Winter 2018/2019:

Zeer zacht, zeer zonnig, en een normale hoeveelheid neerslag

Lenteachtig einde draagt bij aan plek in top 10 zachtste winters

De winter over het geheel was zacht met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 5,2 °C tegen 3,4 °C normaal, goed voor een negende plek in de top 10 zachtste winters sinds 1901. De winter van 2005/2006 staat op de eerste plaats met een gemiddelde temperatuur van 6,6 °C.

Deze hoge gemiddelde temperatuur kwam voornamelijk voor rekening van de maanden december en februari. December 2018 was met een gemiddelde temperatuur van 6,1 °C in De Bilt, tegen 3,7 °C normaal, een zeer zachte maand en kwam daardoor in de top tien van zachte decembermaanden sinds 1901. De eveneens zeer zachte februari kwam op een gemiddelde van 6,1 °C in De Bilt, terwijl 3,3 °C normaal is voor deze maand. Beide maanden verliepen dus ongeveer even zacht maar toonden wel een heel verschillend weerbeeld. In december was het zacht bij een wisselvallig weertype terwijl de zachte tweede helft van februari vooral het gevolg was van een zonnig en droog weerbeeld.

December was een ietwat sombere en vrij natte maand met gemiddeld over het land 90 mm neerslag tegen een langjarig gemiddelde van 74 mm. Vooral het noorden van het land kreeg veel regenwater te verwerken met op veel plaatsen ruim boven de 100 mm. Vooral tijdens de eerste 10 dagen van de maand en ook van 16 tot en met 23 december was het ronduit wisselvallig. De maximumtemperaturen kwamen daarbij tijdens de eerste 10 dagen vrijwel dagelijks boven de 10 °C. Toch waren er ook drogere perioden, waarbij het vooral tussen 10 en 16 december ook duidelijk kouder was en het op veel plaatsen in de nacht tot lichte vorst kwam. Aan het einde van deze koudere periode viel er in de nacht en ochtend van 16 december 1-3 cm sneeuw die m.u.v. het zuidwesten enige tijd bleef liggen.

Januari was een vrij normale maand met een gemiddelde temperatuur van 3,5 °C, vier tienden boven het klimatologisch gemiddelde, met in de tweede helft ook af en toe een winters weertype. Na een sombere en zachte eerste maandhelft brak er een drogere periode aan met lichte tot matige vorst in de nachten en overdag temperaturen van net boven het vriespunt. De landelijk laagste (minimum)temperatuur van deze winter was -10,2 °C, gemeten op zowel 21 januari in Deelen als op 23 januari in Hoogeveen. Van 22 tot en met 24 januari kwam het lokaal zelfs tot enkele ijsdagen; dagen waarop de temperatuur gedurende het hele etmaal niet boven het vriespunt uitkomt. Ook kwam het tijdens deze periode enkele keren tot winterse neerslag, zo viel er op 22 januari in een groot deel van het land enkele centimeters sneeuw. Op 25 januari ontstond er verraderlijke gladheid door ijzel in het noordoosten waarvoor het KNMI een code oranje uitgaf. Op 30 januari kwam het regionaal nog tot sneeuwval waarbij zich opnieuw een tijdelijk sneeuwdek vormde.

Februari was vervolgens een maand van twee gezichten, waarbij de eerste 10 dagen wisselvallig weer brachten bij temperaturen rond normaal. Zo was 10 februari de natste dag van deze winter met in het midden en zuiden 20-30 mm regen in 24 uur. Daarna stabiliseerde het weer en brak er een langdurige periode aan met overwegend zonnig en droog weer, met grote verschillen tussen de dag- en nachttemperatuur. De nachten waren vrij koud met regelmatig lichte vorst terwijl de maximumtemperaturen ruim boven normaal uitkwamen. In de periode van 24 tot en met 27 februari werden de hoogste maxima bereikt, met in een groot deel van het land temperaturen (ruim) boven de 15 °C. In De Bilt werd op de 25e met 18,3 °C het record van zowel de hoogste februari- als wintertemperatuur sinds 1901 verbroken. De volgende dag werd dit record opnieuw verbroken en steeg het kwik op het landelijk station tot maar liefst 18,9 °C. In Arcen werd op 27 februari met 20,5 °C de hoogste temperatuur van het winterseizoen bereikt, waarmee ook het maand- en winterrecord voor alle stations werd verbroken en de winter pas voor de tweede keer sinds 1901 een warme dag oplevert.

Toch telde februari in De Bilt nog 9 vorstdagen, tegen 13 normaal. Samen met 11 vorstdagen in januari en 8 vorstdagen in december komt deze winter op een totaal van 28 vorstdagen, 10 minder dan het klimatologisch gemiddelde. De Bilt telde 2 ijsdagen, beide in januari, waar 7 ijsdagen normaal is voor het hele winterseizoen.

Gemiddeld over het land viel er 191 mm tegen 195 mm normaal, waarmee de winter qua neerslag normaal is verlopen. Na een vrij natte december volgde een vrij droge januari en februari, met respectievelijk 56 en 45 mm. Na de eerste 10 dagen van februari bleef het op de meeste plaatsen zelfs vrijwel helemaal droog. In de kustgebieden was het met circa 170 mm het droogst deze winter, in het oosten was het met circa 230 mm aanzienlijk natter dan het landelijke gemiddelde.

Door een zeer zonnige februari met gemiddeld over het land 139 zonuren tegen 85 normaal, was de winter uiteindelijk zeer zonnig met gemiddeld over het land 249 zonuren tegen 196 normaal. In de (westelijke) kustgebieden scheen de zon het meest, het minst zonnig was het in het oosten en noordoosten van het land. Zo was Vlissingen met 299 zonuren het zonnigste KNMI-station en Lauwersoog met 191 uren het minst zonnige.

Normaal = het langjarig gemiddelde over het tijdvak 1981-2010.
1 maart 2019, De Bilt / Yorick de Wijs