Handgetekende weerkaart KNMI van een zware storm op 12 februari 1962 (bron: Severe Weather Catalogue Netherlands)
Op de weerkaart is ook te zien waar het regent of sneeuwt, waar de zon schijnt en hoe hard het waait. Ook worden fronten aangegeven, lijnen die de begrenzing vormen met andere luchtsoorten, zoals van warme naar koudere lucht. Als een front passeert volgt er dus meestal ander weer. Tot begin jaren tachtig van de vorige eeuw werden weerkaarten met de hand ingetekend, vandaag de dag maakt de computer de kaarten.

Tegenwoordig bieden weerkaarten niet alleen het actuele weer maar de basis voor de verwachting. De computers berekenen zelfs weerkaarten van 10 tot 15 dagen vooruit. Weerkundigen maken ook gebruik van weerkaarten met gegevens van hogere luchtlagen, onder andere voor de luchtvaart. De luchtstromingen tot 12 kilometer hoogte zijn vaak van belang voor het weer en de weersontwikkeling.

De geschiedenis van de weerkaart begint in de beginjaren van het KNMI. Buys Ballot maakte zelfs al in 1852 de eerste schetsen. Uit de weinige gegevens was hij in staat zijn beroemde wet te formuleren: staande met de rug naar de wind, bevindt het lagedrukgebied zich op het noordelijk halfrond links van de waarnemer en het hogedrukgebied rechts. Hij was er vroeg bij maar was zeker niet de eerste in de wereld die weerkaarten maakte.
In 1668 publiceerde de Engelse sterrenkundige Edmund Halley (1656-1742) een kaart met windgegevens om de passaten te verklaren. De eerste meer uitgebreide weerkaarten waren van de hand van Heinrich W. Brandes (1777-1834) van de universiteit van Breslau. Hij verwerkte daarop weergegevens van de Societas Meteorologica Palatina, een van de eerste organisaties op het gebied van meteorologische waarnemingen van keurvorst Karl Theodor (1724-1799) van de Palts.

Wat op een weerkaart het meest in het oog springt zijn de hoge- en lagedrukgebieden met de isobaren. Dat zijn lijnen rond die druksystemen die plaatsen met elkaar verbinden waar de luchtdruk hetzelfde is. Naast isobaren zijn er ook isothermen, lijnen die plaatsen met dezelfde temperatuur verbinden. De isotherm is een vondst uit 1817 van de beroemde geograaf Alexander von Humboldt (1769-1859).

In de loop van de 19e eeuw werden incidenteel weerkaarten uitgegeven met isolijnen. Buys Ballot begon er toen ook in ons land mee maar het duurde hier nog bijna veertig jaar voor ze voor een breed publiek beschikbaar kwamen. Frankrijk was ons voor: het Franse publiek kon zich al in 1863 abonneren op dagelijkse weerkaartjes. Buys Ballot ondervond in ons land veel weerstand van sceptici die niet geloofden in het wetenschappelijke weerbericht en meer vertrouwen hadden in het volksgeloof. De KNMI-directeur mengde zich publiekelijk in de pers in discussies over de voorspelbaarheid van het weer. Het mocht niet baten: in 1878 klaagde Buys Ballot dat slecht drie kranten bereid waren zijn weerberichten te publiceren.

Ondanks de geringe belangstelling begon hij met de uitgave van dagelijkse weerkaartjes: de eerste verscheen in 1881 bij de filiaalinrichting van het KNMI in Amsterdam. Het Stadswaterkantoor verspreidde de kaartjes gratis en verschillende opticiens sierden er hun etalage mee op. Drommen mensen verdrongen zich voor de ramen om kennis te nemen van het nieuwste weerbericht.

In de loop van de 20e eeuw zou de weerkaart steeds meer gaan bieden. Belangrijk was de introductie van fronten door Noorse natuurkundigen in 1939. Fronten hangen meestal samen met lagedrukgebieden. Een front vormt de voorste begrenzing van een andere luchtsoort, bijvoorbeeld verschillend in temperatuur of vocht. Voor de dagelijkse weersverwachting is de verplaatsing van een front van grote betekenis. Na de oorlog werden de dagelijkse weerkaartjes uitgebreid met waarnemingen van de radiosonde, de weerballon die een dwarsdoorsnede maakt van de atmosfeer tot enkele tientallen kilometers hoogte. Opnieuw was dat een belangrijke doorbraak voor de weersverwachting. In de jaren die volgden werd de dagelijkse weerkaart regelmatig aangepast maar de wijzigingen hadden voornamelijk betrekking op de vormgeving. Sinds 1 april 1983 werden de kaartjes getekend door een computer.