Windmeters zijn er in veel soorten en maten. Ook de windzak geeft een indicatie van de windrichting en -kracht (foto Jannes Wiersema)
De halve bollen zijn van binnen hol. De wind oefent op de holle zijde meer kracht uit dan aan de bolle kant, waardoor het molentje door de wind in beweging komt. De snelheid van de draaiende bollen, die in een elektrisch signaal wordt omgezet, is een maat voor de windsnelheid.

Op voorschrift van de Wereld Meteorologische Organisatie worden windmeters op weerstations geplaatst in een open terrein op een mast van 10 meter hoogte. In een volgebouwd Nederland wordt het steeds moeilijker om geschikte meetlocaties te vinden. Om storende invloeden van gebouwen te beperken worden de meters soms hoger geplaatst. Met formules wordt de meting omgerekend naar 10 meter hoogte, zodat de gegevens vergelijkbaar zijn.

Ook is er in de loop der jaren veel veranderd aan het meetnet, waardoor windgegevens uit de eerste helft van de 20e eeuw niet vergelijkbaar zijn met die van later datum. Tegenwoordig geven automatische weerstations continu gegevens door over de wind. Zo kan nauwkeurig worden gevolgd hoe hard het in ons land waait of heeft gewaaid.

De gemiddelde windsnelheid wordt vaak bepaald over periodes van 10 minuten en opgegeven in meters per seconde, kilometers per uur of Beaufort. Wanneer in het weerbericht wordt gesproken over windkracht 8 (een stormachtige wind) dan wordt verwacht dat de windsnelheid gemiddeld over 10 minuten tussen 17,2 en 20,7 m/seconde (62-74 km/uur) ligt. Zo hoort bij elk van de dertien klassenummers volgens de schaal Beaufort een gemiddelde berekend over 10 minuten. In de scheepvaart wordt ook gewerkt met knopen: 1 knoop komt overeen met 0,5144 meter per seconde, ongeveer een halve meter per seconde dus.

Meetgegevens die in de weerrapporten actueel worden gemeld zijn voorlopig. Achteraf worden alle gegevens geverifieerd en gevalideerd en moeten soms correcties worden toegepast.

Voor klimatologische statistieken en vergelijking van stormen wordt uitgegaan van uurgemiddelden. Klimatologen spreken van een zware storm wanneer de windsnelheid ergens boven land een uurgemiddelde haalt van windkracht 10, dat wil zeggen tussen 24,5 en 28,4 m/seconde (89-102 km/uur). Ligt de windsnelheid gemiddeld over een uur tussen 28,5 en 32,6 meter/seconde (103-117 km/uur) dan wordt de storm achteraf geboekt als een zeer zware storm en boven 32,6 m/seconde (meer dan 117 km/uur) als orkaan.