Kamp op Antarctica
Scoto©PNRA/IPEV

IJskernen als archief van klimaatgeschiedenis

20 mei 2026

Kennis van het klimaatverleden op aarde is onmisbaar om de huidige klimaatverandering goed te begrijpen. Het archief van directe metingen met instrumenten van temperatuur en neerslag en andere klimaatvariabelen gaat echter niet verder terug dan enkele eeuwen. Daarom maken klimaatwetenschappers gebruik van sporen die verleden klimaten hebben achtergelaten. Zo kunnen onder andere ijskernen van de grote ijskappen op Groenland, Antarctica en van gletsjers wereldwijd inzicht geven hoe het klimaat over periodes van honderdduizenden jaren verandert.

IJskernen

IJskernen zijn rechte cilinders ijs die met speciaal gereedschap uit het ijs van Groenland of Antarctica worden gehaald. De boor neemt per keer boorkernen van enkele meters. Al die stukjes bij elkaar kunnen enkele honderden meters tot enkele kilometers lang zijn, afhankelijk van waar ze zijn geboord. Met name de ijskernen van Antarctica kunnen heel lang zijn, en bevatten daardoor ook veel informatie. Dit ijs kan vele honderduizenden jaren oud zijn. Dat is honderduizenden jaren aan geaccumuleerde sneeuwval, samengeperst tot ijs in laagjes, voor ieder jaar één, die te lezen zijn als een boek (afbeelding 1). Elk laagje is een pagina waarin chemische en atmosferische informatie vastgelegd is in de samenstelling van het ijs en de luchtbelletjes die erin opgesloten zitten. In 2024 heeft het Europese “Beyond Epica” project een ijskern geboord tot een recorddiepte van 2,8 kilometer, tot nabij de onderliggende gesteentelaag (afbeelding 2). Met deze ijskern kunnen wetenschappers mogelijk een ononderbroken klimaatreeks van de afgelopen 1,2 miljoen jaar reconstrueren

Doorsnede van een ijskern
Afbeelding 1: Doorsnede van een ijskern waarin de jaarlijkse laagjes zichtbaar zijn. ©PNRA/IPEV
Deel van een ijskern van 2800 meter diepte van het beyond Epica project
Afbeelding 2: Deel van een ijskern van 2800 meter diepte van het beyond Epica project. ©PNRA/IPEV

Zuurstofisopen en temperatuur

Naast chemische informatie (bijvoorbeeld de hoeveelheid broeikasgassen CO2 (koolstofdioxide), CH4 (methaan) en N2O (lachgas) die zit opgesloten in de luchtbelletjes in het ijs) zijn ook temperatuurveranderingen uit het verleden in ijskernen af te lezen. Maar hoe? Eén van de methoden bij klimaatreconstructies uit ijskernen is de analyse van de verhouding tussen de stabiele zuurstofisotopen 18O en 16O in de watermoleculen in het ijs (H2O). Stabiele isotopen zijn varianten van hetzelfde element, in dit geval zuurstofatomen (O), die evenveel protonen en elektronen bevatten, maar een verschillend aantal neutronen. In tegenstelling tot instabiele isotopen kennen ze geen radioactief verval en gaan niet spontaan over in een ander element of isotoop onder uitzending van radioactieve straling. Met andere woorden: stabiele isotopen hebben hetzelfde atoomnummer, maar een andere massa en blijven in de loop van de tijd onveranderd. Het isotoop 18O is zwaarder dan isotoop 16O doordat het twee extra neutronen heeft in de kern.  

Watermoleculen met het lichtere zuurstof isotoop 16O verdampen makkelijker dan met het zwaardere 18O  

In oceanen komen watermoleculen met beide isotopen voor, maar veruit de meeste moleculen hebben het isotoop 16O. Bij verdamping van zeewater zal een watermolecuul met het lichte isotoop 16O iets makkelijker verdampen dan watermoleculen met het isotoop 18O (afbeelding 3). In een kouder klimaat verdampt er daardoor relatief meer 16O en condenseren de zwaardere watermoleculen met 18O eerder om vervolgens als neerslag uit de lucht vallen. De neerslag die uiteindelijk als sneeuw op het koude Antarctica of Groenland valt is daardoor in koudere periodes relatief rijk aan 16O, en relatief arm aan 18O.

Samengevat: de afwijking in de verhouding tussen 18O en 16O (δ18O) ten opzichte van een internationaal vastgelegde standaardverhouding van deze twee isotopen kan gebruikt worden als een schatting voor de temperatuur. Een lage δ18O waarde in het ijs betekent dat er relatief weinig 18O isotopen aanwezig zijn in het ijs en wijst op koude omstandigheden, terwijl een hogere δ18O waarde wijst op warmere omstandigheden. 

 

Afbeelding 3. De verhouding tussen de zuurstof isotopen 16O en 18O in ijs varieert met de gemiddelde temperatuur op aarde.

Onzekerheden

Naarmate ijs dieper en ouder wordt, worden de lagen dunner en kunnen ze vervormen, waardoor de onzekerheid in de datering toeneemt. In jonge ijskernen gaat het meestal om onzekerheden van tientallen jaren, maar in zeer oud en diep ijs kan dit oplopen tot duizenden jaren.
Een bijzondere complicatie is dat het ijs zelf en de luchtbelletjes erin niet even oud zijn. Vers gevallen sneeuw is namelijk poreus en staat nog in contact met de buitenlucht. Pas na verloop van tijd — soms duizenden jaren — wordt de sneeuw zo samengeperst dat de lucht volledig wordt afgesloten en er geïsoleerde belletjes ontstaan. Dit betekent dat de luchtbelletjes altijd jonger zijn dan het ijs eromheen.
Daarnaast is de relatie tussen δ18O en temperatuur niet overal en altijd hetzelfde. Ze wordt ook beïnvloed door bijvoorbeeld de herkomst van het vocht en veranderingen in de hoogte van de ijskap door de tijd heen. Daardoor kan dezelfde meetwaarde in verschillende perioden een iets andere temperatuur betekenen.
Om betrouwbaardere conclusies te trekken combineren onderzoekers daarom altijd meerdere methoden en meetgegevens — uit ijskernen, maar ook uit zee sedimenten, koralen en andere natuurlijke archieven.

Afbeelding 4. Reconstructie van de temperatuur op aarde van 60 miljoen jaar geleden tot nu en verwachtingen voor de nabije toekomst op basis van scenario's van toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Bron: IPCC AR6 Figuur TS.1.

Wat vertellen de boorkernen ons?

De analyses van ijskernen hebben zo waardevolle reconstructies opgeleverd van de temperatuurvariaties tijdens de periodes met ijstijden in de laatste 800.000 jaar met variaties in de wereldgemiddelde temperatuur tot wel 5 graden (afbeelding 4). Ter vergelijking, de temperatuurstijging veroorzaakt door de mens bedraagt inmiddels bijna 1,5 graad. De verwachting is dat onder het huidige mondiale klimaatbeleid de opwarming verder op zal lopen tot zo'n 2,5 tot 3 graden in 2100. Terwijl de snelheid van opwarming aan het einde van een ijstijd in geologisch opzicht al heel snel ging (5 graden in zo'n 10.000 jaar), gaat de huidige opwarming een factor 50 keer sneller.  

KNMI-klimaatbericht door Caitlin Pot 

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. Wat betekenen de nieuwe emissiescenario's voor de KNMI klimaatscenario's?

    Onlangs is door een internationale groep wetenschappers een nieuwe set aan mondiale emissiescenar...

    13 mei 2026 - Klimaatbericht
  2. KNMI en TenneT bundelen krachten voor toekomstbestendig stroomnet

    Netbeheerder TenneT en het KNMI gaan structureel samenwerken op het gebied van weer- en klimaatke...

    12 mei 2026 - Nieuwsbericht
  3. Regenbuien nu nog beter te volgen

    Radarbeelden tonen elke 5 minuten waar en hoe hard het regent in Nederland en omgeving. De kwalit...

    11 mei 2026 - Nieuwsbericht
  4. Vulkaan Tonga toont voor het eerst natuurlijke katalytische afbraak van methaan door vulkaanas in de atmosfeer

    Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van het KNMI heeft voor het eerst overtuigend aan...

    08 mei 2026 - Klimaatbericht
Toon alle nieuws- en klimaatberichten