Achtergrond

Veelgestelde vragen over de KNMI-klimaatscenario's

Wat zijn klimaatscenario's?

Het KNMI maakt klimaatscenario's van een mogelijk toekomstig klimaat voor Nederland. Klimaatscenario's worden opgesteld om de mogelijke gevolgen van door de mens veroorzaakte klimaatverandering te onderzoeken. Klimaatscenario's zijn aannemelijke en samenhangende voorstellingen van het toekomstige klimaat. Met samenhangend wordt bedoeld dat de verandering van de verschillende klimaatvariabelen zoals neerslag, temperatuur en wind onderling binnen een scenario, natuurwetenschappelijk consistent zijn. Bijvoorbeeld: warmere lucht kan meer vocht bevatten, hierdoor neemt de hoeveelheid neerslag en de neerslagintensiteit bij hogere temperaturen toe. Binnen een scenario past de gegeven verandering voor temperatuur bij de verandering voor neerslag. Ook is de verandering op verschillende tijd- en ruimteschalen onderling consistent. Meer uitleg over KNMI-klimaatscenario's

KNMI & IPCC

KNMI’21 en KNMI’23 

Uitwerking van KNMI’23-scenario’s

Internationaal

 

KNMI & IPCC

Wat is een IPCC-assessmentrapport?

Het IPCC, het VN-klimaatpanel, publiceert eens in de ongeveer zeven jaar een rapport met daarin een overzicht van alle bekende kennis over het huidige klimaat en klimaatverandering. Deze assessmentrapporten bestaan telkens uit rapporten voor drie verschillende werkgroepen en een overkoepelend rapport. Het rapport van werkgroep I, dat gaat over het klimaatsysteem, wordt als eerste gepubliceerd en ongeveer 1 tot 1,5 jaar later komt het overkoepelende rapport uit. Voor het volgende IPCC-rapport, het zesde assessmentrapport (AR6), zal het werkgroep I rapport in 2021 uitkomen en het overkoepelende rapport in 2022.

Waarom zijn er naast de IPCC-rapporten ook KNMI-klimaatscenario’s nodig?

De assessmentrapporten van het IPCC beschrijven klimaatverandering op wereldschaal en bevatten te weinig detail voor Nederland, vandaar dat het KNMI zo snel mogelijk na elk IPCC-assessmentrapport een duiding geeft van de informatie uit het IPCC rapport voor de Nederlandse omstandigheden en klimaatscenario’s voor Nederland levert.

Wat is de relatie tussen het internationale project CMIP, het IPCC en de KNMI-klimaatscenario’s?

  • Als basis voor de toekomstprojecties in de IPCC-assessmentrapporten worden de resultaten van mondiale klimaatmodellen gebruikt. In de jaren voorafgaand aan de IPCC-rapporten worden deze mondiale klimaatmodellen verbeterd en worden ze opnieuw gedraaid. Binnen de CMIP projecten (Coupled Model Intercomparison Project) worden de resultaten van veel modellen met elkaar vergeleken en geanalyseerd. Deze analyses worden in de IPCC-assessmentrapporten gebruikt en moeten ongeveer 1,5 jaar voor de publicatie van een IPCC-assessmentrapport beschikbaar zijn vanwege de tijd die het kost om de assessmentrapporten te schrijven.
  • Aan het vijfde assessmentrapport van het IPCC (AR5) uit 2013 lagen de CMIP5 modellen ten grondslag.
  • Het zesde assessmentrapport (AR6) in 2021 zou op de nieuwe modelanalyses van CMIP6 gebaseerd worden, maar door vertraging in CMIP6 zal AR6 nog voor een groot deel op basis van CMIP5 gebaseerd worden.
  • De KNMI’14-klimaatscenario’s zijn gebaseerd op het vijfde assessmentrapport (AR5), op de CMIP5 modellen en regionale modelanalyses.
  • Klimaatsignaal’21 wordt gebaseerd op AR6, aangevuld met onderzoek door KNMI.
  • De nieuwe KNMI-klimaatscenario’s worden gebaseerd op het zesde assessmentrapport (AR6), op de CMIP6 modellen en regionale modelanalyses.

Wat zijn naar verwachting de belangrijke nieuwe inzichten in CMIP6? 

Allereerst laat een aantal modellen een sterkere mondiale temperatuurstijging zien bij dezelfde broeikasgasconcentraties. Daarnaast worden verschillende klimaatmodellen op een veel hogere ruimtelijke resolutie gedraaid, waardoor ze bepaalde weersfenomenen mogelijk beter simuleren (bijv. tropische stormen boven de Atlantische oceaan en de duur en uitgebreidheid van droogteperioden). 

KNMI’21 en KNMI’23 

Welke informatie kunnen we in 2021 verwachten en wat in 2023? 

  • In 2021 wordt het KNMI Klimaatsignaal’21, IPCC en Nederland gepubliceerd met duiding van het IPCC AR6 rapport voor Nederland. Deze duiding omvat de nieuwste inzichten in zeespiegelstijging, extreme neerslag, droogte, het stedelijk klimaat en de snelheid van veranderingen. Voor zeespiegelstijging geven we in het KNMI Klimaatsignaal’21 indicatieve getallen (deels o.b.v. CMIP5).
  • In 2023 worden de KNMI’23-klimaatscenario’s gepubliceerd, met de scenario-getallen die de basis vormen voor de vele onderzoeken naar de effecten van klimaatverandering en de adaptatie aan die verandering. Voor de KNMI’23-klimaatscenario’s, de nieuwe scenario-tabel met de getallen voor klimaatverandering rond 2050 en 2100 voor Nederland, vormen de CMIP6-modellen de basis.

Kan informatie in het Klimaatsignaal’21 verschillen van de informatie in de KNMI’23-scenario’s? 

Ja, deze informatie kan verschillen a.g.v. voortschrijdend inzicht dankzij betere en hogere resolutie klimaatmodellen. De verschillen zijn daarmee goed uit te leggen:

  • Klimaatsignaal’21 is de duiding van AR6 voor Nederland en AR6 zal grotendeels op CMIP5 gebaseerd zijn. De nieuwe inzichten die in CMIP6 verwacht worden, zullen daardoor voor een deel nog niet in AR6 verwerkt zijn.
  • Voor de KNMI’23-klimaatscenario’s maken we gebruik van een bredere groep CMIP6 modellen. Daarvoor maken we gebruik van de analyses en publicaties die de CMIP6 model-onderzoek consortia nog zullen publiceren nadat AR6 gepubliceerd is.
Facts & figures: KNMI-klimaatscenario's
Bandbreedte temperatuur gebaseerd op 48 CMIP6 modellen
Scenariogetallen gebaseerd op het mondiale model EC-EARTH en het regionale model RACMO
Door hogere resolutie dan mondiale klimaatmodellen neemt rekentijd sterk toe (verdubbeling van horizontale resolutie leidt tot verachtvoudiging van de rekentijd)
Na beschikbaarheid van alle mondiale klimaatmodellen nog 2 a 3 jaar met 5 FTE voor rekenen en analyse vereist
Resolutie van regionaal klimaatmodel RACMO: 12 bij 12 kilometer
Resolutie van weermodel HARMONIE: 2,5 bij 2,5 kilometer (cases over het weer van de toekomst)

 

Uitwerking van KNMI’23-scenario’s

Wat zit er in de KNMI-klimaatscenario’s en wat zijn opties voor aanvullend maatwerk? 

De KNMI-klimaatscenario’s worden voor een brede groep gebruikers ontwikkeld. Tijdens de ontwikkeling van de nieuwe scenario’s worden gebruikers actief betrokken om zo tot een product te komen dat aan de wensen van deze brede groep voldoet. Voor wensen voor een specifieke groep, die niet eenvoudig in de generieke scenario’s meegenomen kunnen worden, leveren wij maatwerk. Dit maatwerk wordt na de publicatie van de nieuwe klimaatscenario’s gedaan. Tijdens de ontwikkeling van de klimaatscenario’s wordt gewerkt aan een basis dataset, waardoor maatwerk makkelijker en sneller is te leveren.

Opties voor maatwerk zijn bijvoorbeeld het aanleveren van specifieke datasets - op basis van KNMI’23 - voor: 

  • Deltascenario’s
  • Scenario’s voor rivierafvoeren
  • Neerslagstatistiek
  • Update Klimaateffectatlas (KEA)

Zijn er tijdreeksen (op dagbasis) voor de klimaatscenario’s?

Naast informatie over klimaatverandering, is het vaak van belang inzicht te hebben in het bijbehorende weer. Beelden van toekomstig weer maken gedetailleerd onderzoek naar de gevolgen van extreem weer mogelijk. Met het transformatieprogramma kunnen voor neerslag, temperatuur, zonnestraling en verdamping historische tijdreeksen op dagbasis (bijvoorbeeld van KNMI-stations) getransformeerd worden naar een tijdreeks passend bij een KNMI’14-scenario. Met deze reeksen op dagbasis kan onderzoek gedaan worden naar de verandering van specifieke extremen, bijvoorbeeld het aantal dagen met een temperatuur boven de 25 graden. Ook kunnen ze als input gebruikt worden voor impactmodellen.

Voor de KNMI’23-scenario’s wordt onderzocht of we naast een update van dit transformatieprogramma, ook bias-gecorrigeerde modelreeksen voor een toekomstig klimaat kunnen leveren. Het voordeel van modelreeksen is dat deze ook andere sequenties van weersgebeurtenissen geven dan er in het verleden op zijn getreden. Daarnaast zijn met klimaatmodellen meerdere reeksen met verschillende sequenties van weersgebeurtenissen te geven voor hetzelfde klimaat. Dit maakt het mogelijk om de kansen op extremen beter te bepalen. Nadeel is dat de modelreeksen bijna altijd gecorrigeerd moeten worden voor biases en die zijn tijdrovend.

Welke informatie komt er over de stroomgebieden van Rijn en Maas?

In 2015 hebben Deltares en KNMI, in opdracht van RWS en DGRW, de implicaties voor rivierafvoeren van de KNMI’14 scenario’s berekend. Daarvoor zijn voor alle deelstroomgebieden van de stroomgebieden van Rijn en Maas dagwaarden van neerslag en temperatuur gegenereerd. Een vergelijkbare vertaling van KNMI’23 naar neerslag- en temperatuurreeksen voor de stroomgebieden van Rijn en Maas, is - na de publicatie van de KNMI’23-scenario’s - voorzien.

Is een doorkijk na 2100 mogelijk?

In de KNMI’23-tabel geven we scenario-getallen voor rond 2050 en 2100.

Na 2100 zijn minder modelruns beschikbaar. Op basis van berekeningen met het eigen model EC-EARTH geven we ook voor 2150 - een meer onzekere - doorkijk.  

Voor de zeespiegelscenario’s wordt in het Klimaatignaal’21 (indicatieve getallen) en in de KNMI’23-scenario’s een doorkijk gegeven naar 2150, 2200 en 2300. Ook daarvoor geldt: hoe verder in de toekomst, des te onzekerder.    

Naast de scenario’s wordt in KNMI’23 een verhaallijn ontwikkeld met kwalitatieve informatie over de kans op en de klimaatverandering bij 1,5 graden stijging t.o.v. pre-industrieel. Deze verhaallijn loopt door tot na 2100.

Komt er informatie over de kans op orkanen op de Noordzee?

In het Klimaatignaal’21 geven we kwalitatieve informatie over extra-tropische stormen op de Noordzee. De horizontale resolutie van de meeste huidige klimaatmodellen is niet voldoende om orkanen met hun kleine oog goed te kunnen simuleren. Echter, computers worden steeds krachtiger, en de eerste resultaten van klimaatmodellen met voldoende ruimtelijke resolutie komen beschikbaar. Om de vraag naar de mogelijkheid van orkanen op de Noordzee, of tenminste hun rol als voorlopers van krachtige extra-tropische stormen, te kunnen beantwoorden, moeten we de analyse van dat soort modelresultaten afwachten. In KNMI’23 verwachten we een vervolg op de duiding in KNMI’21 te kunnen geven.

Wordt er informatie gegeven over coïncidentie, het samenvallen van extremen gegeven?

In KNMI’23 zijn we van plan één of enkele, liefst actuele voorbeelden van coïncidentie, vertaald naar een toekomstige klimaat, door te rekenen. Suggesties voor welke cases het meest relevant zijn, zijn welkom via klimaatscenarios@knmi.nl.

Wanneer komt er nieuwe informatie over neerslagstatistieken?

Eind 2019 heeft STOWA een overkoepelend rapport gepubliceerd over extreme neerslagstatistiek voor het huidige klimaat en in de toekomst onder de KNMI’14-scenario’s. De neerslagstatistieken beschrijven de hoeveelheid neerslag van een bepaalde duur (van 10 minuten tot 10 dagen) en bij een bepaalde herhalingstijd (bijvoorbeeld 2 x per jaar of eens in de 100 jaar) voor een locatie. De neerslagstatistieken vormen de basis voor berekeningen van de impact van extreme neerslag op de leefomgeving. Deze berekeningen worden door gemeenten, waterschappen en provincies uitgevoerd als onderdeel van de stresstesten, zoals vastgelegd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.

In het Klimaatsignaal’21 worden de laatste inzichten op het gebied van klimaatverandering en zomerbuien beschreven. In de scenario-tabel KNMI’23 volgen getallen voor de verandering van parameters zoals de maximum uurneerslag per jaar of het aantal natte dagen.

KNMI is in gesprek met STOWA en de waterschappen om snel na KNMI’23 ook de neerslagstatistieken uit 2019 te updaten naar de laatste inzichten.

Internationaal

Waar vind ik internationale klimaatportalen en datasets?

KNMI werkt in internationaal verband samen in veel klimaatprojecten, onder andere over het ontsluiten van de beschikbare klimaatdata. Deze pagina geeft een overzicht van veelgebruikte klimaatdatasets en -portalen.  

Niet gevonden wat u zocht? Zoek meer achtergrond artikelen