CO2 geschreven in een bewolkte lucht
Foto: Francesco Scatena

Wat betekenen de nieuwe emissiescenario's voor de KNMI klimaatscenario's?

13 mei 2026

Onlangs is door een internationale groep wetenschappers een nieuwe set aan mondiale emissiescenario’s gepubliceerd. De bedoeling is dat die gebruikt gaan worden in het klimaatonderzoek en de volgende klimaatrapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Een opvallend verschil met de huidige door IPCC gebruikte set is dat deze nieuwe emissiescenario’s een kleinere bandbreedte hebben: de emissie van broeikasgassen in het hoogste scenario is minder hoog, en die in het laagste is minder laag dan die van de huidige set. We bespreken de belangrijkste veranderingen en de implicaties daarvan voor de KNMI klimaatscenario's.

Scenario’s zijn mogelijke toekomstbeelden

Niemand weet hoeveel broeikasgassen we nog gaan uitstoten. Dat hangt af van menselijke keuzes over fossiele brandstoffen, veeteelt en ontbossing. Wetenschappers gebruiken daarom emissiescenario’s, mogelijke verhaallijnen voor de toekomstige uitstoot, als input voor ‘als-dan’ klimaatprojecties: als de uitstoot een bepaald pad volgt, wat zijn dan de mogelijke gevolgen voor het klimaat? Scenario’s zijn geen voorspellingen, maar mogelijke toekomstbeelden. 

Hoogste emissiescenario niet meer plausibel 

Het huidige hoogste binnen IPCC gebruikte emissiescenario (SSP5-8.5) is niet langer realistisch. Dat is vooral een gevolg van de grootschalige inzet van hernieuwbare energie, gedreven door klimaatbeleid en kostendalingen. 

SSP5-8.5 was bedoeld als worst-case scenario waar we van proberen weg te blijven. Dat dit vooralsnog is gelukt, is goed nieuws. Maar het betekent niet dat SSP5-8.5 altijd al onrealistisch was: er is gericht actie ondernomen om het te voorkomen, net zoals het verbod op CFK’s de verdere afbraak van de ozonlaag heeft afgewend. 

Laagste emissiescenario niet meer haalbaar 

Ook het huidige laagste emissiescenario, SSP1-1.9, is inmiddels door de werkelijkheid ingehaald. We hebben te veel CO₂ en andere broeikasgassen uitgestoten om dat lage scenario nog te kunnen halen. Het aardoppervlak zal onherroepelijk meer opwarmen dan de 1,5 graden die bij dit scenario hoort. Wel blijft het ook in de nieuwe scenario's mogelijk om met grootschalige inzet van het verwijderen van CO₂ uit de atmosfeer ('negatieve emissies') rond 2100 terug te keren naar 1,5 graden na een tijdelijke overschrijding ervan (een zogenaamde ‘overshoot'). 

KNMI’23 klimaatscenario’s 

Om te bepalen op hoeveel klimaatverandering Nederland zich moet voorbereiden, heeft het KNMI in 2023 huidige klimaatscenario’s gepubliceerd. De scenario’s zijn opgebouwd uit twee assen: het emissieniveau (H voor hoge emissies, L voor lage emissies) en de regionale klimaatrespons (d voor verdrogend, n voor vernatting). Dit geeft vier combinaties: Hd, Hn, Ld en Ln. De H-scenario’s zijn gebaseerd op SSP5-8.5, de L-scenario’s op het één-na-laagste emissiepad SSP1-2.6. De vier scenario’s geven de bandbreedte aan waarbinnen het Nederlandse klimaat in de toekomst waarschijnlijk zal veranderen. 

Het klimaat is aan het veranderen. De KNMI'23 klimaatscenario's helpen om ons tijdig voor te bereiden op weerssituaties die we nog niet eerder meegemaakt hebben.

Van wereldwijde emissies naar Nederlands klimaat: 4 stappen 

Bij het opstellen van klimaatscenario’s doorlopen we vier stappen.  

  1. Emissiescenario’s geven mogelijke toekomstpaden voor de uitstoot van broeikasgassen en aerosolen (zwevende stofdeeltjes) gebaseerd op sociaal-economische ontwikkelingen. Hoe verder in de toekomst, hoe groter de spreiding in de mogelijke toekomstpaden. 
  2. Atmosferische samenstelling: de emissies beïnvloeden de hoeveelheid broeikasgassen en aerosolen in de atmosfeer. De aarde herbergt enorme koolstofvoorraden in permafrost, tropisch regenwoud en veengebieden. Bij opwarming kunnen deze omslaan van koolstofopslag naar koolstofbron: ontdooiende permafrost geeft CO₂ en methaan vrij, en tropische wouden kunnen in tijden van droogte een koolstofbron worden. Dergelijke terugkoppelingen zijn slechts gedeeltelijk meegenomen in klimaatmodellen en kunnen de uiteindelijke opwarming aanzienlijk versterken doordat de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer sterker toeneemt dan verwacht. 
  3. Wereldgemiddelde opwarming: het klimaat reageert op de verandering in atmosferische samenstelling; de temperatuur op aarde stijgt. De klimaatgevoeligheid beschrijft hoeveel de temperatuur stijgt bij een verdubbeling van CO₂ in de atmosfeer. Het IPCC komt uit op een waarde van ongeveer 3°C, met een bandbreedte van 2 tot 5°C. Zelfs bij lagere emissies dan SSP5-8.5 kan de opwarming dus even hoog uitvallen als in de H-scenario’s, indien de klimaatgevoeligheid aan de hoge kant uitvalt (afbeelding 1). De recente versnelling van de mondiale opwarming suggereert dat de klimaatgevoeligheid eerder hoog dan laag is
  4. Veranderingen in het Nederlandse klimaat: de wereldgemiddelde temperatuurstijging gaat gepaard met veranderingen in neerslag, wind, droogte, zeespiegel en hitte in Nederland. Bij eenzelfde wereldwijde opwarming kan het klimaat in Nederland nog heel verschillend uitpakken, afhankelijk van veranderingen in oceaanstromingen, overheersende windrichtingen en de mate van uitdroging van de bodem in de zomer. De droge (d) en natte (n) variant van de KNMI’23 klimaatscenario’s geven een deel van deze onzekerheid weer. 

Afbeelding 1. Waargenomen en verwachte temperatuurstijging bij de verschillende scenario's voor toekomstige emissies van broeikasgassen. De getrokken lijnen geven de mediaan van de verwachte opwarming, de gekleurde banden daaromheen geven het 5 tot 95 procent onzekerheidsinterval weer. De stippen geven de opwarming weer volgens de KNMI'23 klimaatscenario's voor het hoge, matige en lage emissiescenario. Bron: IPCC/KNMI. 

KNMI'23 klimaatscenario’s blijven geldig

Uit het bovenstaande volgt een belangrijke conclusie: de hoogste KNMI’23 klimaatscenario’s, Hd en Hn, kunnen ook worden bereikt via een lager emissiescenario dan SSP5-8.5, namelijk als de klimaatgevoeligheid aan de hoge kant uitvalt, als koolstofcyclus-terugkoppelingen sterker zijn dan aangenomen, of als de regionale respons sterker uitpakt (afbeelding 1). Daarnaast zal in scenario's met blijvende uitstoot de temperatuur ook na 2100 doorstijgen. Bij iets lagere uitstoot zal de opwarming die in het huidige hoogste klimaatscenario in 2100 wordt verwacht in de decennia erna optreden. Bij het opstellen van de KNMI'23 klimaatscenario's hebben we indertijd bewust gekozen voor een centrale waarde van de klimaatgevoeligheid omdat we wisten dat het SSP5-8.5 emissiescenario aan de hoge kant was. 

Bij lagere emissies wordt de sterke opwarming in het hoogste klimaatscenario ook gehaald als het klimaat gevoeliger blijkt te reageren dan aangenomen 

Kortom: het feit dat de meest extreme toekomstige emissiescenario's zijn afgewend, wil niet zeggen dat de meest extreme opwarming en klimaatverandering zowel wereldwijd als in Nederland ook zijn afgewend. Afbeelding 2 laat zien dat de wereldwijde opwarming van het hoogste KNMI'23 klimaatscenario onder het voorgestelde nieuwe, hoogste emissiescenario volgens de eerste, voorlopige schattingen nog steeds gehaald kan worden later in de 22ste eeuw. Bovendien geldt dat, als de regionale respons sterker uitpakt, de klimaatverandering in Nederland van het Hd en Hn klimaatscenario mogelijk al bij een lagere wereldgemiddelde opwarming wordt gehaald. 

De KNMI’23 klimaatscenario’s zijn niet één-op-één gekoppeld aan één specifiek emissiescenario, maar beschrijven een bandbreedte in mogelijke opwarming en regionale respons die rekening houdt met deze onzekerheden. De H-scenario’s (Hd en Hn) zijn en blijven mogelijke toekomstpaden waarop we ons moeten blijven voorbereiden. Ook de L-scenario's (Ld en Ln) blijven mogelijk binnen de voorgestelde set van emissiescenario's (afbeelding 2). 

Afbeelding 2. Eerste voorlopige schattingen van de opwarming verwacht onder de nieuw voorgestelde emissiescenario's H en VL. De getrokken lijnen geven de mediaan van de verwachte opwarming, de gekleurde banden daaromheen geven het 5 tot 95 procent onzekerheidsinterval weer. De stippen geven de opwarming weer volgens de KNMI'23 klimaatscenario's voor het huidige hoge, matige en lage emissiescenario. Bron: Detlev ea, GMD, 2026.

Implicaties voor beleid en adaptatie

Voor beleidsmakers, waterbeheerders en stedenbouwers is dit onderscheid essentieel. De verleidelijke conclusie "de ergste emissies zijn afgewend, dus ook de ergste opwarming”, klopt niet. Beslissingen over dijkverhogingen, waterberging, hittestress en droogtebestendigheid moeten rekening blijven houden met het volledige spectrum van de KNMI’23 klimaatscenario’s, inclusief Hd en Hn. De positieve emissieontwikkeling schuift het midden van de waarschijnlijkheidsverdeling wat naar beneden, maar de uiterste scenario’s verdwijnen nog niet uit beeld.  Goed klimaatbeleid omvat daarom zowel het zo snel mogelijk terugdringen van emissies als het voorbereiden op de gevolgen van opwarming, inclusief de meest ernstige. 

De voorgestelde emissiescenario's worden in de komende jaren doorgerekend met de meest recente klimaatmodellen. Het IPCC zal vervolgens een update geven van de te verwachten wereldwijde klimaatverandering. In een nieuwe set nationale KNMI-klimaatscenario's zullen we deze laatste inzichten verwerken. Deze komen rond 2030 uit. 

KNMI-klimaatbericht door Frank Selten en Bart Verheggen 

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. KNMI en TenneT bundelen krachten voor toekomstbestendig stroomnet

    Netbeheerder TenneT en het KNMI gaan structureel samenwerken op het gebied van weer- en klimaatke...

    12 mei 2026 - Nieuwsbericht
  2. Regenbuien nu nog beter te volgen

    Radarbeelden tonen elke 5 minuten waar en hoe hard het regent in Nederland en omgeving. De kwalit...

    11 mei 2026 - Nieuwsbericht
  3. Vulkaan Tonga toont voor het eerst natuurlijke katalytische afbraak van methaan door vulkaanas in de atmosfeer

    Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van het KNMI heeft voor het eerst overtuigend aan...

    08 mei 2026 - Klimaatbericht
  4. Zonnige en zeer droge april

    April was een zeer droge maand. Met name in het zuidwesten en midden van het land was het uitzond...

    30 april 2026 - Nieuwsbericht
Toon alle nieuws- en klimaatberichten