Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Verkeer en Waterstaat

 
Whitbread dagboek Frits Koek

20 September 2000
Fort Lauderdale, de avond voor vertrek
Het is nu zaterdagavond 18 april 1998, de avond voor de herstart vanuit Fort Lauderdale naar Baltimore. Een etappe van 870 mijl, waar we van alles gaan krijgen op het gebied van weer. Bij de start verwacht ik een ZZO-lijke wind rond 15-20 knopen, wat een spectaculaire start kan opleveren. Het betekent namelijk een voor-de-windse koers, met volle zeilen, inclusief de spinaker. De spinaker is een zeil dat heel bol staat en vaak een felle kleur heeft. Het is heel licht doek en heeft gigantische afmetingen. De start wordt hier live op televisie uitgezonden, maar ik ben bang dat dit niet het geval zal zijn in Nederland. De Nederlandse zeilliefhebbers komen er wat dat betreft erg bekaaid vanaf.

Na de start is het de keus om met de warme golfstroom mee te gaan, wat een extra 2-3 knopen snelheid oplevert, maar, als je de maximale stroomnaad volgt, ook een omweg. De rechte lijn naar Kaap Hatteras is een mogelijkheid, maar dan hebben we kans om in een paar gebieden te komen waar de stroom juist naar het zuiden loopt. De derde mogelijkheid is op dit moment favoriet. Er komt een koufront aan vanuit het westen, en voor het front uit is de wind sterker dan er achter. De richting voor het front is ook beter dan erachter, waar hij draait naar westelijke en noordwestelijke richtingen. We kunnen echter niet te lang voor het front uit blijven zeilen, want dan zouden we uiteindelijk ergens in Engeland uitkomen, en daar is het nog iets te vroeg voor. Ergens moeten we er doorheen en dat moment is erg belangrijk. Het gaat vermoedelijk ergens op maandag worden in de middag. Als de wind dan niet te snel naar het noorden door draait, is het misschien mogelijk om in een keer naar Kaap Hatteras te zeilen. Na Kaap Hatteras gaat de wind door het noorden naar noordoost en oostelijke richting en neemt langzaam af tot rond 10-15 knopen. In de Chesapeake Baai, waar we vermoedelijk op dinsdagavond gaan binnenlopen, is de wind zuidelijk, later zuidwestelijk rond 10 knopen. Als alles goed verloopt komen we ergens op woensdagochtend in Baltimore aan, voor Nederland dus 6 uur later, in de middag.

Ik ben heel benieuwd wat het gaat worden. Men hoopt op een vierde plaats, maar ikzelf richt me op de eerste plaats. Nou ik hier toch ben wil ik winnen ook! Dat zal me wat worden. Ik heb geen idee wat voor een impact dat zou hebben op mij of op het KNMI. We zien wel.

Vrijdag zijn we een stukje wezen varen in vergelijkbare condities met die ik voor morgen verwacht. Het navigatiehok, want meer dan een hok is het niet, voldoet niet echt aan de ARBO-eisen. Een vaste tafel met een vaste bank, waar een dun stukje schuimrubber opgeplakt is. Een beeldscherm (van laptop formaat) op circa 30 cm voor je neus is ook niet echt prettig. Vooral als je bedenkt dat alles ook nog eens scheef staat zodra de boot een beetje helling maakt, en dat alles trilt en schud (inclusief jijzelf) zodra de boot in een golf duikt. Ik ben benieuwd of ik erg zeeziek wordt. Dat ik er last van heb dat weet ik wel, maar in hoeverre het mijn functioneren aan boord gaat beïnvloeden, daar heb ik geen idee van. Op deze kleine tocht van circa twee uur heb ik het in ieder geval volgehouden, hoewel ik af en toe het gevoel had van "nou moet het niet meer al te lang doorgaan zo". Enfin, we zien wel en ik zal wel laten weten hoe het was.

Goed, zondag is de start, nog ongeveer 15 uur te gaan. Ik heb m'n spullen die ik aan boord meeneem ingepakt. Het mag niet meer zijn dan er in een gewone plastic tas gaat. Uiteraard hoeven daar niet de slechtweerkleding en laarzen bij. Toch moeten we keuzes maken tussen of laarzen, of schoenen. Ik doe de schoenen, want ik denk niet dat ik veel tijd aan dek zal doorbrengen.

Achteraf hoop ik jullie meer te kunnen laten horen. Duim maar voor ons, we hebben ieders support hard nodig.
Fort Lauderdale, de week voor vertrek (donderdag, 16 april 1998)
In Annappolis (een klein uurtje rijden vanaf Baltimore), heb ik samen met Stuart Quarrie, de navigator van de BrunelSunergy, in twee afzonderlijke gelegenheden een stuk op de Chesapeake Bay gevaren met een motorboot van een kennis van iemand van Brunel. De eerste keer hebben we samen gevaren en de tweede keer hadden we een lokale zeiler (Terry Hutchinson) mee die de baai goed kent. Ik denk dat we een goed idee hebben wat we kunnen verwachten. Naast de vaartochten hebben we nog met wat mensen gesproken, die ongeveer bevestigden wat we zelf hadden waargenomen en wat ons door Terry was verteld. De Chesapeake Bay is een lang en breed estuarium van o.a. de Potomac. Als het er een paar dagen flink geregend heeft, kan het water hier flink stromen. Verder is dit gebied onderhevig aan het getij, dat een verval heeft van 0.5-1.0 meter. Dat, op zich, zorgt ook voor een inkomende vloedstroom en een uitgaande ebstroom. Aan een zijde van de rivier kunnen we echter (bijna) altijd rekenen op stroom tegen, althans als we naar Baltimore varen. Ook de zeewind, die er overdag waait, is een belangrijke factor waar we rekening mee moeten houden.

Het is overigens te hopen dat we overdag binnenvaren. Ten eerste is er dan veel meer te zien, en ten tweede is dat een stuk veiliger. De baai is wel diep genoeg, maar de boot heeft een diepgang van circa 13 voet, wat ons bereik aardig terugdringt tot voornamelijk het midden van de baai. Ook is de baai vergeven met zgn. crab-pots, krabvallen. Dit zijn metalen kooien van 0.5m x 1.0m x 0.5m (lxbxh) die op de bodem liggen om er krab mee te vangen. Deze vallen zijn echter gemarkeerd met een klein boeitje aan de oppervlak ter grootte van een 2-literfles. Dit boeitje zit aan de kooi vast met een touw, die, als we pech hebben, netjes achter de kiel of het roer kunnen blijven hangen. Dat wordt dus oppassen. Ondertussen ben ik gisteren in Fort Lauderdale aangekomen en ben me vandaag een beetje aan het inwerken en aan het wennen aan de temperatuur. Het is hier lekker zonnig, met af en toe een wolkje en temperaturen rond de 25 graden. Zodra ik wat meer nieuws heb zal ik dat laten weten.