In de wind kan het een stuk kouder aanvoelen dan uit de wind. Dit verschijnsel staat ook wel bekend als 'windchill' of gevoelstemperatuur. Bij een gevoelstemperatuur van -15 graden of lager kunnen we een waarschuwing uitgeven.
Bedek de huid en draag genoeg kleding als je naar buiten gaat.
Blijf zoveel mogelijk uit de wind.
Er is kans op onderkoeling bij lange tijd in de kou zijn. Let extra op mensen in je omgeving die misschien je hulp kunnen gebruiken.
Ga alleen naar buiten als het echt nodig is.
Bedek de huid en draag genoeg kleding als je naar buiten gaat. Blote huid kan al bevriezen als je een paar uur in de kou bent zonder bescherming.
Blijf zoveel mogelijk uit de wind.
Er is grote kans op onderkoeling bij lange tijd in de kou zijn. Let extra op mensen in je omgeving die misschien je hulp kunnen gebruiken.
Blijf binnen.
Er is grote kans op onderkoeling, waardoor je bewusteloos kunt raken.
Het KNMI kan waarschuwen voor kou aan de hand van meteorologische richtlijnen en impact. Bij alle waarschuwingen is de verwachte impact leidend. De mate waarin het weer een risico is, bepaalt of het KNMI code geel, oranje of rood uitgeeft. Lees meer over hoe de waarschuwingen van het KNMI tot stand komen. Ook interessant: waarom waarschuwt het KNMI en wat betekenen de kleurcodes?
| Code geel | Code oranje en code rood |
| Gevoelstemperatuur vanaf -15 °C | Gevoelstemperatuur vanaf -20°C |
Warmteverlies drukken we uit in een gevoelswaarde van de temperatuur: de gevoelstemperatuur. Het verschil tussen de gemeten luchttemperatuur en de gevoelstemperatuur is een maat voor extra warmteverlies.
Het KNMI maakt gebruik van een in Canada ontwikkelde formule, de JAG/TI methode. Ook de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en IJsland hanteren deze formule. Deze wetenschappelijk onderbouwde methode (Joint Action Group on Weather Indices) is gebaseerd op het warmtetransport van het lichaam naar de huid. De JAG/TI index staat dichter bij de menselijke ervaring van warmteverlies dan andere methodes. Verschillende instellingen in ons land die te maken hebben met gezondheidsadviezen en weerbedrijven maken gebruik van de hierbij behorende tabel voor de gevoelstemperatuur.
De vermelde gevoelstemperatuur geldt voor een gezond, volwassen en wandelend persoon van gemiddelde lengte. De gevoelstemperatuur wordt berekend uit een combinatie van de luchttemperatuur en de gemiddelde windsnelheid.
De zon speelt geen rol in de berekeningsmethode. Maar bij zonnig weer voelt het minder koud aan dan de berekende gevoelstemperatuur doet vermoeden. Ook wanneer je met de wind in de rug wandelt, voelt het minder koud aan.
Het begrip gevoelstemperatuur is niet van toepassing op levenloze objecten zoals machines, gewassen, het antivries in de auto of kwik. We kunnen de gevoelstemperatuur dan ook niet meten met een thermometer. Wel heeft de wind invloed op de snelheid waarmee afkoeling optreedt. Daarom bevriezen waterleidingen en verwarmingselementen sneller als het bij vorst ook hard waait.
Door de opwarming van de aarde worden lage gevoelstemperaturen steeds zeldzamer. Een gevoelstemperatuur van -15 graden of lager (de richtlijn voor code geel) kwam in het winterseizoen eind 19e eeuw bijna ieder jaar voor in De Bilt, tegenwoordig nog maar eens in de 10 jaar. Extreme doordringende kou met gedurende minstens een uur gevoelstemperaturen onder de -20 graden (de richtlijn voor code oranje) is altijd vrij zeldzaam geweest. Eind 19e eeuw kwam dit maar eens per 5 jaar voor. En tegenwoordig zijn dergelijke gevoelstemperaturen nog maar eens in de 100 jaar te verwachten. Nog lagere gevoelstemperaturen komen eigenlijk niet meer voor in De Bilt.
De laagste gevoelstemperatuur in Nederland die volgens de huidige meetmethode gedurende minimaal een uur is opgetreden tussen 1961 en 2025 bedraagt -25,5 graden. Dit was in 1987.