Nieuwsbericht

In memoriam Joop den Tonkelaar (1926-2001), oud tv-weerman en meteoroloog KNMI

12 januari 2004

Vijftien jaar was zijn arm de bekendste van Nederland en als zijn baard per ongeluk even in beeld kam haalde dat de krant: "zijn ringbaard is aan een pijnlijk misverstand ten offer gevallen," schreef de Telegraaf op 9 december 1955.

Oud tv-weerman Joop den Tonkelaar, die op 27 november 2001 op vijfenzeventig jarige leeftijd in Utrecht overleed, stond aan de wieg van de tv en presenteerde tussen 1953 en 1968 de weerpraatjes in het toenmalig NTS-journaal.

De winter van '63
Hoogtepunt in zijn loopbaan was ongetwijfeld de winter van 1963, de strengste die ons land ooit meemaakte. De Noordzee lag vol met ijs dat door een verwachte draaiing van de wind het strand op zou drijven. Op zaterdagavond 26 januari 1963 vertelde Joop de tv-kijkers: "als u iets wilt zien wat u waarschijnlijk nooit meer in uw leven te zien zult krijgen, dan moet u morgen naar de kust gaan". De dag daarop liepen de wegen vol; zonder het zich te realiseren was de weerman verantwoordelijk voor de eerste grote file in ons land. Zijn weerpraatjes haalden vaak het nieuws: ooit kondigde hij per vergissing "toenemende bevolking" aan, maar hij wilde natuurlijk melden dat de bewolking zou toenemen. In de winter van '64 beklaagde Joop op tv zich over het overvloedig pekelen in Utrecht. Daags daarna op Sinterklaasavond kwam de weerman erop terug en beleed op subtiele wijze zijn pekelzonde: "dus haal ik geen steden meer over de hekel met mijn opmerkingen over het strooien van pekel". Legendarisch was ook de 1 april grap: een omroepmedewerker had zijn weerkaart stiekem vervangen door een tekening van een naakte dame. Ook zijn taalgebruik deed in het prille televisietijdperk vaak stof opwaaien. Het woord "niftig" (voor een diep blauwe lucht bij noordoostenwind), oudewijvenzomer (mooie nazomerperiode in september) en de depressie die het pontje bij Eemnes nam, leverden tal van ingezonden brieven op.

TV-presentaties van het weer, hoe dat vroeger ging
De weerkaarten werden indertijd vastgeprikt op een draaibaar metalen frame, dat nog altijd in het Hilversumse omroepmuseum te zien is. Joop gaf me indertijd een artikel uit de Volkskrant van 31 maart 1956 waarin de werkwijze naar zijn mening heel goed beschreven was.

"Twee of drie weerkaarten, gedeeltelijk 'voorbewerkt' met de tekst der weersverwachting, worden vastgeprikt op het metalen frame, waarmee ooit een Bussumse smid de NTS verblijdde. Die kaarten had de weerman in een rolletje onder zijn arm. Zij zijn in geel- en bruine kleuren, afgekeken van de Belgen. In de studio is het heet. De straling van tientallen koolspitsen en lichtbakken aan de cat-walk wekt een warmte op, die voor 70 graden Celsius niet terugschrikt. Daarom is in de gehele studio de ijskast met koele dranken, boven in de kantine, het geliefdste apparaat. 'Stilte in de studio alstublieft'. De floor-manager, min of meer schichtig steeds door de kritische blikken uit de regiekamer boven en het gemompel in zijn oormicrofoontje, gaat in actie komen. Het NTS -journaal zit er al op, zoals een klein monitorbeeld ergens in een hoek laat zien.

Terwijl de omroepster haar nagels in haar handpalm zet, een camera aansluipt en een laatste 'achtergrondje' komt toerijden, schraapt de weerman zijn keel. Millibaren storingen, regenfronten naderende hogedrukgebieden….' Zodat het er naar uitziet, dat het weer zijn aangenaam karakter zal behouden'. Hij draait het krijtje tussen zijn vingers. Een rode lamp flitst aan. En terwijl kijkers in het hele land een slokje koffie nemen, spreekt het KNMI door de mond van de weerman. Het krijtje zet pijlen en lijnen op de kaart, de weerman draait het frame een kwartslag om, spiekt 'ns op zijn tekst op de grond, terwijl zijn stem doorzingt op de ietwat gerekte toon van Zuidhollanders. Een colbertarm beweegt over het scherm, een microfoonhengel buitelt wat quasi-nonchalant boven de pratende weerman. Zo gaat het drie keer per week; op dinsdag en zaterdag in het Vitus-patronaat, op donderdag in de culturele Irene-studio.

Het is maar maximaal tweeëneenhalve minuut, maar wat gaat er niet achter schuil! Het Koninklijk weerinstituut; problemen van een piepend krijtje, een Zuidhollander met gevoel voor humor, de stralingswarmte in de studio waartegen geen ventilatie bestand is. In zijn geheel een ongezochte momentopname van de stand der Nederlandse televisie. Want wat wordt er aan gedokterd! Moet de weerman zijn hoofd laten zien, ja of nee? Een voordeel daarvan is dat het beleefder is, als de kijkers bij begin en eind eens zien wie hun weerman is. De nadelen zijn dat de televisie terecht bevreesd is voor al te veel pratende gezichten op het scherm, en dat de camera's in een seconde moeten 'wegwezen' om aan het eigenlijke avondprogramma te beginnen. Ir. C.J. Warners, als opvolger van dr. Vening Meinesz hoofddirecteur van het KNMI sinds 1951, heeft van zijn kennissen gehoord, dat ze kippenvel krijgen van het krijtje op de weerkaart. Een heel probleem. De BBC is een soort vilten vulpen gaan gebruiken, Nederland worstelt met conté, brekend pastel, krijt met steentjes, stiften waarvan men ineens het papier moet afpeuteren en- op het ogenblik - Siberische houtskool. België leent de lipstick van de omroepster, een pracht-idee. 'Maar daar' -verzucht de weerman, 'hebben ze ook een spreker, een conferencier-achtig figuur'.

Bekende Nederlander en deskundig meteoroloog
Daarmee werd natuurlijk Armand Pien bedoeld, die tientallen jaren achtereen het weer op de Belgische televisie presenteerde. In Nederland was Joop den Tonkelaar de populaire weerman en hoorde hij tot de bekende Nederlanders. Ooit verscheen hij als hoofdgast in de stoel van Mies Bouwman in het programma Mies-en scène.

Joop den Tonkelaar kreeg naamsbekendheid met zijn tv-werk, maar ook als meteoroloog heeft hij zich zeer verdienstelijk gemaakt. In de wandelgangen werd hij door sommigen de beste meteoroloog van het noordelijk halfrond genoemd. Wie op zondagochtend 25 juni 1967 de radio inschakelde hoorde de nieuwslezer in het weerbericht berichten dat er kans was op windhozen. Die middag werden Chaam en Tricht getroffen door een van de zwaarste windhozen ooit, waarbij negen mensen om het leven kwamen. Joop was een van de meteorologen achter die waarschuwing, zover is na te gaan de eerste in de geschiedenis. De hozenwaarschuwing bracht veel discussie teweeg, waardoor het KNMI zich genoodzaakt voelde de waarschuwing diezelfde ochtend nog in te trekken. In het weerbericht op dinsdag 27 juni 1967 in het Nieuw Utrechts Dagblad werd die werkwijze toegelicht: "het KNMI deelt mee dat de wijziging in het weerbericht zondagmorgen - van een waarschuwing voor een windhoos in een waarschuwing voor windstoten- werd aangebracht in de eerste plaats om geen onnodige ongerustheid teweeg te brengen. En voorts omdat de waarschuwing voor een windhoos te beperkt was: door windstoten lopen altijd veel meer mensen gevaar dan door een windhoos, die slechts een klein spoor trekt."

Joop den Tonkelaar had een brede interesse, hield de actuele ontwikkelingen nauwgezet bij en stond op zijn vakgebied als zeer deskundig bekend. Grote interesse had hij voor wetenschappelijk onderzoek en tijdens colloquia op het KNMI zat hij steevast vooraan in de zaal om in discussie te gaan met de wetenschappers. Daarnaast schreef hij het boek "middelen mogelijkheden in de meteorologie (1953), de bekende brochure "het KNMI in de weer" (1974), verzorgde hij diverse diaseries en lezingen, schreef hij tal van artikelen en rapporten, presenteerde hij de Teleac-cursus "Wij en het weer" (1977) en zat hij in de redactie van het meest succesvolle weerboek aller tijden, het boek van de maand "De mens en het Weer" van Chriet Titualaer (1979), bewerkte hij de "Wolkenbilder wettervorhersage" van Claus Keidel tot de Nederlandse uitgave "Wolken voorspellen het weer" (1981) en werkte hij mee aan het boek Weergaloos Nederland (1997).

Heel bijzonder was zijn bijdrage aan de herdenking van de stormramp op 1 augustus 1674, toen het middenschip van de Dom tijdens een noodweer werd vernietigd (1974) en zijn rapport over het strandweer waarmee het strandweercijfer werd geïntroduceerd (1972). Tijdens zijn laatste jaren op het KNMI wijdde hij zich aan onderwerpen als lange afstands transport van luchtverontreiniging, zure regen en stuifmeel. In nauwe samenwerking met het Academisch Ziekenhuis Leiden deed hij onderzoek naar de relatie tussen het weer en hooikoorts. Daaruit zijn in de jaren tachtig de hooikoortsberichten voortgekomen.

Daarnaast had hij tal van liefhebberijen, zoals hardlopen (hij was lid van de Leidse atletiekvereniging "Holland", schaatsen. Hij reed vele Elfstedentocht en heeft drie kruisjes binnengehaald. Ook hield hij van Finland, waar hij in 1952 met zijn motor naar toe reed om de Olympische Spelen bij te wonen. Joop voelde zich daar onmiddellijk thuis en is er vele malen geweest. Zijn liefde voor Finland kwam, zolang dat was toegestaan ook in zijn weerpraatjes tot uiting.

Sinterklaasweerberichten op rijm
Als Joop op Sinterklaasavond op tv was deed hij zijn bericht op rijm, waarmee hij veel succes oogstte. Ter afsluiting de volledige tekst van het Sinterklaasweerbericht van Joop den Tonkelaar op 5 december 1969, zoals ruim een week later! op verzoek van vele kijkers werd gepubliceerd in het Algemeen Handelsblad. Een jaar eerder waren de gepresenteerde weerberichten gestopt, maar op deze dag werd, tot groot genoegen van de NOS-leiding, die hem daar in een brief persoonlijk voor bedankte, de traditie nog een keer in ere hersteld.

"Via een lange baan over zee
voerden Noordelijke winden koude poollucht mee.
Buien met sneeuw en hagel, hierin opgetast
Hebben zich voornamelijk in streken langs de kust ontlast.

Maar, om de koukleumen weer wat te troosten,

Wat u al herhaaldelijk heeft moeten horen
Is, dat hier op de oceaan, noord van de Azoren,
Een hogedrukgebied met een krachtig aangezicht
Reeds geruime tijd voor anker ligt.

Een jong exemplaar bij Groenland gevormd,
Kwam vannacht op IJsland afgestormd
En heeft nu met forse tred
Er flink de sokken in gezet.
Hij is doende, met sneeuw- en regenvlagen

Beide depressies zullen ons nauwelijks beroeren
Tot grote vreugde der gas- en olieboeren.

Op 29 november 1985 nam Joop afscheid van het KNMI en nooit heb ik zoveel mensen in en rond de kantine in De Bilt gezien. De leiding was bang dat de vloer het zou begeven, maar gelukkig spreidde de bezoekers zich, toen de harmonie van de vrijwillige Brandweer van De Bilt via de achteringang van de voormalige akoestische hal binnenkwam. Dat was het originele afscheidscadeau waar Joop om had gevraagd en waarover hij in de weerhaan, het vroegere personeelsblad van het KNMI zijn waardering uitsprak. Een waardig afscheid van een razend populaire weerman die veel heeft betekend voor de ontwikkeling van het weerbericht op tv, meteorologisch onderzoek en voor de pers- en publieksvoorlichting van het weer.

door Harry Geurts

Bron:
Archief Joop den Tonkelaar, Harry Geurts. Joop den Tonkelaar met de V.U.T. Weerspiegel, jaargang 12, december 1985 en Een niet uitgesproken rede bij het afscheid van Joop den Tonkelaar. Weerhaan, jaargang 41, no 26, 1986.

Recente nieuwsberichten

  1. Hoe meten onze seismologen?

    Net als alle wetenschap staat ook seismologie nooit stil. Nieuwe techniek leert onze seismologen ...

    10 juli 2019 - Nieuwsbericht
  2. Toename neerslag in meeste seizoenen

    De zomer draait inmiddels op volle toeren, en na de plensbuien half juni is het al weer enkele we...

    09 juli 2019 - Nieuwsbericht
  3. Stromboli vulkaan: onvoorspelbaar en explosief

    Op woensdag 3 juli om 16.46 uur werd de rust op het Italiaanse vulkaaneiland Stromboli verstoord ...

    04 juli 2019 - Nieuwsbericht
  4. Extreme hitte Frankrijk in veranderend klimaat

    De hitte vorige week was uitzonderlijk in grote delen van Europa, zeker voor juni. In Frankrijk w...

    03 juli 2019 - Nieuwsbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten