8 maart 2012 -
De meteorologische winter bestaat uit de maanden december, januari en februari. Vorst in november en maart telt voor de wintergemiddelde temperatuur dus niet mee. Vandaar dat er daarnaast een berekening bestaat, het zogenaamde koudegetal van Hellmann, waarin ook vorst in het voor- en naseizoen meetelt.
Gustav Hellmann (1854 –1939), de bedenker van het koudegetal om de kou in het koude seizoen te kwantificeren
Het koudegetal is ook geschikt om een tussentijdse balans van de winter op te maken. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van het dagelijks etmaalgemiddelde van de temperatuur. Dat is het gemiddelde over 24 uur, dat bepaald wordt uit de 24 uurlijkse temperatuurmetingen op een dag.
Alle etmaalgemiddelden beneden het vriespunt over de periode 1 november tot en met uiterlijk 31 maart worden opgeteld, zodat uiteindelijk één (koude)getal wordt verkregen. Daarvan wordt het minteken weggelaten. Bedraagt de gemiddelde etmaaltemperatuur op een bepaalde dag -0,5 graden en de volgende dag -0,8 graden, dan is het koudegetal over die twee dagen dus 1,3.
De winter krijgt op grond van het koudegetal in De Bilt aanduidingen als streng, koud, zacht of zeer zacht. Een winter met een koudegetal van minder dan 20 wordt zeer zacht genoemd. Het KNMI heeft statistieken gemaakt van de koudegetallen van alle winters sinds 1901. De winter van 1989 was met een 1,9 de zachtste sinds 1901, op twee staat 1975 (3,2) en op drie 2000 (3,6).
Een koude winter heeft een koudegetal tussen 100 en 160 (koud). Een koude winter is in de afgelopen 111 jaar 21 keer voorgekomen. Zes keer lag het koudegetal tussen 160 en 300 (zeer koud), drie winters kwamen boven 300 uit (streng). Het koudst was de winter van 1963 met een koudegetal van 345,9. De winter van 1947 staat op de tweede plaats met 342,8 en daarna volgt die van 1942 met 331,8.
Het koudegetal van Hellmann, berekend uit de som van alle negatieve etmaalgemiddelden van de temperatuur, is in de winter van 2009/2010 opgelopen tot 94,7. De winter was daarmee de koudste sinds 1997 met een koudegetal van 131,6. In de vorige winter van 2010/2011 is het koudegetal voornamelijk door de bijdrage van de zeer koude december opgelopen tot 80,6.
Dit jaar is het een heel ander verhaal en stond het koudegetal eind januari nog op een magere 1,3. Februari heeft daar drastisch verandering in gebracht. Het koudegetal is dankzij de koudegolf met sprongen omhoog geschoten en staat inmiddels op 88,4. Dat is iets minder dan in de winter van 2010 (koudegetal 94,7) maar iets meer dan in de winter van 2011 (80,6).
De winter van 2012 bezet de 33e plaats op de ranglijst van de "koudste" winters sinds 1901. De bijdrage aan het koudegetal van de afgelopen winter kwam vrijwel volledig voor rekening van de periode 29 januari tot en met 12 februari 2012.
Eerste uitgave:
08-03-04
Laatste wijziging:
08-03-12