Uitleg over

Zonnevlekken

Het oppervlak van de zon toont geregeld donkere vlekken: zonnevlekken. Het aantal zonnevlekken is een maat voor de activiteit van de zon. Hoe meer, hoe actiever.

Gemiddeld om de elf jaar maakt de zon een periode met veel zonneactiviteit door. Na een lange periode met weinig zonneactiviteit, neemt de kans op zonnevlekken de komende jaren weer toe. Wetenschappers verwachten de komende jaren echter een laag maximum. Zoals in de zeventiende eeuw tijdens het Maunder Minimum of de Kleine IJstijd van omstreeks 1620 tot 1740.

Poollicht

Een actieve zon produceert korte explosies van energie. Hierbij komen geladen deeltjes vrij. Als die deeltjes de aardse atmosfeer binnendringen, kunnen ze poollicht veroorzaken. De kans op poollicht is het grootst in jaren met veel zonneactiviteit.

Uit het poollicht blijkt dat de energie-uitbarstingen op de zon invloed hebben op de aardse atmosfeer. De vraag is of de veranderlijke activiteit van de zon ook merkbaar is in het klimaat. Onderzoekers zijn al meer dan een eeuw op zoek naar mogelijke verbanden tussen de mate van activiteit van de zon en het klimaat.

Foto van een zichtbare zonnevlek door Jannes Wiersema
Foto van een zichtbare zonnevlek door Jannes Wiersema.

Temperatuureffect

Sinds 1979 zijn dankzij satellieten nauwkeurige waarnemingen beschikbaar. Hieruit blijkt dat de intensiteit van de zonnestraling gelijk loopt met een elfjarige cyclus van zonneactiviteit. In de wereldgemiddelde temperatuur zijn die variaties echter nauwelijks terug te vinden. Ze veroorzaken variaties van ongeveer 0,03 graden. Er zijn aanwijzingen dat langzamere variaties in zonneactiviteit wel een merkbare invloed hebben.

Opwarming aarde

Uit onderzoek op het KNMI blijkt dat de waargenomen opwarming in de eerste helft van de twintigste eeuw grotendeels te verklaren is door:

  • een combinatie van een afname van vulkaanactiviteit (vulkanen hebben een koelend effect),
  • een toename van de zonneactiviteit.

In de tweede helft van de twintigste eeuw is de temperatuur nog veel sneller opgelopen. De gemiddelde zonneactiviteit is in deze jaren echter amper veranderd, maar sinds 1960 vonden enorme vulkaanuitbarstingen plaats. Mede daaruit blijkt dat menselijke activiteiten in belangrijke mate de oorzaak zijn van de warmer wordende wereld. Met name vanaf het midden van de twintigste eeuw.

Blote oog

Zonnevlekken zijn soms met het blote oog te zien. Daarvoor moet de zon heel laag staan, vrijwel op de horizon en ze mag niet al te helder meer zijn. Het beste lukt dat bij nevelig weer als de zon flauw door de wolken heen zichtbaar is. Ze zijn alleen te zien als de vlekken op de zon heel groot zijn. Meestal zijn ze te klein om zonder hulpmiddelen waar te kunnen nemen. Als de zon hoog aan de hemel staat of bij helder weer, is het gevaarlijk om zonder bescherming naar de zon te kijken. Ook een zonnebril biedt dan te weinig bescherming.

Meer uitleg over

  • Kleine ijstijd - Schilderij IJsvermaak van Barent Avercamp (1612-1679)

    Kleine ijstijd

    De Kleine IJstijd begon rond 1430 en duurde tot halverwege de negentiende eeuw. Gemiddeld lag de temperatuur in ons land zo'n 1 tot 2 graden lager dan nu.
  • Klimaat in het verleden

    Klimaat in het verleden

    Het wereldgemiddelde klimaat is een komen en gaan van koude tijden en warmere periodes. De laatste eeuw stijgt de temperatuur.
Niet gevonden wat u zocht? Alle uitleg over