De historische temperatuurreeksen van de vijf oudste KNMI-meetstations zijn de afgelopen jaren onderzocht op onregelmatigheden die zijn ontstaan door verplaatsingen van de stations. Deze onregelmatigheden zijn opgespoord en gecorrigeerd. Dit levert een herziene temperatuurreeks op die meer betrouwbare dagtemperaturen bevat van de KNMI-stations De Kooy (Den Helder), Eelde (Groningen), De Bilt, Vlissingen en Beek (Maastricht).
Al ruim een eeuw wordt in Nederland op regelmatige basis en op vaste plaatsen dagelijks de temperatuur gemeten en vastgelegd. Dat heeft een lange tijdreeks van temperatuurmetingen opgeleverd.
Door de jaren heen zijn de meetlocaties echter veranderd. Sommige meetstations moesten verplaatst worden omdat er werd gebouwd of de metingen werden te veel beïnvloed door begroeiing of bebouwing. Zo is het KNMI-meetstation Den Helder in 1972 verplaatst van de Noordzeedijk naar de polder. Het meetstation Maastricht lag tot 1951 in de stad en werd verplaatst naar vliegveld Beek dat 9 kilometer verderop ligt en 65 meter hoger.
Door de verplaatsingen zijn de langjarige metingen op dagbasis minder goed met elkaar te vergelijken. Ze leiden tot een breuk of sprong in de meetreeks. Gelukkig zijn bij verplaatsingen van meetstations – net als bij het vernieuwen van meetinstrumenten - langere tijd metingen op beide locaties gedaan. Met behulp van deze ‘parallelle’ metingen kunnen de oude metingen, indien nodig, gecorrigeerd worden. Het eindresultaat is een reeks waar de sprong is verdwenen en metingen over de gehele lengte van de reeks onderling vergelijkbaar zijn.
De aanpassingen in de reeks van dagtemperaturen voor de KNMI-stations De Kooy (Den Helder), Eelde (Groningen), De Bilt, Vlissingen en Beek (Maastricht) heeft gevolgen voor het bepalen van de warmste en koudste dagen die er in Nederland zijn geweest. Hierdoor zijn de extremenlijsten soms aangepast. Voor het station De Bilt waren de benodigde temperatuurcorrecties op warme, zonnige zomerdagen het grootst. Dit heeft ertoe geleid dat een aantal hittegolven voor 1951 zijn komen te vervallen. Immers, juist tijdens hittegolven was de gemeten temperatuur in De Bilt aantoonbaar te hoog.
Voor klimaatonderzoek heeft deze herziening geen gevolgen omdat hiervoor meerdere internationale datareeksen zijn gebruikt die op elkaar zijn afgestemd.
Het stormseizoen is weer begonnen en daarmee worden ook de nieuwe stormnamen bekend gemaakt. We s...
01 september 2026 - NieuwsberichtMet een gemiddelde temperatuur van 19,3 °C tegen 17,5 °C normaal was het de warmste zomer sinds h...
31 augustus 2026 - NieuwsberichtDonderdagavond 27 augustus heeft de Europese ruimtevaartorganisatie EUMETSAT, in samenwerking met...
28 augustus 2026 - NieuwsberichtSlechts drie namen van onze stormnamenlijst 2025-2026 zijn afgelopen stormseizoen gebruikt. Een w...
25 augustus 2026 - Nieuwsbericht