Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Verkeer en Waterstaat

 
Klimaatdata en -advies
Doorlopend potentieel neerslagoverschot

Bovenstaande kaart toont het doorlopend potentieel neerslagoverschot (in millimeters). Het doorlopend potentieel neerslagoverschot wordt verkregen door het verschil te berekenen tussen de hoeveelheid gevallen neerslag en de berekende referentiegewasverdamping. Dit verschil wordt dagelijks gesommeerd in het tijdvak van 1 april tot en met 30 september. Een negatief getal geeft een tekort aan, een positief getal een overschot. Een kaart met het langjarige gemiddelde (1981-2010) van het neerslagoverschot in het vergelijkbare lopende tijdvak is beschikbaar.

Achtergrond
Het KNMI houdt niet alleen bij hoeveel neerslag er valt, maar ook hoeveel vocht verdwijnt: de verdamping. Uit kale grond verdampt weinig, anders is dat op begroeide terreinen waar plantenwortels vocht onttrekken. De beschikbare hoeveelheid vocht hangt af van het verschil tussen de neerslag en verdamping. Het is niet eenvoudig om de verdamping te meten, omdat ook de planten zelf een rol spelen in het verdampingsproces. Op dagen met hoge temperaturen en veel zonlicht zijn planten in staat hard te groeien en is er veel water nodig. Vlak na regen kunnen planten die groei ook realiseren, maar zodra meer zuigkracht nodig is om water uit de grond op te nemen, wordt de aanvoer van vocht geremd en vermindert de groei. Met de afname van de groei neemt ook de snelheid van de verdamping af.

Het KNMI hanteert het begrip "referentie-gewasverdamping". De referentiegewasverdamping is gebaseerd op een rekenmethode en wordt in belangrijke mate bepaald door de hoeveelheid zonnestraling en de temperatuur. Door dagelijks het verschil te berekenen tussen de hoeveelheid neerslag en de berekende verdamping en vervolgens dit getal te sommeren over het seizoen wordt het "doorlopend potentieel neerslagoverschot" verkregen.

Bovenstaande kaart is gebaseerd op de neerslagmetingen die dagelijks worden verricht op de KNMI-neerslagstations en de referentiegewasverdamping die wordt berekend voor alle KNMI-stations die zijn uitgerust met een stralingsmeter. De neerslagaftappingen vinden 1 maal daags plaats om 10.00 uur lokale tijd. Waarnemers geven de gegevens daarna zo spoedig mogelijk door via een voice-response systeem. Bovenstaande kaart wordt gedurende de dag enkele malen geactualiseerd op basis van de binnengekomen neerslagaftappingen.

Neerslagtekort / Droogte
Gemiddeld over 13 stations in Nederland wordt gedurende dezelfde periode ( 1 april tot en met 30 september) het neerslagtekort berekend. Een grafiek toont het verloop in de tijd van het gemiddeld neerslagtekort (mm). Een stijgende lijn laat een toename in de droogte zien. Bij een dalende lijn is de hoeveelheid neerslag groter dan de verdamping en neemt de droogte gemiddeld over Nederland af. Als het doorlopende tekort op nul uitkomt, wordt de berekening van de grafiek stopgezet, dit in tegenstelling tot de berekening van de geografische weergave van het neerslagoverschot. De berekening van de grafiek wordt hervat indien er weer sprake is van een neerslagtekort.