Nieuwsbericht

Klimaatverandering verklaart voorjaarsdroogte ten dele

25 mei 2011

Het neerslagtekort in Nederland in het voorjaar wordt de laatste jaren steeds groter. Het neerslagtekort is een maat voor de droogte, en volgt uit het verschil tussen verdamping en neerslag. De toenemende trend hangt samen met een toename van de verdamping, die weer het gevolg is van meer zon en hogere temperaturen.De toenemende trend hangt niet samen met een afnemende trend in de neerslag, de neerslag neemt de laatste jaren eerder toe dan af.

Het afgelopen voorjaar jaar was de hoeveelheid neerslag echter zeer klein. Daarnaast is er veel zon en is de temperatuur hoog, waardoor er veel verdamping is. Hierdoor is het neerslagtekort dit voorjaar groter dan ooit. Gemiddeld over het land viel 49 mm neerslag tegen 172 mm normaal. Dat is minder dan in het extreem droge jaar 1976. De drie voorjaarsmaanden leverden toen landelijk 69 mm, tot voor kort de kleinste hoeveelheid van de meetreeks sinds 1901.

Hoe groot is het neerslagtekort?
Het landelijke neerslagtekort was afgelopen voorjaar groter dan in recordjaar 1976. Het neerslagtekort berekent het KNMI uit het verschil tussen de potientiële verdamping en de hoeveelheid neerslag. Dit verschil wordt dagelijks gesommeerd vanaf 1 april en neemt dus toe naarmate het weinig of niet regent en er vocht verdampt.

Wat is potentiële verdamping?
De potentiële verdamping is de hoeveelheid water die verdampt boven een kortgeknipt grasland waarbij voldoende water beschikbaar is in de wortelzone. De potentiële verdamping is een bovengrens voor de werkelijke verdamping en wordt berekend op basis van zonnestraling (ook wel de globale straling genoemd) en temperatuur.


Wat is de werkelijke verdamping onder droge omstandigheden?
Als de bodem sterk uitdroogt zoals nu het geval is zal de werkelijke verdamping lager uitvallen dan de potentiële verdamping. Dit zal eerder optreden op de zandgronden van de Veluwe dan op de laag gelegen klei- en veengronden van West Nederland waar het dichte slootsysteem zorgt voor aanvoer van water. Om toch een algemene maat voor de droogte te hebben hanteert het KNMI het begrip neerslagtekort gebaseerd op potentiële verdamping. Het neerslagtekort is een goede maat om droogte van jaar tot jaar met elkaar te vergelijken. Eenzelfde neerslagtekort zal echter van plaats tot plaats verschillende effecten hebben op bodem en vegetatie en zal aanleiding geven tot een verschillende waterbehoefte.

Is er een trend in het neerslagtekort?
Het neerslagtekort in Nederland in het voorjaar is de laatste dertig jaar toegenomen (Figuur 2). Dit hangt vooral samen met de toegenomen potentiële verdamping. De toename is op alle Nederlandse weerstations gemeten (Figuur 3). De potentiële verdamping in het voorjaar is vooral toegenomen in april. De waarde van de potentiële verdamping in De Bilt voor april 2011 staat met bijna 80 mm op de tweede plaats in de meetreeks.

Waardoor is de potentiële verdamping toegenomen?
De trend in de potentiële verdamping hangt samen met een toename in de globale straling (Figuur 4 onder artikel) en een toename in de temperatuur (Figuur 5 onder artikel) in het voorjaar. De toename in de globale straling is waarschijnlijk vooral het gevolg van een afname in de bewolking, en bovendien van een toename in de helderheid van de lucht door een afname van de luchtvervuiling. Met een eenvoudige berekening kunnen we een schatting maken van de bijdrage van beide trends aan de toename in de potentiële verdamping. De trend in de globale straling draagt ongeveer 75 procent bij en de trend in de temperatuur levert een bijdrage van circa 25 procent. De globale straling in het voorjaar is sinds begin jaren 1970 gestegen met ongeveer 17 W/m2. De temperatuur in het voorjaar is sinds begin jaren 1950 gestegen met ongeveer 2,4 graden. De waarden van de globale straling en van de temperatuur in het voorjaar 2011 staan beide op de een na hoogste plaats in de meetreeks.

Hoeveel neerslag is er gevallen?
Dit voorjaar is niet alleen de verdamping bijzonder groot, maar is ook de hoeveelheid neerslag zeer gering. Gemiddeld over Nederland viel dit voorjaar tot en met 30 mei circa 50 mm regen tegen 172 mm als langjarig gemiddelde over de laatste 30 jaar. Tenminste sinds het begin van de metingen in 1906 is er in de drie voorjaarsmaanden, maart, april en mei, nog nooit zo weinig neerslag gevallen. Zo’n geringe hoeveelheid komt ongeveer eens in de 150 jaar voor. De weinige neerslag en de grote verdamping in dit voorjaar hangen samen. Omdat er zo weinig wolken zijn, valt er weinig neerslag, schijnt de zon vaak en in het relatief warm. Daardoor verdampt er ook veel vocht. De geringe hoeveelheid neerslag dit voorjaar past niet in een trend, de tijdreeks (Figuur 6 onder artikel) suggereert dat de neerslag de laatste jaren eerder iets is toegenomen.

Waarom viel er zo weinig neerslag?
Het gebrek aan regen dit voorjaar hing samen met de ligging van een hogedrukgebied boven een deel van West-Europa (Figuur 7 onder artikel). Dit zorgde ervoor dat depressies met neerslag vanaf de oceaan naar het noorden en zuiden werden afgebogen en ons land niet konden bereiken. Zo’n drukverdeling op de weerkaart wordt ook wel een blokkade genoemd. De frequentie van blokkades in Nederland in april 2011 was hoog vergeleken met die in andere jaren, maar het aantal dagen met een blokkade was niet extreem groot (Figuur 8 onder artikel). De gemiddelde sterkte van het hogedrukgebied, de luchtdruk, was wel uitzonderlijk hoog.

Is het grote neerslagtekort een gevolg van klimaatverandering?
Klimaatmodellen zijn goed in staat om luchtdrukvariaties te reproduceren die samenhangen met een gebrek aan neerslag in Nederland. Ze laten grote natuurlijke schommelingen zien in het optreden van dit luchtdrukpatroon, met soms periodes van jaren achtereen overwegend natte of juist droge voorjaren. Stijgende concentraties broeikasgassen hebben in de modelsimulaties nauwelijks invloed op het meer of minder voorkomen van schommelingen. De hogere temperatuur, en daarmee ook de toename van de verdamping en van het neerslagtekort, hangt voor een deel wel samen met het versterkte broeikaseffect. Ook uit een toetsing van de klimaatscenario’s die het KNMI in 2006 heeft uitgebracht blijkt dat de huidige voorjaarsdroogte slechts ten dele verklaard kan worden door de stijgende temperatuur in de wereld. In de scenario's wordt uitgebreid aandacht besteed aan de veranderingen in het potentieel neerslagtekort (het verschil tussen de neerslag en de potentiële verdamping in het groeiseizoen van april t/m september). De scenario's zijn in 2009 aangevuld met onder meer gegevens voor de overgangsseizoenen lente en herfst.
 

Figuur 4: verloop van de globale straling (in J/m2) in De Bilt gemiddeld over het voorjaar (Bron: KNMI)
Figuur 4: verloop van de globale straling (in J/m2) in De Bilt gemiddeld over het voorjaar (Bron: KNMI)
Figuur 5: verloop van de Centraal Nederland Temperatuur gemiddeld over het voorjaar (Bron: KNMI)
Figuur 5: verloop van de Centraal Nederland Temperatuur gemiddeld over het voorjaar (Bron: KNMI)
Figuur 6: verloop van de neerslag, in mm, gemiddeld over Nederland in het voorjaar (Bron: KNMI)
Figuur 6: verloop van de neerslag, in mm, gemiddeld over Nederland in het voorjaar (Bron: KNMI)

Recente nieuwsberichten

  1. Toename luchtvervuiling na opheffen lockdown

    De quarantainemaatregelen om het coronavirus te beheersen hebben geleid tot een sterke afname van...

    18 september 2020 - Nieuwsbericht
  2. 35 jaar bescherming van de ozonlaag

    Op Wereld Ozondag, 16 september, wordt wereldwijd stil gestaan bij de internationale afspraken di...

    16 september 2020 - Nieuwsbericht
  3. Het noordpoolgebied staat in brand

    De natuurbranden in het Arctische gebied deze zomer waren zeer uitgebreid en intens, vooral in Si...

    15 september 2020 - Nieuwsbericht
  4. Bovengemiddeld warm 2020 verwacht ondanks La Niña

    Tussen september en november is er 60 procent kans op de ontwikkeling van een zwakke La Niña. Dit...

    09 september 2020 - Nieuwsbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten