KNMI en partners ontwikkelen een prototype van een landelijk meetnet voor werkelijke verdamping en bodemvocht om daarmee droogte en natuurbrandgevaar beter in beeld te brengen.
Naar een landelijk meetnet voor werkelijke verdamping en bodemvocht
Om droogte beter in beeld te brengen, ontwikkelt het KNMI samen met waterschappen, drinkwaterbedrijven en andere partners een prototype van een landelijk meetnet voor werkelijke verdamping en bodemvocht. Dit gebeurt in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Tot eind 2027 worden meetopstellingen en dataverwerking op verschillende locaties ontwikkeld en getest. Daarmee legt het project OogVoorDroog in Natuurbrandbeheersing de basis voor een operationeel landelijk meetnet en beter inzicht in droogte en natuurbrandgevaar.
Alleen weten hoeveel regen er valt, is daarvoor niet genoeg. Na een regenbui kan het bodemoppervlak nat zijn terwijl dieper in de bodem nog weinig water beschikbaar is. Hoeveel regenwater beschikbaar blijft voor planten, wegzakt of verdampt, hangt af van het weer, de begroeiing en de ondergrond.
Nederland beschikt over uitgebreide meetnetten voor neerslag, temperatuur, wind en zonnestraling. Ook worden op veel plaatsen grond- en oppervlaktewater gemeten. Hoeveel water vanuit bodem en vegetatie terugkeert naar de atmosfeer, wordt echter op een beperkt aantal locaties rechtstreeks gemeten. Ook bodemvocht wordt op verschillende plaatsen gemeten, maar een samenhangend landelijk meetnet voor werkelijke verdamping en bodemvocht ontbreekt.
Het KNMI publiceert nu onder andere de referentiegewasverdamping: de berekende verdamping van goed groeiend gras met voldoende water. Dit is een waardevolle maat voor de atmosferische verdampingsvraag. Tijdens droogte kan de werkelijke verdamping lager zijn doordat planten onvoldoende water kunnen opnemen.
Een afname van de verdamping door watergebrek kan wijzen op droogtestress, voordat zichtbare schade optreedt. Om dit te herkennen, moeten ook het weer en de eigenschappen van bodem en vegetatie worden meegenomen. Samen met bodemvochtmetingen ontstaat zo beter inzicht in waar droogte optreedt en hoe deze zich ontwikkelt.
Het beoogde landelijke beeld is ook waardevol voor waterschappen en andere organisaties. Het helpt om lokale metingen in een bredere context te plaatsen en droogte over beheergrenzen heen te volgen. Daarmee krijgen waterbeheerders, drinkwaterbedrijven, natuurbeheerders en agrariërs een samenhangender beeld van de waterbeschikbaarheid en de gevolgen van droogte.
Op basis van de data die nu al beschikbaar zijn, maken we het natuurbrandgevaar voorlopig inzichtelijk voor onze professionele partners met de Canadian Fire Weather Index, waarin onder andere droogte wordt geparametriseerd op basis van weergegevens. De verwachting is dat de nieuwe metingen dit inzicht aanvullen met informatie over de actuele droogtetoestand van bodem en vegetatie.
Het meetnet krijgt een federatieve opzet: deelnemende organisaties blijven eigenaar van hun meetlocaties en meetgegevens. Het KNMI verzorgt de centrale verwerking, kwaliteitscontrole en beschikbaarstelling. Door bestaande meetlocaties en expertise te benutten en gezamenlijke afspraken te maken over meetmethoden en datakwaliteit, bouwen het KNMI en de partners stapsgewijs aan een samenhangend landelijk netwerk.
Meetopstellingen worden onder meer op het KNMI-meetterrein bij Cabauw getest. Daarnaast worden methoden ontwikkeld om metingen te combineren met satellietwaarnemingen en weer- en bodemmodellen. Al tijdens de pilot werken we aan een landdekkend beeld van werkelijke verdamping en bodemvocht, inclusief de onzekerheden daarin. Door het meetnet tijdens en na de pilot uit te breiden, willen we de nauwkeurigheid van dit beeld stapsgewijs verbeteren.
De kopgroep van partners voor het meetnet bestaat uit Aa en Maas, Brabantse Delta, Dunea, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Vitens, Waternet, Waterschap Limburg, Waterschap Noorderzijlvest, Waterschap Rijn en IJssel, en Waterschap Vallei en Veluwe. Het uiteindelijke doel is om deze groep steeds verder uit te breiden met organisaties en metingen.
Een expertgroep met interne en externe specialisten ondersteunt de wetenschappelijke en technische ontwikkeling van het meetnet. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar de keuze en vergelijking van meetmethoden, de kwaliteit van de metingen en de interpretatie van meetgegevens.
Daarnaast denkt een klankbordgroep met vertegenwoordigers van Universiteit Twente, KWR, Het Waterschapshuis, STOWA, WUR en NIPV mee over de bredere aanpak, de aansluiting bij bestaande initiatieven en de toekomstige toepassingen van het meetnet.
Nederland staat voor de uitdaging om water steeds slimmer te beheren. Daarvoor is niet alleen kennis nodig over hoeveel regen er valt, maar ook over wat er daarna met dat water gebeurt. OogVoorDroog richt zich op het aanleveren van die ontbrekende informatie en ondersteunt daarmee droogtemonitoring en beter onderbouwde keuzes voor waterbeheer, natuurbeheer, landbouw en natuurbrandbeheer.
Joran Angevaare, projectleider OogVoorDroog in Natuurbrandbeheersing
Laatst bijgewerkt: oktober 2026