28 december 2011 -
Twee keer per dag rond 12 en 24 uur (Universal Time) worden vanaf het waarneemterrein van het KNMI in De Bilt weerballonnen opgelaten. Het doel van deze met helium gevulde ballonnen is de metingen bij het aardoppervlak aan te vullen met gegevens van de bovenlucht. De resultaten worden radiografisch naar De Bilt gestuurd, vandaar dat weerballonnen ook wel radiosondes worden genoemd. De sonde bereikt doorgaans een hoogte tussen 20 en 30 kilometer. Tijdens de vlucht, die één tot twee uur duurt, worden metingen verricht van temperatuur, luchtvochtigheid en luchtdruk. Uit de positie van de sonde worden windrichting en -snelheid berekend.
Het TV-programma Het Klokhuis hangt een camera aan de weerballon van het KNMI om te zien hoe de dampkring eruit ziet (foto: KNMI)
De radiosonde bestaat ruim een halve eeuw maar begin 20e eeuw waren er al vlieger- en ballonoplatingen. In de jaren van de Tweede Wereldoorlog werden internationaal radiosondes gebruikt om kennis op te doen over stromingen en processen in de hogere luchtlagen. In 1947 begon het KNMI in De Bilt met radiosonde oplatingen, indertijd twee keer per dag. Vanaf 1957 zijn daar radiosondes met radar bijgekomen en sinds 1985 worden dagelijks vier sondes opgelaten. Vanaf 1992 wordt een of twee keer per week een ozonsensor meegestuurd om ozon in de lucht te meten.
Radiosondes worden op vrijwel alle nationale meteorologische stations opgelaten. Het gaat om een wereldwijd netwerk van ruim 500 meetpunten. De gegevens zijn van groot belang voor de weersverwachtingen, niet altijd voor de korte termijn maar ook voor meerdere dagen. Metingen aan de grond zeggen niet veel over de luchtstromingen op grotere hoogte. Wind op grote hoogte bepaalt echter het weer voor de komende dagen. Met name de luchtvaart profiteert van de gegevens. Met behulp van de metingen van de bovenlucht kan bekeken worden of er sprake kan zijn ijsafzetting. Voorbeelden van metingen met radiosondes zijn te vinden in de verklaring van vliegtuigstrepen.
Oplating van een radiosonde in De Bilt door Kees Smith van het KNMI. Rechts op de foto zien we de ballon met de parachute waarmee de sonde (het kastje links) uiteindelijk omlaag komt (foto KNMI)
Sonde gevonden? Als de radiosonde omhoog gaat komt hij in steeds ijlere lucht. De (rubber) ballon zal dus groter en groter worden en vroeger of later klappen. De radiosonde komt dan aan de parachute naar beneden. Helaas zijn gewone radiosondes slechts één maal te gebruiken. Wie zo'n sonde vindt mag hem behouden of kan hem inleveren bij het klein chemisch afval of voor verdere verwerking terugsturen naar het KNMI. Iedere sonde is voorzien van een briefje met adresgegevens en een beschrijving in Duits, Frans en Engels. Dat is nodig omdat de ballonnen afstanden kunnen afleggen van honderden kilometers, zodat ze in de ons omringende landen terechtkomen. Ozonsondes zijn wel opnieuw bruikbaar. Het KNMI ontvangt de ozonsondes dan ook graag retour. De gelukkige vinder ontvangt een vinderspremie.
Woensdagavond in het Klokhuis Bart van het Klokhuis hangt een camera aan een heliumballon. Zo wil hij onderzoeken hoe de dampkring eruit ziet. Maar hoe vind je ballon en camera terug en zijn de beelden bruikbaar? Wat komt Bart met camera, KNMI-ballon en camerabeelden te weten over de dampkring?
Kijk vanavond, 28 december, naar het Klokhuis, om 18u23 op Nederland 3 of bekijk de uitzending op internet. Website http://www.hetklokhuis.nl/.
Eerste uitgave:
12-09-01
Laatste wijziging:
28-12-11