© KNMI © KNMI

KNMI Jaaroverzicht 2015

Een kansrijk klimaatakkoord tijdens de COP21 in Parijs. Uitbreiding van het seismisch meetnetwerk in Groningen. Een enthousiaste publieksdag van Nationale Wetenschapsagenda. Meteorologisch advies tijdens de Grand Départ van de Tour de France in Utrecht. Een nieuwe Wet Taken Meteorologie en Seismologie. Meetdata voor iedereen toegankelijk. Een nieuwe KNMI-website. 2015 was een perspectiefvol jaar voor het KNMI.

KNMI in 2015

Klimaatakkoord

Wereldwijd optimisme bood het klimaatakkoord tijdens de VN-klimaattop van 30 november tot 11 december. “De staatshoofden en regeringsleiders hebben de zorgen over het klimaat nu vertaald in concrete afspraken die de wereldwijde stijging van de temperatuur moeten tegengaan”, reageerde KNMI-hoofddirecteur Gerard van der Steenhoven. “Het akkoord is een wereldwijde erkenning van hetgeen de klimaatwetenschappers in vele rapporten hebben verteld.”
Maar het akkoord houdt de opwarming niet helemaal tegen. Opwarming van 1,5 of 2 graden betekent al dat Nederland niet ontkomt aan het klimaatbestendig maken van onze maatschappij. Het KNMI zal het klimaat nauwgezet en met de beste onderzoeksmiddelen blijven monitoren om de gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen.

KNMI-strategie

Een vraaggestuurde organisatie met een front-en een backoffice die snel inspeelt op de vragen uit de samenleving. Dat is de werkwijze van het KNMI zoals die in de nieuwe strategie in 2015 is vastgesteld. Het frontoffice als waarschuwings- en adviescentrum die 24/7 paraat staat om risico’s van weer en aardbevingen te signaleren. Het backoffice voor de meer complexe en lange termijn vraagstukken en risicoanalyses.
De nieuwe Wet Taken Meteorologie en Seismologie die op 1 januari 2016 in werking is getreden, geeft de basis voor deze strategie en zorgt voor een duidelijker positionering van het KNMI.

Nationale Wetenschapsagenda

Een levend document dat tot nieuwe vragen en urgenties moet leiden en waar wetenschap, bedrijfsleven en Nederlanders elkaar vinden. Het KNMI heeft met plezier en enthousiasme meegewerkt aan de Nationale Wetenschapsagenda. Tijdens de publieksbijeenkomst op het KNMI kwamen vragenstellers naar wetenschappers om antwoorden te krijgen. De conclusie van deze dag: dit is niet alleen praten over wetenschap maar een bijdrage voor heel Nederland. Volgens voorzitter Alexander Rinnooy Kan van de Wetenschapsagenda zorgt het voor nieuwe contacten en samenwerkingsverbanden.

Grand Départ

Een bijzonder voorbeeld van KNMI-maatwerk in 2015 was de Grand Départ, begin juli in Utrecht. Tijdens deze start van de Tour de France trok een actief buiengebied over Nederland. Het KNMI zat aan de ‘veiligheidstafel’ van de organisatie van de Grand Départ. KNMI-meteorologen gaven gebiedsgerichte weersverwachtingen zodat de organisatie en de veiligheidsregio voorbereid waren.

KNMI in cijfers

KNMI in cijfers

Seismisch netwerk

In 2015 is de uitbreiding van het meetnetwerk in Groningen voltooid zodat de geïnduceerde aardbevingen in deze regio nog nauwkeuriger gemonitord kunnen worden. Er zijn in 2014 en 2015 in totaal zeventig nieuwe boorgatstations geplaatst met geofoons op verschillende dieptes en versnellingsmeters aan het aardoppervlak. De NAM heeft het meetnetwerk gefinancierd. Het KNMI verzamelt, beheert en analyseert 24/7 deze meetdata en stelt ze direct beschikbaar.

WOW-NL

Zelf het weer meten en delen met anderen. Die mogelijkheid biedt het KNMI sinds april 2015 met het project WOW-NL. Iedereen die een weerstation met internetaansluiting heeft kan zich gratis aanmelden op wow.knmi.nl en meedoen. De eigen metingen en die van anderen zijn dagelijks te zien op een wereldkaart die elke tien minuten ververst. Met dit project Weather Observations Website waar UK MetOffice mee is gestart hoopt het KNMI meer data toegankelijk te maken en om weerinformatie op lokaal niveau te krijgen.

Open data

Beschikbaar stellen van data is een andere belangrijke stap in 2015 geweest. Dankzij de nieuwe wet Hergebruik Overheidsinformatie zijn KNMI-data sinds afgelopen juli voor iedereen vrij toegankelijk. De basisgegevens die gebruikt worden voor presentaties van bijvoorbeeld de neerslagradar, weerkaarten en modelverwachtingen worden digitaal aangeboden op de website van het KNMI.

Die website is in 2015 helemaal vernieuwd. Sneller, veiliger, compacter en met meer beeld. De KNMI-website kan op elke plek en elk moment geraadpleegd worden voor zowel weerwaarschuwingen, metingen als wetenschappelijke kennis over weer, klimaat en aardbevingen.

Zonnig en warm 2015

Door een extreem zachte november en december komt 2015 in de top tien van warmste jaren sinds 1901. De gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt was 10,9 graden Celsius tegen 10,1 normaal. Het zag er eerst niet naar uit dat 2015 zeer warm zou worden. De lente was vrij koel en ook de herfst begon koud. Maar door het zachte begin en einde van het jaar steeg de gemiddelde temperatuur.

Overzicht seizoenen

Zachte winter

In 2015 is er in Nederland geen echt winterweer geweest. De drie wintermaanden december (2014), januari en februari waren iets zachter dan gewoonlijk. December 2015 was zelfs met een gemiddelde van 9,5 graad de zachtste decembermaand sinds het begin van de regelmatige waarnemingen in 1706. De kerstdagen in 2015 waren de zachtste sinds 1901.  2015 telde slechts 1 ijsdag – op 23 januari – terwijl acht normaal zijn. Eind januari en begin februari was er wel vaak sprake van gladheid op de wegen waarvoor  soms code oranje is uitgegeven.

Koele lente

De lente was vrij koel in 2015 met pas op 11 mei temperaturen boven de 25 graden. Dat was ook de enige zomerse dag van het voorjaar. Vooral in mei bleven de temperaturen laag. Het was wel een zonnige lente, de op drie na zonnigste in ruim honderd jaar. Met name april was zonnig. Het waaide ook flink. Zowel op 29 als op 31 maart stormde het aan de kust met windstoten tot ruim 130 km/uur.

Vrij warme zomer

De zomer van 2015 was vrij warm en zonnig maar erg wisselvallig.  Van 30 juni tot en met 5 juli was er een hittegolf. In Maastricht werd zelfs 38,2 graden gemeten, net onder het record van 38,6 in Warnsveld uit 1944. Op 25 juli stormde het langs de westkust waarvoor code rood voor zeer zware windstoten werd uitgegeven. De zeer zware windstoten hebben in het hele land schade aangericht. Uitzonderlijk was de langdurige regen half augustus. Een groot gebied in het noorden van Nederland kreeg 50 tot ruim 100 millimeter regen, wat leidde tot wateroverlast.

Koude èn zeer zachte herfst

De herfst begon koud. In september werd het in De Bilt niet warmer dan 20 graden. Zo’n laag maximumtemperatuur is in september in vijftig jaar niet voorgekomen. Ook in oktober was het koud maar november werd  de zachtste in ruim twintig jaar. Op 3 november noteerde Maastricht zelfs bijna 21 graden. Het waaide overigens veel en hard in november. Op 15 november trok de eerste van drie herfststormen over Nederland met windstoten tot 120 km/uur. De herfst was natter dan normaal. Vooral aan de westkust waar op veel plaatsen ruim 300 millimeter viel.

Aardbevingen in Nederland

Geïnduceerde bevingen

In Groningen heeft het KNMI dit jaar 23 aardbevingen geregistreerd met een magnitude van meer dan 1,5 op de schaal van Richter. In 2014 waren er 21 geïnduceerde aardbevingen, ofwel aardbevingen die het gevolg zijn van menselijke activiteit. Daarnaast zijn er dit jaar bij Anna-Paulowna op 23 juni twee bevingen geregistreerd en een bij het Drentse Emmen.

De sterkste aardbeving had een kracht van 3,1 en vond plaats op 30 september in Hellum, in de Groningse gemeente Slochteren. Twee uur later was er op dezelfde dag de beving bij Emmen met een kracht van 2,3 op de schaal van Richter. Uit onderzoek van het KNMI blijkt dat er geen verband was tussen de beide bevingen.

Natuurlijke bevingen

In 2015 is er slechts één natuurlijke aardbeving geweest in Nederland: op 30 november 2015 in het Limburgse Weert met een magnitude van 2,3. Wel zijn er enkele tektonische bevingen net buiten Nederland geweest. In het Belgische Bilzen zijn drie lichte aardbevingen beneden de magnitude 2 geweest en in het Belgische Spa een van 3,2. In de Noordzee was er een natuurlijke beving van 4,1 net buiten Nederlands grondgebied.

Metingen van aardbevingen in Groningen in 2015. © KNMI
Metingen van aardbevingen in Groningen in 2015. © KNMI

Meetnetwerk Groningen

In 2015 is het meetnetwerk voor bevingen in Groningen fors uitgebreid. Aan het eind van het jaar telt het KNMI-meetnetwerk vijftig boorgatseismometers, waarmee de bodembeweging zeer nauwkeurig kan worden gevolgd.
Elk boorgat heeft een diepte van 200 meter waarin om de vijftig meter geofoons (microfoon waarmee trillingen worden waargenomen) zijn geïnstalleerd. Aan het aardoppervlak van elk boorgat meet een versnellingsmeter de beweging van de bodem.
Dankzij deze uitbreiding van het seismisch netwerk kan het KNMI de locatie van de gasbevingen nauwkeuriger bepalen. De afstand tussen de verschillende meetstations in Groningen is soms niet groter dan vier kilometer.

Aardbevingskaart

Op basis van nieuwe berekeningen met een grotere hoeveelheid recente meetdata heeft het KNMI een nieuwe en nauwkeuriger aardbevingskaart gemaakt. Daaruit blijkt dat de seismische dreiging boven het Groninger gasveld kleiner is dan in eerdere berekeningen. De seismische dreiging is het grootst in de gemeente Loppersum.

Wetenschappelijk onderzoek
 

Tweede uitzonderlijk warme jaar in Europa

2015 was in Europa het tweede uitzonderlijk warme jaar op rij, met 11,1 graden als Europese jaargemiddelde. Daarmee staat 2015 op de tweede plaats, iets onder 2014 (11,2 graden). Opmerkelijk waren de grote verschillen in temperatuur binnen Europa. Vooral in het oosten van Europa was het warmer. In het westen was het minder warm door de westenwind die sterker was dan in andere jaren. De twee bijzonder warme jaren in Europa passen in de trend van de opwarming van het klimaat.

Groot maar ondiep ozongat

Het ozongat boven de Zuidpool was in 2015 een van de grootste sinds de ozonlaag wordt gemeten. Dat kon het KNMI vaststellen op basis van satellietmetingen met het Monitoring Ozone Instrument OMI. Met een omvang van 26 miljoen kilometer was het groter dan Europa. De totale hoeveelheid ozon die is afgebroken, was echter vergelijkbaar met de ozonafbraak van de afgelopen twee jaar. Het ozongat is wel minder diep geworden door maatregelen die zijn genomen in het kader van het Montreal Protocol.

Neerslagtoename beter in klimaatmodellen

Door de opwarming is de neerslag in Noordwest-Europa sterk toegenomen, terwijl de neerslag in Zuid-Europa minder is geworden. In klimaatmodellen is die neerslagverandering niet goed zichtbaar omdat de windpatronen niet goed worden gesimuleerd. Ook de KNMI’14 Klimaatscenario’s laten grote veranderingen in neerslag voor de toekomst zien, maar de spreiding tussen de scenario’s is groot. KNMI-onderzoeker Ronald van Haren heeft nieuwe fijnmaziger berekeningen uitgevoerd met weervoorspelmethoden waarin het transport van vocht wordt meegenomen vanaf Atlantische Oceaan naar Europa.

KNMI meet tijdens poolexpeditie

KNMI-onderzoekers Richard Bintanja en Olivier Andry keerden eind augustus terug van de Nederlandse poolexpeditie sees.nl met een unieke set luchtvervuilingsmetingen uit de Noordpool plus waardevolle ervaringen. Tien dagen lang hebben ze op het schip De Ortelius stikstofdioxide en aerosolen gemeten. Zestig onderzoekers van verschillende vakgebieden namen deel aan de poolexpeditie naar Spitsbergen. Daarnaast reisden NOS-weerman Peter Kuipers Munneke en RTL-weervrouw Helga van Leur mee.

Fijnstof meten in Utrecht vanaf de fiets. ©KNMI
Fijnstof meten in Utrecht vanaf de fiets. ©KNMI
KNMI-meetinstrument aan boord van het schip De Ortelius tijdens de Nederlandse poolexpeditie sees.nl. ©KNMI
KNMI-meetinstrument aan boord van het schip De Ortelius tijdens de Nederlandse poolexpeditie sees.nl. ©KNMI
KNMI-weerwaarnemer Peter de Vries fotografeerde in Drenthe de wolk die in 2015 nieuw benoemd is door de WMO: de altostratus undulatus asperitas.
KNMI-weerwaarnemer Peter de Vries fotografeerde in Drenthe de wolk die in 2015 nieuw benoemd is door de WMO: de altostratus undulatus asperitas.

Luchtkwaliteit meten op Europese schaal

Wat doet luchtverontreiniging met wolken en wat betekent dat voor het klimaat? In het kader van het Europese samenwerkingsproject Arctis-2 is in 2015 een meetproject van start gegaan om Europese data te verzamelen voor onderzoek naar de invloed van luchtverontreiniging op de eigenschappen van wolken en op het klimaat. Het KNMI zorgt voor metingen vanaf de KNMI-meetmast in Cabauw en doet ook het verdiepende onderzoek zoals fluxmetingen van aërosolen en het bepalen van lichtabsorptie van aërosolen.

Fijnstof meten met smartphone

Vanaf 1 september 2015 hebben duizenden Europeanen zes weken lang in verschillende Europese steden fijnstof gemeten met iSPEX op hun smartphone. Deze Europese meetcampagne van het Nederlandse iSPEX-project moet uitwijzen hoe groot het fijnstofprobleem is in andere Europese landen en of de meetmethode goed werkt. De meetgegevens waren actueel te volgen op een kaart van Europa op http://ispex-eu.org/. Het Europese meetproject was een vervolg op de succesvolle Nederlandse iSPEX-meetcampagne die in 2013 had plaatsgevonden.

Minder NO2 in autovrij Utrecht

Afgelopen zomer, onder meer tijdens de start van de Tour de France in Utrecht, fietsten KNMI’ers en medewerkers van het Utrechtse University College door de stad met een KNMI-meetinstrument voor stikstofdioxide (NO2) op het stuur. Uit het fietsmeetexperiment bleek dat de afsluiting van de Utrechtse binnenstad voor verkeer tijdens de start van de Tour tot duidelijk minder NO2 leidde. De KNMI-meetexperimenten met lichtgewicht sensoren hangen samen met de lancering van het TROPOMI satellietinstrument medio 2016. Het KNMI heeft de leiding over deze internationale milieu- en klimaatsatelliet, die op op stads- en wijkniveau de luchtkwaliteit kan meten over de hele wereld.

Abrupte klimaatveranderingen beter in kaart gebracht

De geleidelijke wereldwijde opwarming leidt regionaal tot abrupte klimaatveranderingen. Onderzoek met klimaatmodellen in het kader van het Europese project EMBRACE toont aan dat snelle veranderingen in bepaalde gebieden ook bij een geringe mondiale opwarming optreden. Meer dan de helft van de abrupte veranderingen vindt plaats bij een mondiale temperatuurstijging van twee graden. Voorbeelden van kantelpunten in het klimaat zijn abrupte veranderingen in zee-ijs en oceaancirculatie door een plotselinge afname in hoeveelheid water dat zinkt naar de diepe oceaan.