Huize Swanenburgh op een schilderij van Dick Maas
De wateropzieners op Huize Swanenburgh zullen niet vermoed hebben dat hun drie maal daagse aflezingen van de thermometer, barometer en regenmeter en hun beschrijvingen van het weer zo belangrijk zouden worden. Indertijd hadden de gegevens echter al de interesse van wetenschappers en werden ze gepubliceerd in Verhandelingen van de Hollandse Maatschappij van Wetenschappen. De serieuze waarnemers van het Hoogheemraadschap gingen uiterst nauwkeurig te werk en hebben uitvoerige beschrijvingen nagelaten van de instrumenten. Zo kon achteraf worden vastgesteld hoe gemeten is en konden eventuele correcties worden toegepast.

Vervangers van de opzieners bij hun afwezigheid vielen bij analyse van de gegevens door de mand als ze afleesfouten hadden gemaakt. Ook de drooglegging van de Haarlemmermeer in 1852 had invloed. In het algemeen is de kwaliteit van de meetreeks zeer goed. De opzieners waren zeer deskundig en gemotiveerd. Onder de waarnemers waren grootheden als waterbouwkundige Christiaan Brunings en de arts Jan Engelman. Uit geschriften blijkt hoe de enthousiaste Engelman het schrijversduo Betje Wolff en Aagje Deken inwijdde in de meteorologie.

Zijn opvolger Brunings kreeg het moeilijker door de politieke strubbelingen eind achttiende eeuw. In 1787 werden de waarnemingen op Huize Swanenburgh zelfs enkele maanden onderbroken doordat het Pruisische leger bij zijn invasie een deel van het instrumentarium vernielde. Vanaf januari 1788 werden de waarnemingen voortgezet maar de maatschappelijke onrust (Franse Revolutie) had zijn weerslag op de waarnemingsregisters en de publicatie van de gegevens. Toch is vrijwel alles bewaard gebleven en zelfs tot voor kort zijn in Halfweg nog weerkundige waarnemingen verricht door de suikerfabriek die daar was gevestigd.