting staat dwars op de (noordoostelijke)
zeewind en geeft derhalve de nodige problemen op de baan voor wat de golven betreft. De zeewind komt, als ze tenminste
voldoende sterk ontwikkeld is, over een lager gedeelte (Manly) ten noordoosten van de baan. De zeewind werkt zich dan
tussen Dobroyd Head en North Head door naar het open water van baan D. Als de synoptische (ongestoorde) wind maar
enigszins uit een andere richting komt wordt de wind die men op het water voelt veel meer vervormd door deze hoge kliffen
en open baaien. Het is prachtig zeilwater, maar een nachtmerrie van veel wedstrijdzeilers.
Terug naar boven
De offshore banen liggen beiden ongeveer een halve tot een mijl uit de kust en een van de grote problemen daar is of de
wind nou sterker is langs de kust of meer op zee. Ook kan de vaak zuidoostelijke deining flink oplopen en voor een
lastige wedstrijd zorgen. De wind is in de golfdalen weer heel anders dan op de golftoppen en er moet heel allert op deze
golven worden gezeild. Uiteraard is ook hier de zeewind een fenomeen wat vaak optreedt. Het probleem van de zeewind op
de offshore banen is op welk moment en op welke afstand vanaf de kust het begint. Veelal worden de wedstrijdbanen en de
aanvangsttijden hier wel op afgestemd, maar soms loopt de wind net even anders dan de planning en verandert de richting
en snelheid gedurende de wedstrijd.
De offshorebanen hebben ook te maken met een zuidgaande stroom. Dichter naar de kust toe gaat deze stroom echter
noordwaarts en dichter bij de haveningang komt daar ook nog eens de invloed van de in- en uitgaande vloed- en ebstroom
bij kijken.
Terug naar boven