|
Klimaatdata en -advies
Doorlopend potentieel neerslagoverschot
Bovenstaande kaart toont het doorlopend potentieel neerslagoverschot (in millimeters).
Het doorlopend potentieel neerslagoverschot wordt verkregen door het
verschil te berekenen tussen de hoeveelheid gevallen neerslag en de
berekende referentiegewasverdamping. Dit verschil wordt dagelijks gesommeerd
in het tijdvak van 1 april tot en met 30 september. Een negatief getal
geeft een vochttekort aan, een positief getal een vochtoverschot. Een
kaart met het langjarige gemiddelde (1971-2000) van het neerslagoverschot
in het vergelijkbare lopende tijdvak is beschikbaar.
Naast de geografische verdeling van het neerslagtekort kan ook worden
gekeken naar het verloop van het neerslagtekort in de tijd.
Achtergrond
Het KNMI houdt niet
alleen bij hoeveel neerslag er valt, maar ook hoeveel vocht verdwijnt:
de verdamping. Uit kale grond verdampt weinig, anders is dat op begroeide
terreinen waar plantenwortels vocht onttrekken. De beschikbare hoeveelheid
vocht hangt af van het verschil tussen de neerslag en verdamping. Het
is niet eenvoudig om de verdamping te meten, omdat ook de planten zelf
een rol spelen in het verdampingsproces. Op dagen met hoge temperaturen
en veel zonlicht zijn planten in staat hard te groeien en is er veel
water nodig. Vlak na regen kunnen planten die groei ook realiseren,
maar zodra meer zuigkracht nodig is om water uit de grond op te nemen,
wordt de aanvoer van vocht geremd en vermindert de groei. Met de afname
van de groei neemt ook de snelheid van de verdamping af.
Het KNMI hanteert
het begrip "referentie-gewasverdamping". De referentiegewasverdamping
is gebaseerd op een rekenmethode en wordt in belangrijke mate bepaald
door de hoeveelheid zonnestraling en de temperatuur. Door dagelijks
het verschil te berekenen tussen de hoeveelheid neerslag en de berekende
verdamping en vervolgens dit getal te sommeren over het seizoen wordt
het "doorlopend potentieel neerslagoverschot" verkregen. Een negatief
getal geeft een vochttekort aan, een positief getal een vochtoverschot.
Door het potentieel neerslagoverschot te volgen in de tijd kan meer
inzicht worden verkregen in het verminderen/vermeerderen van de vochtvooraad
van de bodem.
Bovenstaande kaart is gebaseerd op de neerslagmetingen die dagelijks
worden verricht op de KNMI-neerslagstations en de referentiegewasverdamping
die wordt berekend voor alle KNMI-stations die zijn uitgerust met een
stralingsmeter. De neerslagaftappingen vinden 1 maal daags plaats om
10.00 uur lokale tijd. Waarnemers geven de gegevens daarna zo spoedig
mogelijk door via een voice-response systeem. Bovenstaande kaart wordt
gedurende de dag enkele malen geactualiseerd op basis van de binnengekomen
neerslagaftappingen.
|