Het voorjaar loopt bijna op z’n einde. Bij het voorjaar denken we al snel aan veel zonneschijn. Voor de Noordzee is het echter de tijd van het jaar waarin relatief vaak mist voorkomt. Toch gebeurt het, net als boven land, steeds minder vaak. Dat komt niet direct door klimaatverandering, maar vooral doordat de lucht steeds schoner wordt, ook boven de Noordzee.
Meteorologen spreken van ‘mist’ bij een zicht van minder dan 1000 meter. Het is een belangrijk weertype aangezien een verminderd zicht de scheepvaart, maar ook de luchtvaart boven de Noordzee kunnen hinderen. Voor elke provincie, het IJsselmeergebied of de Waddenzee kan het KNMI indien nodig code geel afgeven voor mist. Dat gebeurt bij een zicht van minder dan 200 meter.
Mist bestaat uit hele kleine waterdruppeltjes die zo klein zijn dat ze niet naar beneden vallen zoals grotere regendruppels. Mist ontstaat wanneer lucht ver genoeg afkoelt om waterdamp te laten condenseren op minuscule zwevende deeltjes in de lucht: de zogeheten condensatiekernen. Hoe meer van die deeltjes — vaak afkomstig van luchtvervuiling — hoe makkelijker mist zich vormt.
Mist kan op verschillende manieren ontstaan, maar boven de Noordzee gebeurt het vaak wanneer warme, vochtige lucht over relatief koud zeewater stroomt. De lucht koelt dan af tot het aanwezige vocht condenseert. Vooral in het begin van het voorjaar is het zeewater nog relatief koud terwijl de lucht al wat warmer en vochtiger is, en dat is dan ook de reden dat langdurige perioden met mist dan geen uitzondering zijn boven de Noordzee (afbeelding 1). Op land warmt de zon het oppervlak overdag op, waardoor mist kan oplossen. Boven zee gebeurt dat niet: daar ontbreekt die dagelijkse opwarming, waardoor mist boven de Noordzee ook overdag hardnekkig kan blijven hangen. Boven land is het najaar het seizoen met de meeste uren mist (afbeelding 1. groene lijn). De zee is dan gemiddeld warmer dan het land. Als relatief warme, vochtige lucht vanaf zee het land opstroomt en genoeg afkoelt in de nacht, condenseert het vocht, met soms uitgebreid mist als gevolg.
Afbeelding 1. Gemiddeld aantal uren mist per maand in de periode 1998 tot en met 2025 op KNMI meetstation lichteiland Goeree (blauwe lijn) en boorplatform F3 (rode lijn) en De Bilt (groene lijn). ©KNMI
In de afgelopen decennia is het aantal uren mist in heel Nederland sterk afgenomen. Niet door klimaatverandering, maar door schonere lucht. Minder vervuiling betekent minder condensatiekernen, en dus minder kans dat waterdruppeltjes (en mist) zich vormen. Op het KNMI-klimaatdashboard is die daling duidelijk zichtbaar. In Den Helder nam het aantal misturen per jaar tussen 1960 en 2010 met bijna 140 uur af (afbeelding 2). Over alle seizoenen zien we hetzelfde beeld. In totaal is het aantal uren dichte mist boven Nederland in zo’n 40 jaar tijd met ongeveer 50% gedaald. Voor de toekomst verwachten de KNMI'23 klimaatscenario's weinig verandering meer in het aantal uren mist.
Voor de Noordzee zien we hetzelfde effect terug: een dalende trend in het aantal uren mist per jaar. Voor olie- en gasproductieplatform F3-FB-1 (EHFD) en platform Lichteiland Goeree (EHSC) is het aantal misturen per jaar sinds eind jaren ‘90 ook afgenomen, ongeveer met zo’n 30 tot 50 uur (afbeelding 3). Dit is een vergelijkbare daling in dit tijdsbestek vergeleken met verschillende landstations. Kennelijk was vroeger ook boven de Noordzee de lucht niet schoon, ondanks de grotere afstand tot de vervuilingsbronnen boven land.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Regeling taken meteorologie en seis...
20 mei 2026 - NieuwsberichtKennis van het klimaatverleden op aarde is onmisbaar om de huidige klimaatverandering goed te beg...
20 mei 2026 - KlimaatberichtOnlangs is door een internationale groep wetenschappers een nieuwe set aan mondiale emissiescenar...
13 mei 2026 - KlimaatberichtNetbeheerder TenneT en het KNMI gaan structureel samenwerken op het gebied van weer- en klimaatke...
12 mei 2026 - Nieuwsbericht