3 september 2012 -
Het warmtegetal is een waarderingscijfer voor de zomerwarmte. Voor de berekening van het warmtegetal worden de dagelijkse waarden boven 18 graden van de etmaalgemiddelde temperatuur in De Bilt tussen april en oktober opgeteld.
Thermometerhutten op het KNMI-terrein in De Bilt waarin continu de temperatuur wordt gemeten (foto: KNMI)
Een dag met gemiddeld over 24 uur een temperatuur van 20,2 graden draagt dus 2,2 bij aan het warmtegetal. Bedraagt het etmaalgemiddelde 18,0 graden of lager dan levert die dag dus geen bijdrage aan het warmtegetal. Met deze methode kan zowel tussentijds als achteraf de balans worden opgemaakt van de hoeveelheid warmte die de zomer oplevert.
Een dag met een etmaalgemiddelde temperatuur van minstens 18 graden wordt als vrij warm of warm ervaren zodat deze grenswaarde een representatief beeld geeft van de genoten hoeveelheid warmte.
Het warmtegetal voor de zomer is de tegenhanger van het koudegetal dat voor de winter wordt gebruikt en dat van alle dagen met een etmaalgemiddelde onder nul de negatieve waarde van de temperatuur sommeert. Het warmtegetal geeft alleen een indruk van de warmte in het zomerhalfjaar. Een relatief hoge score zegt dus niets over bijvoorbeeld neerslag of zon en kan ook bereikt worden in een verregende zomer. In de tabel van alle warmtegetallen sinds 1901 gerangschikt naar warmteproductie staat de zomer van 1947 aan de top met een warmtegetal van 221,3. Daarna volgen de zomers van 2006 (201,2), 1995 (169,7), 1976 (163,7) en 1994 (147,9). De laagste score staat op naam van de zomer van 1965 met slechts 3,9 als warmtegetal. Daarna volgen de zomers van 1956 (4,9), 1962 (6,7), 1974 (11,6) en 1907 (11,8).
Om een totale indruk te krijgen van de kwaliteit van het zomerweer moeten ook andere grootheden, zoals regen en zon, meegenomen worden. Daarvoor zijn andere methodes in gebruik zoals het in kaart brengen van het aantal mooi-weerdagen, ook wel aangeduid als ADS-dagen. Dat zijn dagen met een gemiddelde temperatuur ruim boven wat voor de tijd van het jaar normaal is (decadegemiddelde), hooguit 0,2 mm neerslag en een zonneschijnduur van minstens 50 procent.
Het warmtegetal van 2012 was begin september opgelopen tot 85,5. Daarmee heeft het zomerhalfjaar van 2012 zich in elk geval verzekerd van de 24e plaats van alle warme periodes sinds 1901. Dat is een veel hogere positie dan vorig jaar toen het zomerhalfjaar met 43,3 op de 68e plaats eindigde. De zomerperiode van 2010 haalde een warmtegetal van 95,3, goed voor de twintigste plaats op de ranglijst. De tweede helft van de zomer van 2010 met een van de natste augustusmaanden ooit viel echter in het water.