De frequentie en intensiteit van extreem warme dagen nemen in Nederland snel toe door klimaatverandering. Hitte vormt inmiddels de grootste klimaatgerelateerde bedreiging voor de volksgezondheid in Europa. Ook in Nederland blijft het risico substantieel. Het Nationaal Hitteplan (NHP) werd in 2007 ingevoerd en in 2024–2025 geëvalueerd. Dit rapport ondersteunt de doorontwikkeling van het NHP en de integratie met de KNMI-waarschuwingssystematiek. Het gaat in op de huidige werking van het waarschuwingssysteem, plaatst deze in de Europese context, onderzoekt de werking van de code-roodprocedure voor extreme hitte en de mogelijke rol van de nieuwe index hittekracht, en sluit af met aanbevelingen voor verdere doorontwikkeling. Samen met de epidemiologische kennisnotitie van het RIVM vormt dit rapport de basis voor een doorontwikkeling van de waarschuwingssystematiek voor hitte.
Het KNMI waarschuwt via code geel, oranje en rood. Code geel werd in 2007 geïntroduceerd samen met het NHP en code oranje en rood zijn in 2015 toegevoegd en in 2021 herzien. Voor de huidige code geel en oranje dient de maximumtemperatuur als richtlijn, waarbij ook de potentiële impact wordt meegewogen. Code rood is in de basis gebaseerd op dezelfde meteorologische criteria als code oranje, maar opschaling van oranje naar rood is geheel impactgedreven en volgt uit een gezamenlijke inschatting van potentiële maatschappelijke gevolgen door het Weer Impact Team (WIT). Code rood voor hitte is nog nooit afgegeven; code oranje tot nu toe vijf keer. Bijna alle Europese landen waarschuwen inmiddels voor hitte, meestal op basis van temperatuur, maar de gebruikte indicatoren en criteria verschillen sterk. Ongeveer een kwart van de landen – met name in Zuid- en West-Europa - heeft epidemiologisch onderbouwde drempels.
Het WIT is een multidisciplinair overleg waarin experts uit onder meer mobiliteit, infrastructuur, hulpdiensten en de rijksoverheid de maatschappelijke gevolgen van extreem weer duiden en het KNMI adviseren over code rood. Het WIT kwam vier keer bijeen in relatie tot extreme hitte, maar adviseerde nooit tot opschaling naar code rood. Uit interviews blijkt dat het proces wordt gewaardeerd vanwege de gezamenlijke beeldvorming, maar dat er bij hitte structurele knelpunten zijn die het advies tot opschalen bemoeilijken. Het handelingsperspectief richting burgers bij code rood wordt niet door alle partners als kader gedeeld of als onderscheidend gezien ten opzichte van code oranje, wat vraagt om betere afstemming. Daarnaast is de samenstelling van het WIT sterk georiënteerd op openbare orde en veiligheid, mobiliteit en infrastructuur. Vertegenwoordigers uit deze domeinen gaven echter aan bij extreme hitte weinig aanleiding te zien om een code rood te adviseren vanuit hun domein, omdat hitte doorgaans geen acute netwerkonveiligheid veroorzaakt en binnen bestaande protocollen kan worden beheerst. De grootste hitterisico’s liggen juist bij gezondheid en zorgcontinuïteit, mogelijk versterkt door energieproblemen, terwijl deze domeinen minder structureel zijn vertegenwoordigd en inzicht in near real-time gezondheidsimpact beperkt is. De flexibele samenstelling van het WIT biedt ruimte om te verkennen welke aanvullende partijen bij extreme hitte zouden moeten aansluiten. Tot slot kan maatschappelijke perceptie, onder meer via nieuws- en socialmediaberichtgeving, structureler worden benut in de gezamenlijke duiding, omdat deze informatie relevante context kan bieden voor het inschatten van ernst en beleving van het publiek.
De nieuwe index hittekracht wordt door het KNMI in 2026 operationeel geïntroduceerd om hittestress beter te duiden. Hittekracht is gebaseerd op de internationale maat Wet Bulb Globe Temperature (WBGT) en combineert temperatuur, relatieve luchtvochtigheid, wind en zonnestraling in een schaal van 0–10. Analyse van uurlijkse en dagelijkse gegevens voor De Bilt (1991–2025) laat zien dat de hittekracht tijdens activaties van het Nationaal Hitteplan meestal rond 6-7 lag, met uitschieters van 3 tot 10. Tegelijkertijd zijn er ook dagen met hittekracht 9 waarop de temperatuur gematigd blijft en die buiten een hittegolf vallen, wat illustreert dat hittekracht deels andere typen hittestress zichtbaar maakt dan temperatuur. Over het geheel genomen overlappen temperatuur- en hittekrachtextremen voor ongeveer 70%. Ook ruimtelijk ontstaan duidelijke verschillen: locaties met hoge hittekracht komen niet altijd overeen met de plekken waar de hoogste temperaturen worden gemeten. De index biedt daarmee waardevolle aanvullende duiding voor de meteoroloog in situaties (momenten, locaties) waar de temperatuur niet extreem is maar de WBGT wel. Hitte kan dan immers op basis van temperatuur alleen niet extreem zijn en toch belastend zijn. Hoewel hittekracht geen formeel waarschuwingscriterium is, wordt de index wel betrokken in de bredere impactafweging en biedt het aanvullende informatie tijdens én buiten waarschuwingsperiodes voor diverse partners en sectoren.
Omdat de risico’s door klimaatverandering, vergrijzing, verstedelijking en andere factoren verschuiven, is een periodieke evaluatie van drempels, werkwijze en onderliggende indicatoren noodzakelijk om het waarschuwingssysteem actueel en toekomstbestendig te houden. Daarnaast brengen nieuwe ontwikkelingen zoals eerder en plaatselijker waarschuwen zowel kansen als uitdagingen met zich mee. Het is belangrijk dat deze inzichten worden benut en geïntegreerd in zowel het nationale waarschuwingssysteem als in lokale hitteplannen. Een directe vervolgstap is dat KNMI en RIVM de gezamenlijke bevindingen vertalen naar hun werkprocessen en activatiecriteria voor de zomer van 2026. Hiermee kan Nederland toewerken naar een robuust, goed onderbouwd en meer impactgericht hittewaarschuwingsmechanisme, dat recht doet aan de sterk toegenomen hitte in Nederland en de daarmee samenhangende maatschappelijke risico’s.
Carolina Pereira Marghidan, Lone Mokkenstorm. Hittewaarschuwingen: Doorontwikkeling Nationaal Hitteplan RIVM en verdere integratie met waarschuwingssystematiek KNMI
KNMI number: WR-26-02, Year: 2026, Pages: 47