Modellen algemeen tot +48 uur, geldig tot zondag 29 maart 2026 24.00 locale tijd
Guidance modelbeoordeling voor Nederland, de Nederlandse kustwateren en de Noordzee, gebaseerd op de HARMONIE run van 18 UTC en de overige genoemde modellen en gidsen met bijbehorende runtijd.Modelbeoordeling door meteoroloog
Een zuidwestelijke stroming voert maritiem polaire lucht aan. Een NNO-ZZW georiënteerde occlusie boven de westkust trekt oostwaarts en passeert rond 06 UTC het zuidoosten. Daarachter wordt de stroming noordwestelijk. Boven het noordwesten van de FIR bevindt zich een volgende NO-ZW georiënteerde occlusie die rond 05 UTC het noordwesten van het land bereikt en rond 11 UTC het zuidoosten passeert. Deze occlusie is weinig actief, maar de buiigheid leeft in het oosten wat op door de dagelijkse gang. Na passage volgt er een goed doorstroomde trekrug. Vanuit het westen nadert er vervolgens een scherpe NO-ZW georiënteerde hoogtetrog die rond 18 UTC de westkust bereikt en rond zondag 00 UTC het zuidoosten passeert. In de nacht naar zondag en zondagochtend passeert er opnieuw een vlakke trekrug, waarna de stroming zuidwestelijk wordt op nadering van een volgend frontaal systeem. Dit systeem bereikt zondagavond het noordwesten van het land als NO-ZW georiënteerde occlusie en passeert in de nacht naar maandag het zuidoosten. Achter deze occlusie bevindt zich relatief koele polaire lucht waarin een O-W georiënteerde lijn met enhanced cumuli en Cb-clusters ontwikkelen onder de linkeruitgang van een jet van 300 (!) km/u loodrecht op het front (maximum in scheringsvorticiteit zorgt voor divergentie op hogere niveaus en dus stijgbewegingen). Deze lijn bereikt aan het einde van zondagavond het noorden van het land en aan het einde van de nacht naar maandag het zuiden van het land.
Bij de occlusie zien we in de modellen de gebruikelijk verschillen in de bewolking, waarbij Harmonie het beste gevolgd kan worden. De vraag is wel of de stratus in het noordoosten en oosten van het land ook helemaal aan dek zal zakken. Beide modellen geven vlak achter de occlusie nog enkele kleine buien waarna de passage van de trekrug de convectie lange tijd grotendeels weet te onderdrukken. Echter op passage van de hoogtetrog geven beide modellen een toename van de buiigheid. Bovenlucht is dan flink afgekoeld en de onstabiliteitsdiepte neemt fors toe. In ha43 zien we dan ook enkele ontladingen voorkomen. De lijn met EC/Cb-clusters lopen in Harmonie aanvankelijk iets sneller door dan in EC en zijn feller, wat je ook mag verwachten bij diepe convectie. De windstoten bij deze buien worden door Harmonie het beste berekend. De zwaarte van de windstoten is in de laatste run nu weer 90 km/u in het Waddengebied, wat tot en met 30 april nodig is om het code geel-criterium te halen aan zee. Zowel PASCAL als Harpoon komen met hele lage kansen op dit scenario.
De nacht naar zondag kan weer fris verlopen met plaatselijk minima rond het vriespunt. Mogelijk dat er aan het einde van deze nacht zeer plaatselijk bevriezingsgladheid optreedt op bruggen en viaducten. Deze kans is gering en de laatste run van het wegdekmodel berekent ook geen wegdektemperaturen onder nul.
Voor de occlusie nog net een 7 boven de Wadden en het IJsselmeer. Achter het front 5 Bft, daarna weer langzaam toenemend. Vanavond in een stevige bui kans op uitschieters 60-70 km/u. Bij de volgende rug opnieuw afnemend en daarna sterk toenemend naar 7-8 Bft op nadering van het volgende frontale systeem. Bij de Cb-clusters in het nacht van maandag kans op windstoten van 75 km/u aan zee.
Bij de eerste occlusie St, plaatselijk ook onder de 500 vt. Vanochtend, achter de occlusie enkele TCu/Cb's, later op de dag met de toenemende onstabiliteitsdiepte enkele Cb's met een maximum van FL200-250/-40°C. In de nacht naar zondag nog een TCu. Zondag overdag Cu, later toenemende frontale bewolking. Bij de occlusie van zondagavond eerst Sc, later steeds meer St. Bij de buienclusters achter dit front Cb's met toppen FL200/-38°C.
Bij de frontale zone eerst regen en motregen. Kort na passage enkele (ondiepe) buien, oostwaarts wegtrekkend. In de middag overwegend droog, waarna tegen de avond de buiigheid vanuit het westen gaat toenemen op passage van de trog. Capewaardes veelal 400-700 J/Kg MuCape en 15-20 kn enkele single/multicellen. Lokaal is onweer mogelijk en kleine hagel. Daarna nog een enkele regenbui. Zondag overdag droog, pas in de avond regen op nadering van het volgende frontale systeem. Bij de buienclusters opnieuw onweer en hagel, in een dik multicelregime. CAPE ligt dan rond 500 J/kg, de 0-6 km-schering is ruim boven de "supercelgrens", maar de vraag is of dat de effectieve schering is bij toppen tot net aan 6 km. De 0-6 km-schering is vrijwel volledig snelheidsschering en wordt bepaald door zeer hoge windsnelheden aan de top van de buien.
In neerslag matig tot slecht. Met name nabij het grondfront ook slecht zicht.
Paraaf meteoroloog: zwagers