Nieuwsbericht

Opwarming herfst blijft achter bij andere seizoenen

30 oktober 2017

De herfstdagen waren halverwege oktober uitzonderlijk warm. De aanvoer van zachte lucht uit het zuiden zorgde voor een zomers gevoel. Toch warmt de herfst in Nederland minder snel op dan de andere seizoenen. Nederland warmt op in elk seizoen en bij elke windrichting, met de grootste opwarming in de winter en bij zuiden- en oostenwind.

Om uit te zoeken hoe de opwarming afhangt van het seizoen en de windrichting groeperen we de dagen van een jaar per seizoen (lente, zomer, herfst, winter) en vervolgens per windrichting (noord, oost, zuid, west).  Voor elk van deze 16 groepen berekenen we de opwarming.  De bijdrage van elke groep aan de totale opwarming bestaat uit de opwarming van de groep en de verandering van het aantal dagen van de groep.  Zo hangt, bijvoorbeeld, de bijdrage van westenwinden in de winter aan de totale opwarming af van hoeveel de westenwinden in de winter opwarmen en van de verandering van het aantal dagen in de winter met westenwind.

De temperatuur in De Bilt is sinds 1980 in alle seizoenen toegenomen (Figuur 1). De opwarming is het grootst in de winter (0,05 graad per jaar)  en het kleinst in de herfst (0,03 graad per jaar). Ook bij alle windrichtingen is de temperatuur toegenomen, het meest bij zuiden- en oostenwind (0,05 graad per jaar) en het minst bij westenwind (0,02 graad per jaar).  De oorzaak hiervan is dat het land sterker opwarmt dan de zee.

De bijdrage aan de opwarming van het vaker of minder vaak voorkomen van bepaalde windrichtingen is klein, ongeveer 5 procent.  In  de winter is deze bijdrage het grootst, zo’n 20 procent, doordat in de winter het aantal dagen met zuidenwind is toegenomen en het aantal dagen met noordenwind is afgenomen.

Nederland is dus vooral opgewarmd omdat alle seizoenen bij alle windrichtingen warmer zijn geworden.

 

KNMI-klimaatbericht door Peter Siegmund

 

Figuur 1. Temperatuur in De Bilt in de vier seizoenen en het hele jaar, met lineaire trends voor de periode 1980-2016. Lente = april, mei, juni; enzovoorts.
Figuur 1. Temperatuur in De Bilt in de vier seizoenen en het hele jaar, met lineaire trends voor de periode 1980-2016. Lente = april, mei, juni; enzovoorts.
Figuur 2. Temperatuur in De Bilt bij de vier windrichtingen en alle richtingen, met lineaire trends voor de periode 1980-2016. Noord = tussen noordwest en noordoost; enzovoorts.
Figuur 2. Temperatuur in De Bilt bij de vier windrichtingen en alle richtingen, met lineaire trends voor de periode 1980-2016. Noord = tussen noordwest en noordoost; enzovoorts.

Recente nieuwsberichten

  1. Nieuwe metingen opwarming oceaan bevestigen modelresultaten

    De oceanen warmen snel op. Een zojuist in het tijdschrift Science verschenen artikel concludeert ...

    18 januari 2019 - Nieuwsbericht
  2. Nieuwe windatlas voor offshore windenergiesector

    Het KNMI brengt samen met 'ECN part of TNO' en Whiffle een nieuwe en verbeterde windatlas uit. De...

    17 januari 2019 - Nieuwsbericht
  3. Waar scheen de zon in 2018 het felst?

    2018 was een zeer zonnig jaar, waarin de KNMI-meetstations in Nederland gemiddeld 2090 uur zon re...

    15 januari 2019 - Nieuwsbericht
  4. Sneeuwdump in de Alpen

    In het noordoosten van de Alpen stapelt de sneeuw zich sinds oudjaarsdag op. Voor het vakantierei...

    08 januari 2019 - Nieuwsbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten