Achtergrond

Eéngraadoppervlak (ÉGO) als ecologische voetafdruk voor klimaatverandering

Klimaatverandering door het versterkte broeikaseffect is voor veel mensen een abstract begrip. Om het meer concreet te maken, introduceren we het ééngraadoppervlak, afgekort ÉGO.

De opwarming door de uitstoot van een bepaalde hoeveelheid CO2 kun je in gedachten concentreren tot een gebied ter grootte van het ÉGO, waarvan het oppervlak zodanig is dat de opwarming erbinnen één graad Celsius bedraagt en erbuiten nul. Het ÉGO kun je zien als een ecologische voetafdruk voor klimaatverandering. De gemiddelde Nederlander heeft door zijn CO2-uitstoot een ÉGO van ongeveer 10 m2 per dag.

Eéngraadoppervlak (ÉGO) als ecologische voetafdruk voor klimaatverandering
Eéngraadoppervlak (ÉGO) als ecologische voetafdruk voor klimaatverandering

Voor velen is de klimaatverandering als gevolg van het versterkte broeikaseffect een abstract begrip. De jaarlijkse temperatuurstijging waar het om gaat bedraagt slechts enkele honderdsten van een graad en de bijdrage van één mens hieraan is nog een paar miljard keer zo klein. De gedachte dat je in je eentje op z’n best het elfde cijfer achter de komma van de jaarlijkse temperatuurstijging kunt beïnvloeden, zal niet iedereen stimuleren om zuinig te zijn met energie. Om de individuele bijdrage aan de temperatuurstijging minder abstract en meer ‘voelbaar’ te maken, is er behoefte aan een maat die deze bijdrage op een meer aansprekende wijze kwantificeert. Een dergelijke maat is het ééngraadoppervlak, afgekort ÉGO. Bij deze maat wordt de wereldwijde temperatuurstijging die het gevolg is van de uitstoot van een bepaalde portie broeikasgassen in gedachten geconcentreerd op een oppervlak ter grootte van het ÉGO, waarvan het oppervlak zodanig is dat de opwarming erbinnen één graad Celsius bedraagt en erbuiten nul. Dit ÉGO is het product van het oppervlak van de aarde (5,1•10^14 m2) en de wereldgemiddelde temperatuurstijging die het gevolg is van deze uitstoot.

Enkele voorbeelden

In de periode 1995-2005 steeg de CO2-concentratie met 19 ppmv (ppmv = volumeconcentratie in delen per miljoen), waardoor de stralingsforcering toenam met 0,28 Wm–2 [1]. De stralingsforcering is de verandering in de sterkte van de netto neerwaartse straling (langgolvig plus kortgolvig) op de hoogte van de tropopauze, als gevolg van een verandering van, in dit geval, de CO2-concentratie. De klimaatgevoeligheid bedraagt ongeveer 0,75 °C/(Wm–2) [2], zodat deze stralingsforcering correspondeert met een wereldgemiddelde temperatuurstijging van 0,21 °C. De Nederlandse CO2-uitstoot is 0,6% van de totale uitstoot. Uitgaande van 16 miljoen Nederlanders, volgt hieruit een ÉGO van ruim 10 m2 per persoon per dag. De gemiddelde dagelijkse CO2-uitstoot per Nederlander veroorzaakt dus een opwarming die overeenkomt met 1 °C in een gebied van 10 m2. Dit getal zal velen meer tot de verbeelding spreken dan de corresponderende wereldgemiddelde temperatuurstijging, die slechts 2 •10^-14°C bedraagt. De ÉGO’s van een liter benzine en van een kilowattuur uit aardolie verkregen elektrische energie zijn respectievelijk ongeveer 1 m2 en 0,1 m2. Hierbij is verondersteld dat de helft van de CO2-uitstoot in de atmosfeer blijft en de andere helft wordt opgenomen door de oceanen en de biosfeer. Voor gegevens over de CO2-uitstoot van verschillende energiedragers zie [3].

Het ÉGO lijkt enigszins op de ecologische voetafdruk, die weergeeft hoeveel biologisch productieve grond- en wateroppervlakte een persoon gebruikt om zijn consumptieniveau te kunnen handhaven en zijn afvalproductie te kunnen verwerken. Bij beide begrippen wordt het menselijk gedrag immers gekwantificeerd met een aansprekende oppervlaktemaat. Er is echter ook een belangrijk verschil. De ecologische voetafdruk is een vast oppervlak dat elk jaar weer opnieuw gebruikt kan worden, terwijl de ÉGO’s van afzonderlijke jaren bij elkaar moeten worden opgeteld om het ÉGO van de totale periode te krijgen.

Natuurlijk zitten er onzekerheden in de grootte van het ÉGO. Om te beginnen is de klimaatgevoeligheid niet precies bekend. Hetzelfde geldt, in mindere mate, voor de stralingsforcering. Daarnaast hangt bij CO2 de stralingsforcering niet lineair maar logaritmisch af van de concentratie, waardoor het ÉGO van een portie CO2 kleiner is naarmate de CO2-concentratie groter is. Dat neemt niet weg dat het ÉGO het klimaateffect van het individuele energiegebruik op een aansprekende wijze kwantificeert. Een bijkomend voordeel is dat enkele karakteristieke waarden van het ÉGO ronde getallen zijn: 10 m2 voor de gemiddelde dagelijkse CO2-uitstoot per Nederlander, 1 m2 voor een liter benzine en 0,1 m2 voor een kilowattuur elektriciteit uit aardolie. Tenslotte merken we op dat het ÉGO van het zetten van een kopje thee ongeveer gelijk is aan de doorsnede van het theekopje.

Referenties

  • IPCC, 2007: Climate Change 2007: The Physical Science Basis. Contribution of Working Group I to the Fourth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change. Cambridge University Press, 996 pp
  • Soden, B. J., and I. M. Held, 2006: An assessment of climate feedbacks in coupled ocean-atmosphere models, Journal of Climate, 19, 3354-3360
  • Hermans, J., 2008: Energie Survival Gids, BetaText v.o.f., 192 pp
Niet gevonden wat u zocht? Zoek meer achtergrond artikelen