Koud, aan de zonnige kant en normale hoeveelheid neerslag
Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 2,5°C tegen een langjarig gemiddelde van 3,6°C verliep de maand koud. Het was de koudste januari sinds 2017, toen was het 1,6°C.
De maand begon onder invloed van lagedrukgebied Anna. In Nederland kwam het niet tot storm, maar met name langs de kust stond er op Nieuwjaarsdag wel veel wind. Het lagedrukgebied trok langzaam vanaf de Noordzee naar het oosten van Scandinavië en zorgde bij ons voor een noordelijke stroming die koude lucht en veel winterse neerslag onze kant op bracht. De temperatuur lag vanaf 3 januari ’s nachts onder het vriespunt en overdag daar net boven. Op 6 januari daalde in het midden van het land de temperatuur in een heldere nacht en boven een sneeuwdek plaatselijk tot onder de -10°C.
Op 8 januari werd het tijdelijk zachter. Het lagedrukgebied Goretti, dat in Frankrijk voor storm zorgde, trok over Nederland en bracht in het midden en zuiden van het land regen en in het noorden sneeuw. Na de passage van het lagedrukgebied kwam het hele land opnieuw in de koude lucht en daalden de temperaturen flink. Op 10 januari kwam de temperatuur in De Bilt de hele dag niet boven het vriespunt en was er sprake van een ijsdag. In de daaropvolgende nacht daalde de temperatuur nog wat verder, met name in het noordoosten van het land. In Eelde werd het op 11 januari -11,6°C, de laagste temperatuur deze maand.
Later die dag zette de dooi opnieuw in en kregen lagedrukgebieden boven de oceaan de overhand. De wind draaide naar het zuidwesten en de temperaturen liepen heel snel op. Vanaf 15 januari lagen op veel plaatsen de maximumtemperaturen boven 10°C. Het warmst werd het op 17 januari in Beek bij Maastricht met 12,9°C, de hoogste temperatuur deze maand.
De dagen daarna waren de verschillen in het land groot. In het noord(oost)en van het land was de aanvoer oostelijk en werd het opnieuw koud. Naar het zuiden toe werd de stroming wat zuidelijker en was het zachter. Zo werd het op 24 januari in het zuiden van het land rond 10°C, terwijl in het noordoosten van het land de temperatuur niet boven het vriespunt kwam. Dat verschil hield stand tot het einde van de maand, al werd het verschil vanaf 25 januari wel kleiner. Ook in het zuiden van het land deed de temperatuur toen een stap terug.
In De Bilt waren er deze maand 18 vorstdagen (minimumtemperatuur onder het vriespunt), normaal zijn dat er twaalf. Er was 1 ijsdag (dagen waarop de maximumtemperatuur onder het vriespunt ligt), normaal zijn dat er 2,6.
In het noorden van het land was het aantal vorst- en ijsdagen hoger. Eelde telde 24 vorstdagen en 4 ijsdagen.
De maand week met gemiddeld over het land 70 millimeter neerslag niet veel af van het langjarig gemiddelde van 68 millimeter.
De meeste neerslag viel in de eerste helft van de maand en regelmatig in de vorm van sneeuw. Het KNMI gaf vier keer code oranje voor gladheid door sneeuw. Met name in de eerste week van januari bouwde zich in een groot deel van het land een flink sneeuwdek op. Van 5 tot en met 8 januari lag er op sommige plaatsen, met name in het midden en noorden van het land, meer dan 20 centimeter sneeuw. Langs de kust, in Limburg en in het uiterste oosten van Twente en de Achterhoek was de hoeveelheid sneeuw die bleef liggen een stuk lager. Op 7 januari stond er aan de noordkust een tijd lang windkracht 7 door lagedrukgebied Goretti en was er sprake van sneeuwjacht. Op 8 en 9 januari viel er in het midden en zuiden van het land regen, waardoor een groot deel van het sneeuwdek snel verdween. In twee dagen viel er plaatselijk meer dan 20 millimeter neerslag.
Het KNMI gaf deze maand drie keer code oranje voor gladheid door ijzel. Op 11 en 12 januari waarschuwden we in een groot deel van het land voor ijzel. En in het noorden gold ook op 23 en 24 januari code oranje voor gladheid door ijzel. In de dagen daarna bouwde zich in het noordoosten opnieuw een sneeuwdek van enkele centimeters op. Op 29 januari kreeg vrijwel het hele land, behalve Zeeland, opnieuw te maken met sneeuw.
De meeste neerslag viel deze maand in het midden van het land en langs de westkust, met op KNMI-station Schiphol 105 millimeter (normaal 67 millimeter). Het droogst was het in Zeeland en het uiterste oosten van het land, met op KNMI-station Beek 47 millimeter neerslag (normaal 64 millimeter).
De maand was iets aan de zonnige kant met landelijk gemiddeld 74 uur zon tegen een langjarig gemiddelde van 68 uur. Met name halverwege de maand kwamen er een aantal zeer zonnige dagen voor. Op 12 januari liet de zon zich in het hele land niet zien. Het somberst was het in Horst met 55 uur zon, het zonnigst was het in Wilhelminadorp met 86 uur zon. In De Bilt scheen de zon 77 uur tegen 67 uur normaal.
Normaal = het langjarig gemiddelde over het tijdvak 1991-2020
De Bilt, 2 februari 2026/ Carine Homan