Uitleg over

Satellieten

De eerste weersatelliet werd in 1960 gelanceerd. Sindsdien is de satelliet één van de belangrijkste hulpmiddelen in de meteorologie.

De satellieten leveren niet alleen wolkenbeelden maar ook gegevens over infraroordstraling waaruit temperatuur en vochtigheid wordt afgeleid. Satellietmetingen zorgen ook voor gegevens van straling, wind, golfhoogtes, golfpatronen, zeestromingen, ijskappen en nog veel meer. 

Geostationair en polair

Er is een onderscheid tussen satellieten die op een vast punt ten opzichte van de aarde staan, de geostationaire satellieten en satellieten die een cirkelvormige baan over de polen beschrijven, de polaire satellieten. De geostationaire, zoals de serie Meteosat-satellieten, kunnen door hun vaste positie veel vaker opnames maken van eenzelfde gebied dan de polaire. De polaire satellieten zijn vooral geschikt voor details en brengen de poolstreken in beeld.  

Meteosat

In de zomer van 2012 is de Meteosat-10 gelanceerd. Deze geostationaire satelliet is de derde van de in totaal vier Europese weersatellieten binnen het Meteosat Second Generation (MSG) programma. De eerste satelliet – Meteosat-8 – is in 2002 gelanceerd en fungeert nog steeds als reserveweersatelliet. Meteosat-9 blijft ook in werking. 

ENVISAT

In 2002 is de Europese milieusatelliet ENVISAT, een polaire satelliet, van ruimtevaartorganisatie ESA (European Space Agency) gelanceerd. Tien jaar lang stuurde hij gegevens naar de aarde. In 2012 is hij daarmee gestopt. De ENVISAT was ontworpen voor een periode van vijf jaar en heeft het dus twee keer zo lang uitgehouden.

ENVISAT was de grootste Europese satelliet die draait op achthonderd kilometer hoogte in een baan over de Noord- en Zuidpool. De satelliet was uitgerust met tien wetenschappelijke instrumenten voor metingen aan het landoppervlak, de oceaan en in de atmosfeer. Eén van de instrumenten was SCIAMACHY, een samenwerkingsproject van Nederland, België en Duitsland.

SCIAMACHY

Meetinstrument SCIAMACHY (Scanning Imaging Absorption Spectrometer for Atmospheric Chartography) is een samenwerkingsproject van Nederland, België en Duitsland. Het is een spectrometer die nauwkeurig het spectrum van zonlicht dat door de aardatmosfeer wordt teruggekaatst, opmeet.

Bij de bouw waren Dutch Space, Netherlands Institute for Space Research SRON en TNO betrokken. De Universiteit van Bremen had de wetenschappelijke leiding. Het KNMI coördineerde de kwaliteit van de metingen en beschikt inmiddels over een enorme hoeveelheid onderzoeksgegevens van de afgelopen jaren.

Elk gas in de atmosfeer heeft zijn eigen karakteristieke absorptielijnen. Dat betekent dat de atmosfeer bepaalde kleuren van het zonlicht sterker absorbeert dan andere kleuren. Zo kunnen soorten en hoeveelheden gassen onderscheiden worden en in kaart worden gebracht. Het KNMI verzamelt, analyseert en onderzoekt deze satellietmetingen.

Opbrengst SCIAMACHY

De beschermende ozonlaag, de luchtkwaliteit, het broeikaseffect en stofdeeltjes in de atmosfeer waren de belangrijkste onderwerpen waarvoor SCIAMACHY veel heeft betekend. Met gegevens van SCIAMACHY is een driedimensionaal beeld van de ozonlaag ontwikkeld. De metingen hebben meer inzicht opgeleverd in de processen die leiden tot afbraak van ozon en vorming van ozongaten.

Van groot belang voor het onderzoek zijn ook de metingen van stikstofdioxide (NO2) die informatie bieden over de luchtkwaliteit. Dankzij de metingen is informatie beschikbaar gekomen van de dagelijkse en wekelijkse variaties in de luchtvervuiling. Zo zijn de zogenaamde mondiale “hotspots” van de luchtvervuiling in West-Europa, Noord-Amerika en Oost-China in kaart gebracht.

Ook op het gebied van onderzoek naar wolken en aerosolen en de rol daarvan in de opwarming van de aarde en de verspreiding van woestijnzand, rook van bosbranden en vulkaanas heeft SCIAMACHY alle verwachtingen overtroffen.

TROPOMI

SCIAMACHY wordt begin 2015 opgevolgd door het nieuwe satellietinstrument TROPOMI. Aan boord van de Europese ESA-satelliet Sentinel-5 Precursor gaat TROPOMI vanuit de ruimte luchtvervuiling in kaart brengen op stadsniveau. TROPOMI heeft een levensduur van naar schatting zeven jaar. Het is een voorloper van de Sentinel missies die vanaf 2018 worden gelanceerd voor het continue meten van de chemische samenstelling van de atmosfeer. 

Meer uitleg over

  • Omvangrijke bosbranden in Australië (foto: NASA, Earth Observatory)

    Bosbranden

    Bosbranden komen regelmatig voor. Satellieten brengen de branden in kaart, zodat ze zo effectief mogelijk bestreden kunnen worden.
  • Absorberende aerosolen, vooral woestijnstof, rook van branden en vulkaanas, gemeten door SCIAMACHY in de periode 2002-2012. (Bron: L.G. Tilstra, KNMI)

    Satellietmetingen

    Satellietmetingen worden gebruikt om inzicht te krijgen in de effecten van milieumaatregelingen. De metingen worden steeds gedetailleerder en belangrijker.
Niet gevonden wat u zocht? Alle uitleg over