Zeer zacht, zeer zonnig en aan de droge kant
Met een gemiddelde temperatuur van 8,1°C in De Bilt tegen 6,5°C normaal was maart zeer zacht. Dit kwam vooral door de eerste tien dagen, want gedurende de maand werd het heel geleidelijk steeds minder zacht.
De maand begon zeer zacht met een zuidelijke aanvoer van tropische lucht, tussen een lagedrukgebied bij IJsland en hogedruk boven Europa. Later werd de stroming oostelijk aan de flank van een hogedrukgebied boven Duitsland en Polen. Het was zonovergoten, droog en uitzonderlijk zacht voor de tijd van het jaar; met maximumtemperaturen tussen de 15 en 19°C. Alleen de eerste dag en in het noordelijk kustgebied bleven de temperaturen wat achter. Op 6 maart werd op vliegveld Twenthe met 19,4°C de hoogste temperatuur van de maand bereikt.
De passage van een zwak golvend frontaal systeem zorgde voor een vrij sombere en minder zachte 7 maart, waarna het zonnige en zeer zachte lenteweer nog enkele dagen terugkeerde. Wel ontstond er vaak (dichte) mist in de nacht en vroege ochtend. Met de passage van een koufront sloeg het weer op 10 maart om; met meer bewolking, wat regen en lagere temperaturen.
Dit bleek het begin van een wisselvallige periode die tot en met de 16e zou duren. In een westelijke (zonale) stroming aan de flank van lagedrukgebieden nabij IJsland, passeerden er dagelijks storingen. Met maximumtemperaturen van 10-12°C bleef het overdag aan de zachte kant maar de nachten werden kouder, met in de nacht van 14 op 15 maart op veel plaatsen lichte vorst. Op de 14e trokken er talrijke buien over het land en bleef de temperatuur ook overdag achter; met maximumtemperaturen van 6°C in het oosten tot 10°C aan de kust. Vrijwel dagelijks viel er neerslag en er stond vrij veel wind. Soms was er veel bewolking maar op 12, 15 en 16 maart scheen de zon ook vaak.
Door de opbouw van een gordel van hogedrukgebieden, die zich uitstrekte van de Oceaan tot in Rusland, keerde het lenteweer vervolgens terug in Nederland. Vanaf 17 maart lagen de maximumtemperaturen rond de 15 graden en ook de eerste nachten waren zacht. Later werden de nachten kouder met plaatselijk lichte vorst. Verder was het overwegend zonnig en droog, alleen op de 21e zorgde hardnekkige mist en lage bewolking voor een tegenvallende dag in het oosten.
Op 24 en 25 maart kwam er een einde aan het lenteweer en werd de stroming noordwestelijk aan de flank van een lagedrukgebied boven Scandinavië. Maritiem polaire lucht stroomde uit over ons land en na de passage van een koufront volgden er talrijke buien, soms met onweer, korrelhagel en natte sneeuw. Soms was het onstuimig met zware windstoten (80-90 km/uur) in de kustgebieden. Op de 26e lag de temperatuur met circa 7°C ruim onder het langjarig gemiddelde en ook de andere dagen waren met ongeveer 10°C aan de koude kant. De nachten waren vrij koud met regelmatig vorst; op 17 maart werd in Deelen met -4,1°C de laagste temperatuur van de maand bereikt.
Nergens in Nederland waren er warme dagen (20°C of meer) of ijsdagen (hele dag <0°C) en dat komt overeen met het langjarig gemiddelde. Wel vroor het relatief weinig in de nacht; het aantal vorstdagen liep uiteen van 7 in het oosten tot geen aan de kust. Het langjarig gemiddelde voor maart ligt tussen de 6 en 10 vorstdagen (van west naar oost). In De Bilt waren er 5 vorstdagen, tegen 8 normaal. Het Hellmann-koudegetal voor de winterperiode (1 november t/m 31 maart) komt daarmee in De Bilt uit op 15,6 (normaal: 70,4). Daarmee was het een zeer zachte winter, vergelijkbaar met 2024. In Groningen was het Hellmann-koudegetal met 40-50 hoger.
Met gemiddeld over het land (op de automatische stations) 47 millimeter neerslag tegen 53 millimeter normaal, was maart iets droger dan het langjarig gemiddelde. Er waren geen grote verschillen; de neerslag viel vrij gelijkmatig over het land. Het natste KNMI-station was Eindhoven met 63 millimeter, normaal valt daar in maart 52 millimeter. Vlissingen en Terschelling waren de droogste KNMI-stations met 34 millimeter, ca. 10 minder dan normaal. In De Bilt viel met 45 millimeter minder dan het langjarig gemiddelde (58 millimeter).
Maart kende twee droge periodes; van 1 tot en met 9 maart en van 18 tot en met 24 maart. Daarmee lag het aantal droge dagen veelal tussen de 14 en 19, normaal zijn dat er 12 à 13. Op 12 dagen bleef het overal droog. Wanneer het wel regende was het vaak vrij nat; met landelijk gemiddeld dagelijks ongeveer 5 millimeter. 13, 14 en 25 maart waren de natste dagen, met regionaal 10-15 millimeter.
Op 25 en 26 maart vielen er winterse buien, die soms gepaard gingen met veel korrelhagel. Vooral in de avond, nacht en vroege ochtend werd het hierdoor plaatselijk glad. Plaatselijk viel er ook natte sneeuw waardoor het kortdurend wit werd, met name in de Limburgse heuvels. Ook op 29 en 30 maart viel er soms korrelhagel bij buien en op de 29e onweerde het plaatselijk stevig.
Maart was een zeer zonnige maand, met landelijk gemiddeld 212 uur zonneschijn, tegen een langjarig gemiddelde van 146 zonuren. Vooral in het zuiden was het uitzonderlijk zonnig, met ca. 220 zonuren tegen 140 uur normaal. In het noordelijk kustgebied was maart met circa 200 zonuren het minst zonnig, maar nog altijd zo’n 40 uur meer dan normaal. In De Bilt scheen de zon 214 uur (normaal is 139 zonuren), goed voor een derde plaats in de lijst met zonnigste maartmaanden.
Van 2 tot en met 5 maart was het zonovergoten en ook op 15, 18, 19 en 22 maart scheen de zon vrijwel overal maximaal. Ook 6, 9, 12, 16, 20 en 23 maart waren erg zonnig. Gemiddeld over het land telde maart slechts één zonloze dag, veelal de 7e of de 13e. In Groningen waren er 2 à 3 zonloze dagen. In het westen scheen de zon elke dag en dat is opvallend; normaal telt maart zo’n 4 zonloze dagen.
Normaal=het langjarig gemiddelde over het tijdvak 1991-2020
De Bilt, 4 april 2026, Yorick de Wijs