Verdelingen van uursommen van neerslag en herhalingstijden in verschillende tijdvakken (Bron KNMI)
Ook voor rioleringen en waterbeheerders is het belangrijk te weten of bepaalde drempelwaarden worden overschreden en hoe vaak dat gebeurt. Als maat voor de intensiteit van de neerslag wordt gekeken naar de hoeveelheid die in een uur valt. Het KNMI beschikt over klimatologische meetreeksen van de uurintensiteit van de neerslag in De Bilt over een periode van meer dan honderd jaar. Voor bijna dertig weerstations in ons land zijn deze gegevens ook bekend over kortere periodes, die een beeld geven van de mogelijke heftigheid van neerslag. Daarnaast worden statistieken gebruikt van de hoeveelheden in kortere of langere tijdseenheden van een kwartier tot 6, 12 of 24 uur.

Een natte dag is een dag met binnen een etmaal een hoeveelheid van 10 mm of meer. Een jaar telt landelijk gemiddeld 22 natte dagen. Om van een dag met zware regen te spreken moet er op minstens één van de officiële weerstations 50 mm of meer zijn gevallen. Zulke zware buien komen vooral 's zomers voor, maar soms ook in anderejaar getijden. Een gewone zomer levert landelijk zes dagen met zware regen op.

Een overvloedige hoeveelheid van 50 mm of meer kan ook binnen enkele uren vallen of zelfs binnen een uur. Het weerstation Herwijnen kreeg op 28 juni 2011 een wolkbreuk waarbij in een uur tijd 79 mm viel. Dat is de hoogste regenintensiteit ooit in ons land gemeten.

De intensiteit van neerslag hangt sterk samen met de absolute luchtvochtigheid. Als maat voor de vochtigheid wordt de dauwpuntstemperatuur bepaald. Koelt een bepaalde hoeveelheid lucht bij gelijke druk af dan raakt de lucht op een bepaald moment verzadigd en verandert de waterdamp in druppeltjes. Dat proces speelt zich ook af bij de vorming van wolken. De temperatuur waarop waterdamp verandert in druppels (condensatie genoemd) is de dauwpuntstemperatuur of het dauwpunt.

Wanneer de temperatuur stijgt zal de maximale hoeveelheid vocht die de atmosfeer kan bevatten ook toenemen. De dauwpuntstemperatuur stijgt dan in het algemeen ook en daarmee de intensiteit van de neerslag. Bij de zwaarste buien zijn in ons land steeds zeer hoge dauwpuntstemperaturen gemeten van soms meer dan 20 graden. De lucht voelt dan heel benauwd aan.

Uit onderzoek blijkt dat gekoppeld aan de opwarming van de laatste decennia de intensiteit van de neerslag is toegenomen. De regenintensiteit ligt de laatste ruim tien jaar zo'n 15 procent hoger dan gemiddeld over het tijdvak 1970-1999. Dat betekent bijvoorbeeld dat de kans op een zware bui met 20 mm of meer in een uur vrijwel is verdubbeld van ongeveer eens in de vijf jaar voorheen tot eens in de drie jaar tegenwoordig. Niet alleen de totale hoeveelheid regen is groter geworden maar ook de neerslagintensiteit. De kans op zware buien is tegenwoordig dus groter dan voorheen.

Meer diepgang in Kenniscentrum