Nader Verklaard
Warmtegetal
30 augustus 2011 -
Er zijn verschillende mogelijkheden om de zomer te beoordelen, maar met de meeste grootheden, zoals gemiddelde temperatuur, het aantal uren zon en de neerslag, kan de balans pas achteraf worden opgemaakt. Bovendien gaan die gemiddelden over de drie zomermaanden, juni, juli en augustus, terwijl het zomerse weer vaak al eerder begint en ook in het najaar nog voortduurt. Er zijn daarom ook methodes om een soort tussenstand van de zomer op te maken en die bieden de mogelijkheid om tussentijds een indruk te krijgen over de aard van de zomerse weer in het hele jaar en de mate van uitzonderlijkheid.
Het KNMI houdt daarom de toename van het aantal "ADS"-dagen bij. Dat zijn echte mooi-weerdagen met een gemiddelde temperatuur ruim boven normaal (het decadegemiddelde), hooguit 0,2 mm neerslag en een zonneschijnduur van minstens 50 procent. Topjaar van de 20e eeuw was 1947 met in de zomerperiode mei- september 78 ADS-dagen. In 2007 was vooral het voorjaar fraai met liefst 18 mooie dagen in april (normaal 5) en 9 in mei (normaal 7). In 2008 telde mei 14 mooie dagen.
Een andere methode voor een tussentijdse balans, die uitgaat van de warmte, is het warmtegetal. Die waarde wordt berekend door het aantal graden dat, in de periode mei- september, de gemiddelde etmaaltemperatuur van elke dag boven de 18,0 graden ligt, op te tellen. Een dag met gemiddeld over 24 uur een temperatuur van 20,2 graden draagt dus 2,2 bij aan het warmtegetal. Zo komen we dus uiteindelijk tot een totale som die het mogelijk maakt de warmte in het jaar te classificeren.
Topjaar van de 20e eeuw is 1947 met een warmtegetal van 221,3, daarna volgt 2006 met ruim 200, op de derde plaats 1995 met 169,7, op vier 1976 met 163,8 en op vijf 1994 met 147,9 (volledige tabel onder nader verklaard- zomer tussenstand).
Eerste uitgave:
31-07-03
Laatste wijziging:
30-08-11