Uitleg over

Warmtegetal

Het warmtegetal is een waarderingscijfer voor de zomerwarmte. Het gaat om de dagelijkse waarden boven 18 graden tussen april en oktober.

Voor de berekening van het warmtegetal worden de dagelijkse waarden boven 18 graden van de etmaalgemiddelde temperatuur in De Bilt tussen april en oktober opgeteld. Een dag met gemiddeld over 24 uur een temperatuur van 20,2 graden draagt dus 2,2 bij aan het warmtegetal. Bedraagt het etmaalgemiddelde 18,0 graden of lager dan levert die dag dus geen bijdrage aan het warmtegetal. Met deze methode kan zowel tussentijds als achteraf de balans worden opgemaakt van de hoeveelheid warmte die de zomer oplevert.

Thermometerhutten op het KNMI-terrein in De Bilt waarin continu de temperatuur wordt gemeten (foto: KNMI)
Thermometerhutten op het KNMI-terrein in De Bilt waarin continu de temperatuur wordt gemeten (foto: KNMI)

Warmtegevoel

Een dag met een etmaalgemiddelde temperatuur van minstens 18 graden wordt als vrij warm of warm ervaren. Deze grenswaarde geeft dus een representatief beeld van de genoten hoeveelheid warmte.

Het warmtegetal voor de zomer is de tegenhanger van het koudegetal. Het warmtegetal geeft alleen een indruk van de warmte in het zomerhalfjaar. Een relatief hoge score zegt dus niets over bijvoorbeeld neerslag of zon en kan ook bereikt worden in een verregende zomer.

Totaalindruk zomerweer

Om een totale indruk te krijgen van de kwaliteit van het zomerweer moeten ook andere grootheden, zoals regen en zon, worden meegenomen. Daarvoor zijn andere methodes in gebruik zoals het in kaart brengen van het aantal mooi-weerdagen, ook wel aangeduid als ADS-dagen. Dat zijn dagen met een gemiddelde temperatuur ruim boven wat voor de tijd van het jaar normaal is (decadegemiddelde), hooguit 0,2 millimeter neerslag en een zonneschijnduur van minstens 50 procent. 

Records warmtegetal

In de tabel van alle warmtegetallen sinds 1901 gerangschikt naar warmteproductie staat de zomer van 2006 aan de top met een warmtegetal van 201,3. Daarna volgen de zomers van 1995 (169,7), 1976 (163,8) en 1947 (159,2). De laagste score staat op naam van de zomer van 1962 met slechts 4,8 als warmtegetal. Daarna volgen de zomers van 1965 (5,0), 1907 (5,7), 1916 (6,1) en 1956 (6,2).

 

Meer uitleg over

  • Blokkade op de weerkaart op 500 hPa vlak en afwijking van de temperatuur in het extreem droge jaar 1976 (Bron: KNMI/ECMWF)

    Zomerse weerkaart

    Aanhoudend zomerweer hebben we wanneer hogedrukgebieden op de weerkaart aanhouden en de weg voor depressies van de Oceaan blokkeren.
  • De zomer van 2013 grossierde in mooie dagen (foto: Jannes Wiersema)

    Mooi-weerdagen

    Mooi weer is subjectief. Voor een zeiler moet het waaien, een fietser houdt juist niet van tegenwind en aan het strand willen we zon en aangename warmte.
Niet gevonden wat u zocht? Alle uitleg over