Zweefvliegtuig in de lucht
Foto: Rens van Broekhuijsen

Zweefvliegen in Nederland in een veranderend klimaat

18 maart 2026

Het zweefvliegseizoen is weer van start gegaan. Zweefvliegen is een sport die sterk afhankelijk is van het weer. Thermiek – stijgende luchtbellen die ontstaan door opwarming van het aardoppervlak – maakt het mogelijk om lange afstanden af te leggen zonder motor. Door klimaatverandering veranderen temperatuur, zonneschijn, droogte en buien in Nederland. Wat betekent dat voor het zweefvliegen?

Wat is zweefvliegen? 

Zweefvliegen is vliegen zonder motor. In Nederland worden zweefvliegtuigen meestal met een lier gelanceerd of door een motorvliegtuig omhoog gesleept. Sommige moderne zweefvliegtuigen hebben een kleine uitklapbare propeller om zelfstandig te kunnen starten of een veilige landing te bereiken. 

Eenmaal in de lucht draait het bij zweefvliegen vooral om het vinden van thermiek (afbeelding 1). Thermiek bestaat uit bellen of kolommen van stijgende lucht waarin een zweefvliegtuig kan klimmen door cirkels te vliegen. Deze ontstaan vooral in het zomerhalfjaar wanneer het aardoppervlak sterk opwarmt door zoninstraling terwijl de lucht erboven relatief koel blijft. De situatie na de passage van een koufront is daarom vaak ideaal voor thermiek. 

In bergachtige gebieden kan daarnaast hoogte worden gewonnen met stijgende lucht langs berghellingen of met zogenaamde golfstromingen achter bergketens. In Nederland is men echter vrijwel volledig afhankelijk van thermiek. Met gunstige omstandigheden worden vanuit Nederland regelmatig vluchten van 500 tot 1000 kilometer gemaakt – een bijzonder duurzame vorm van luchtvaart. 

Als er geen thermiek en geen horizontale wind is, gebeurt er weinig bijzonders: een zweefvliegtuig glijdt langzaam naar beneden. In rustige lucht bedraagt de daalsnelheid ongeveer 0,5 tot 1 m/s. Moderne zweefvliegtuigen hebben een glijgetal van ongeveer 1:60, wat betekent dat met een hoogteverlies van één kilometer ongeveer zestig kilometer kan worden afgelegd. 

Het Nederlandse zweefvliegseizoen loopt meestal van maart tot en met oktober. In de winter is de kans op thermiek klein en worden de vliegtuigen onderhouden. 

Afbeelding 1. Onder de cumulus wolken vindt een zweefvlieger thermiek. Foto: Rens van Broekhuijsen

Hoe verandert het klimaat in Nederland?

 Het klimaat verandert. De gemiddelde temperatuur stijgt, de verdamping neemt toe en de atmosfeer wordt vochtiger. Ook zullen perioden met extreme hitte vaker voorkomen. 

Voor Nederland wordt daarnaast verwacht dat: 

  • zomers gemiddeld droger en zonniger worden 
  • zware buien vaker voorkomen en intensiever kunnen zijn 
  • neerslag vaker in korte tijd valt 
  • windstoten en valwinden bij buien kunnen toenemen 

Van de gemiddelde windsnelheid en windrichting worden echter weinig veranderingen verwacht. Het KNMI heeft hiervoor verschillende klimaatscenario’s opgesteld, afhankelijk van de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Op het klimaatdashboard zijn deze veranderingen in grafieken te bekijken.

Meer zon en droge bodems: kansen voor thermiek

Op het eerste gezicht lijkt een warmer klimaat gunstig voor thermiek. Toch is het verband complex, omdat thermiek niet alleen afhangt van temperatuur maar ook van vocht en de verticale opbouw van de atmosfeer. 

Voor de zomer lijkt er voorzichtig goed nieuws voor zweefvliegers. Er wordt gemiddeld meer zonneschijn verwacht. Dat vergroot het temperatuurverschil tussen de grond en de lucht erboven, wat thermiek kan versterken. 

Daarnaast warmt een droge bodem sneller op, omdat minder energie nodig is om bodemvocht te verdampen. Dit kan de ontwikkeling van thermiek verder stimuleren. 

Een nadeel is dat thermiek vaker “droog” zal zijn. Door minder vocht ontstaan er minder stapelwolken (cumulus). Zweefvliegers gebruiken deze zogenaamde mooi-weer-wolken juist als aanwijzing waar thermiek zit. 

Het ideale beeld voor veel zweefvliegers is een rij cumuluswolken – een zogenaamde wolkenstraat – die precies in de vliegrichting ligt. Onder de wolken bevindt zich de stijgende lucht en zo kan een zweefvlieger kilometerslang vliegen zonder hoogte te verliezen. Zo'n situatie deed zich voor afgelopen zondag (afbeelding 2). In drogere omstandigheden kan dat dus minder vaak voorkomen. 

Afbeelding 2. Satellietbeeld van wolkenstraten boven Nederland op 15 maart 2026. Bron: NASA Worldview, NOAA-21/VIIRS.

Zwaardere buien en valwinden

Wat wind en turbulentie bij start en landing betreft lijkt het klimaat weinig te veranderen. Omdat de gemiddelde windsnelheid en windrichting nauwelijks veranderen, neemt het risico van sterke zijwind waarschijnlijk niet toe. 

Voor dagen met zware buien ligt dat anders (afbeelding 3). In een warmere en vochtigere atmosfeer kan bij buien veel waterdamp condenseren. Daarbij komt warmte vrij, waardoor de bovenlucht relatief sterker opwarmt dan de lucht nabij het oppervlak. Dat kan de algemene onstabiliteit van de atmosfeer verminderen en daarmee ook de sterkte van thermiek. 

In de praktijk speelt dat effect voor zweefvliegers vaak minder een rol, omdat er bij zware buien meestal toch niet wordt gevlogen. 

Wel neemt de kans toe dat op een verder goede vliegdag plotseling een zware bui ontstaat met hagel en sterke windstoten. Een bijzonder type bui is de pulse storm. 

Deze ontstaat bij: 

  • hoge temperaturen 
  • veel vocht in de lucht 
  • weinig wind 
  • een hoge wolkenbasis 

De bui groeit snel en verdwijnt vaak ook weer snel. Wanneer neerslag uit de wolk valt en onderweg verdampt, koelt de lucht sterk af. Daardoor kan een krachtige neerwaartse luchtstroom ontstaan: een downburst of valwind. 

Als deze de grond bereikt kan de lucht zich horizontaal verspreiden met windstoten van meer dan 100 km/u. Op 18 juni 2021 trof zo'n valwind Leersum en veroorzaakte veel schade aan huizen en duizenden bomen knapten als luciferhoutjes af.

Afbeelding 3. Foto van een zware onweersbui met hagel boven Nederland. Foto: Menno van der Haven.

Conclusie 

Klimaatverandering brengt voor het zweefvliegen in Nederland zowel kansen als risico’s. Meer zon en drogere bodems kunnen de ontwikkeling van thermiek bevorderen, wat gunstig is voor lange vluchten. Tegelijkertijd kunnen stapelwolken minder vaak ontstaan, waardoor thermiek moeilijker te vinden is. 

Daarnaast neemt de kans op zware buien en lokale valwinden toe, wat extra risico’s met zich meebrengt tijdens het vliegseizoen. 

Al met al blijft zweefvliegen sterk afhankelijk van de dagelijkse weerssituatie. Ook in een veranderend klimaat zullen goede en minder goede vliegcondities elkaar blijven afwisselen. 

KNMI-klimaatbericht door Kasper Gerritsen 

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. KNMI start met verwachting voor natuurbranden

    Bij natuurbranden wordt vaak gedacht aan gebieden met een mediterraan klimaat, zoals rond de Midd...

    08 april 2026 - Nieuwsbericht
  2. Zonnigere lentes vergroten temperatuurverschil tussen dag en nacht

    Vandaag is er veel zon én er is een groot verschil in temperatuur tussen dag en nacht. Dat past i...

    08 april 2026 - Klimaatbericht
  3. Stormnamen gezocht: stuur jouw voorstel in!

    Voor het komende stormseizoen, dat begint op 1 september, zoeken we stormnamen. Stuur jouw stormn...

    07 april 2026 - Nieuwsbericht
  4. Nog nooit code oranje of rood gegeven in april

    April doet wat hij wil. Maar dat blijkt wel mee te vallen. April is de enige maand waarin het KNM...

    01 april 2026 - Klimaatbericht
Toon alle nieuws- en klimaatberichten