Nader Verklaard
Vulkaanuitbarstingen en klimaat
22 april 2012 -
In Mexico is deze week de vulkaan Popocatepetl actief geworden. De 5450 hoge vulkaan spuwt rotsblokken, stoom en as de lucht in. Vulkanologen en klimatologen houden de activiteit van El Popo, zoals de vulkaan ook wordt genoemd, in de gaten. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van satellietbeelden.
De temperatuurafwijking van de zomer van 1816 (Briffa et al, 1998)
Onduidelijk is in hoeverre de recente vulkaanactiviteit in Mexico invloed kan hebben op het klimaat. Vulkanen op tropische breedten kunnen het klimaat beïnvloeden maar dat geldt alleen voor zeer krachtige uitbarstingen waarbij het vulkaanas tot zeer grote hoogtes in de atmosfeer komt.
De gevolgen van de uitbarstingen door vulkanen in tropische landen zijn goed zichtbaar in temperatuurreeksen. Grote uitbarstingen zoals de Pinatubo in 1991 en de Tambora van 1815 zorgden ervoor dat de wereldgemiddelde temperatuur een paar jaar een kwart tot één graad lager lag. De afkoeling wordt veroorzaakt doordat vulkanisch stof hoog in de atmosfeer zonlicht tegenhoudt.
Vulkaanuitbarstingen hebben alleen een langdurig koelend effect als het stof de stratosfeer bereikt op meer dan 10 tot 15 kilometer hoogte. Naast de hoogte van de pluim heeft ook de plaats van de vulkaan op de aarde een grote invloed. Stof van vulkaanerupties in de tropen wordt door de luchtstromingen verder omhoog gebracht en over de hele wereld verspreid, terwijl dat van vulkanen buiten de tropen naar beneden waait en ook met neerslag snel weer verdwijnt.
Het vulkaanstof van de Grimsvötnl op IJsland, die op 21 mei 2011 tot uitbarsten kwam heeft zover bekend geen invloed gehad op het klimaat. Vulkaanuitbarstingen op IJsland hebben in het verleden de temperatuur op aarde nauwelijks beïnvloed, doordat het vulkaanstof relatief laag in de atmosfeer blijft.
Zwaveldioxidemetingen van OMI van 17 april 2012 van de uitbarsting van de Popocatepetl (Bron: KNMI/FMI/NASA)
De Grímsvötn op IJsland spuwde in november 2004 een pluim as tot op 12 kilometer hoogte. Ook die uitbarsting had geen invloed op de temperatuur op aarde of in Europa. Ook de sterkere uitbarsting van de Kasatochi in Alaska in augustus 2008 is niet zichtbaar in de temperatuurregistraties, hoewel de as 14 kilometer hoog kwam en over een afstand van duizenden kilometers te volgen was. De zomer en de herfst na de grote uitbarsting van de Laki en Grímsvötn vulkaan op IJsland in juni 1783 was in Europa juist warmer dan normaal.
De uitbarsting van de Pinatubo op de Filippijnen in juni 1991 heeft de wereld een paar maanden achtereen een halve graad afgekoeld. Het duurde ook 2 tot 3 jaar voordat het effect voorbij was: de jaargemiddelde temperatuur van 1992 en 1993 lag een kwart graad lager dan de jaren er voor en er na. Verder terug in de tijd wordt de onzekerheid van reconstructies van de wereldgemiddelde temperatuur groter. Het effect van de uitbarsting van de Krakatau in 1883 is dan ook niet meer zo duidelijk.
Maar ook zonder temperatuurmetingen zijn effecten van grote vulkaanuitbarstingen in het verleden terug te vinden. Een voorbeeld is de Tambora in Indonesië in april 1815 die het vulkaanas tot 40 kilometer hoog in de atmosfeer bracht. Het volgende jaar 1816 staat bekend als het "jaar zonder zomer", met zomertemperaturen ver onder normaal. Zo'n effect zullen de vulkanen die in april 2010 en mei 2011 op IJsland uitbarstten niet veroorzaken. Waarschijnlijk is er ook op termijn weinig of niets van te merken in de temperatuurreeksen.
Meer diepgang in KNMI-kenniscentrum
http://www.knmi.nl/cms/content/79812/klimaateffecten_van_vulkaanuitbarstingen
Eerste uitgave:
21-04-10
Laatste wijziging:
22-04-12