Guidance modelbeoordeling

Modellen algemeen tot +48 uur, geldig tot vrijdag 23 januari 2026 24.00 locale tijd

Guidance modelbeoordeling voor Nederland, de Nederlandse kustwateren en de Noordzee, gebaseerd op de HARMONIE run van 18 UTC en de overige genoemde modellen en gidsen met bijbehorende runtijd.

Modelbeoordeling door meteoroloog

Synoptische situatie:

Een NNW-ZZO georiënteerde zone van lage druk die zich over Ierland naar Bretagne uitstrekt houdt een zuidoostelijke stroming in stand boven onze omgeving. Hiermee wordt in het midden en noorden geleidelijk koudere lucht aangevoerd. In de loop van vanmiddag bereikt een (eerste) NW-ZO georiënteerde zwakke occlusie het zuidwesten. De occlusie trekt langzaam noordoostwaarts en verlaat het noordoosten vrijdagochtend of in het begin van de middag, waarna het boven het uiterste noordoosten van de FIR oplost. Hierachter loopt, met name boven het westen van de FIR en Engeland een trog noordwaarts. Vrijdagochtend bereikt een actief laag Bretagne, dit trekt op zaterdag langzaam opvullend richting Ierland. In de loop van vrijdagmiddag bereikt een tweede vrijwel inactieve NW-ZO georiënteerde occlusie het zuidwesten. Deze tweede occlusie trekt naar het noordoosten en wordt daar vrijwel stationair in de nacht naar zaterdag en zaterdagochtend.

Modelbeoordeling:

Bij de eerste occlusie valt plaatselijk wat lichte regen of motregen, die in de nacht naar vrijdag (en mogelijk al vrijdagavond laat) overgaat in ijzel (onderkoelde neerslag) in het noord(oost)en. Dat het gaat ijzelen is vrijwel zeker, aangezien we een duidelijke smeltlaag zien met daaronder een ca. 2000 vt dikke laag met (nattebol) temperaturen onder het vriespunt. Grootste onzekerheid is de hoeveelheid neerslag. We zien telkens een duidelijk verschil tussen EC en Har43, waarbij Har43 over het algemeen wat meer neerslag heeft (orde 1-3 mm), dan EC (0.5 mm of minder). Een tweede onzekerheid is waar precies de neerslag overgaat in ijzel en voor gladheid gaat zorgen. Dit speelt met name in de kop van Noord-Holland, Flevoland (Noordoostpolder) en Overijssel. Hier is het de vraag of de wegtemperaturen onder nul zijn. Het is zeer de vraag of de neerslag intensief genoeg is om dit hier voor elkaar te krijgen als dit niet het geval is. Verder is het onzeker wanneer de occlusie het uiterste noordoosten verlaat en hoe snel de (wegdek)temperaturen daarachter oplopen. Waarschijnlijk gebeurt dit ergens tegen het einde van de ochtend, maar in sommige runs duurt dit tot ver in de middag. In vorige runs was het opvallend dat het wegdekmodel de wegdektemperaturen in de loop van de ochtend vrij vlot op liet lopen tot (ruim) boven nul, terwijl de luchttemperaturen en het dauwpunt nog onder nul liggen en het overwegend bewolkt is. In de nieuwste run lijkt het front wat trager door te komen en blijven de wegdektemperaturen langer onder nul. In het uiterste noordoosten komen ze overdag ook niet meer boven nul. We gaan er vanuit dat de gladheid in het uiterste noordoosten zeker tot in de middag kan aanhouden. Na passage van de occlusie zien we in Har43 met name in het (noord)westen op uitgebreide schaal St en met name boven zee ook nevel (zeer lage basis). In de EC wolkenplaatjes zien we dit veel minder uitgebreid, maar in de progtemps (en TAFG) zien we ook een indicatie voor St boven het westen en noorden van het land. Het zuidoosten profiteert van doormenging door lijwerking van de heuvels stroomopwaarts waardoor de kansen daar erg klein zijn. Bij de tweede occlusie is er op zaterdag in het noordoosten weer een heel scala aan winterse neerslag mogelijk, waarschijnlijk valt het meeste wel als lichte (natte) sneeuw, maar kleine hoeveelheden ijzel zijn dan ook niet uitgesloten.

Aandachtspunten

Temperatuur:

Groot verschil tussen noordoost en zuidwest. Har43 is iets trager met het oplopen van de temperatuur bij de occlusie. EC is hiermee realistischer waarschijnlijk.

Wind:

In de kustdistricten in de noordelijke helft 6 Bft, in het noorden 7 Bft en in het uiterste noorden van de FIR 8 Bft. Hierin komt in het noorden niet zo veel verandering, elders neemt de wind wat af.

Bewolking:

In het noorden van de FIR Sc uit het Oostzeegebied, basis (net) boven 1000 vt, maar stroomopwaarts meest rond de 1500 vt. Bij en achter de eerste occlusie op donderdagavond en vrijdag in het westen in toenemende mate St, in het uiterste (zuid)westen mogelijk met een basis dichtbij de grond. Hierbij volgen we Har43, zie modelbeoordeling. Bij de trog is boven zee in het westen van de FIR een enkele TCu mogelijk, toppen beneden FL100.

Neerslag:

Bij de eerste occlusie lichte regen of motregen, in het noordoosten ijzel (onderkoelde neerslag), zie modelbeoordeling. Bij de trog is boven zee in het westen van de FIR een enkele lichte bui mogelijk. Bij de tweede occlusie vrijdagavond en zaterdag eerst plaatselijk lichte regen of motregen, in het noordoosten op zaterdag weer kans op winterse neerslag.

Zicht:

Goed zicht, doorstaande wind en droge lucht. In het noorden zien we actueel lokaal matige zichten door luchtvervuiling (heiig). Boven het (zuid)westen van de FIR is er na passage van de eerste occlusie op vrijdag kans op nevel, kleine kans op mist door wolkenbasis aan de grond.

Paraaf meteoroloog: beelen

Uitgifte: 22/01/2026 05.45 uur LT.