Nieuwsbericht

Stad als warmte-eiland

23 maart 2011

Wie 's avonds regelmatig vanaf het platteland de stad in fietst heeft het vast wel eens gemerkt: in de stad is het vaak een stuk warmer dan daar buiten. Dit effect is al sinds het begin van de 19e eeuw bekend. Tot voor kort wisten we echter nog maar weinig over hoe groot dit urban heat island effect (UHI of stedelijk warmte-eiland-effect) in Nederlandse steden eigenlijk is. Onduidelijk was ook wanneer precies de temperatuur in de stad het hoogst is, en hoe groot de variaties in temperatuur zijn binnen de stad.

Omdat hitte in de zomer bij veel mensen regelmatig zorgt voor gezondheidsproblemen, terwijl steden blijven groeien en de temperatuur door de klimaatverandering blijft stijgen, zijn in de laatste jaren verschillende onderzoeken gestart naar het UHI in Nederlandse steden. Een onderzoeker van het KNMI heeft op een groot aantal dagen 's ochtends en 's middags de temperatuur gemeten met een klein weerstation bevestigd op zijn fiets. Zijn fietstochten op weg van huis naar zijn werk en terug leidden langs een traject tussen Nieuwegein en De Bilt, dwars door de stad Utrecht.

In deze metingen is het warmte-eiland van Utrecht goed herkenbaar: 's ochtends is het in de stad gemiddeld 1,5 graad warmer dan op het platteland. In bepaalde weersituaties liep het temperatuurverschil op tot meer dan 5 graden. Langs het traject werden meestal de hoogste temperaturen gemeten midden in het centrum van Utrecht, tussen Vredenburg en het Neude. In het kader van het onderzoek naar het UHI-effect heeft het KNMI gedurende het jaar 2010 ook temperatuurmetingen verzameld van een groot aantal vrijwilligers (weeramateurs) in Nederland. De metingen zijn gedaan met behulp van automatische weerstations, door de weeramateurs zelf geplaatst rondom hun huis.

Het UHI op deze meetlocaties is tot in detail onderzocht. Zo bleek een duidelijk verband tussen de bevolkingsdichtheid in de buurt waarin gemeten werd, en de temperatuur. Op het platteland en in kleine dorpen was nauwelijks sprake van een warmte-eiland, terwijl dat in de steden wel was aan te tonen. Op deze weerstations in de stad is het 's zomers gemiddeld over de dag ongeveer 1 graad warmer dan op het platteland, en 's nachts zelfs ongeveer 1,5 graden. Verder bleek dat het warmte-eiland sterk afhangt van het weer. Bij 'mooi' weer, met hoge maximumtemperaturen, weinig wind en weinig bewolking, is het temperatuurverschil veel groter dan bij 'slecht' zomerweer. Ook bleek een sterk jaarlijks verloop. 's Zomers is het warmte-eiland het sterkst, 's winters is het op de weerstations gemiddeld ongeveer afwezig.
Het KNMI werkt aan de ontwikkeling van nieuwe, fijnmazige weermodellen. Hiermee zal het steeds beter mogelijk worden om kleinschalige weerfenomenen zoals het stedelijk warmte-eiland goed te voorspellen, en moet het dus mogelijk worden om temperatuurverwachtingen te maken voor steden. In sommige landen, met name in het Middellandse Zeegebied wordt tijdens hittegolven de temperatuur in de stad al in de weerberichten genoemd.

Ook TNO heeft recent een onderzoek afgerond, waarin door middel van satellietwaarnemingen is gekeken naar oppervlaktetemperaturen in de regio Rotterdam. Bij Wageningen Universiteit heeft men op warme dagen met bakfietsen met meetapparatuur de temperatuur in grote steden gemeten. Ook hebben Wageningse onderzoekers vaste meetstations geïnstalleerd op locaties in Rotterdam.

Wereld Meteorologische Dag
Het onderwerp staat dus volop in de belangstelling en het sluit aan bij “Climate for you”, het thema van de Wereld Meteorologische Dag, de verjaardag op 23 maart van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO). De weerorganisatie van de Verenigde Naties richt de schijnwerpers op de veranderingen van het klimaat. Ongeveer de helft van de wereldbevolking woont tegenwoordig in stedelijke gebieden. Zo'n vijftig jaar geleden woonde daar nog maar een derde van de bevolking. Megasteden doemen op als valkuilen voor overstromingen, hitte en vervuiling die verband houden met lokale klimatologische omstandigheden en veranderingen van het kllimaat.

Tal van vrijwilligers leveren een belangrijke bijdrage aan het waarnemingsnetwerk voor onderzoek van het klimaat, zeker ook voor het onderzoek naar klimaatveranderingen in stedelijke gebieden waar veel waarnemers zijn te vinden. Het KNMI maakt gebruik van vrijwilligers voor neerslagwaarnemingen en voor specifieke projecten, zoals het onderzoek naar het urban heat island effect. Ook de vrijwilligers worden dit jaar in het zonnetje gezet. Tien jaar na het Internationaal jaar van de vrijwilliger (IYV) is 2011 uitgeroepen tot het Europees jaar van het vrijwilligerswerk. De WMO heeft een speciale brochure uitgebracht met als thema "Climate for you".

Meer over de WMO-dag op de website van de WMO.

"Climate for you" thema Wereld Meteorologische Dag 2011
"Climate for you" thema Wereld Meteorologische Dag 2011
Het weerstation op de fiets waarmee KNMI-onderzoeker Theo Brandsma onderzoek deed naar het warmte-eilandeffect van Utrecht (Foto: KNMI)
Het weerstation op de fiets waarmee KNMI-onderzoeker Theo Brandsma onderzoek deed naar het warmte-eilandeffect van Utrecht (Foto: KNMI)

Recente nieuwsberichten

  1. Junimaand met twee gezichten

    Met een gemiddelde temperatuur van 17,5°C was afgelopen junimaand zeer warm. Normaal is 15,6 °C g...

    01 juli 2020 - Nieuwsbericht
  2. De ogen van de meteoroloog

    Meteorologen kijken iedere dag naar het weer, maar hun ogen kunnen ook niet alles zien. Daarom kr...

    30 juni 2020 - Nieuwsbericht
  3. De permafrost ontdooit

    Het noordpoolgebied warmt hard op, veel sneller dan de rest van de wereld, op sommige plekken zel...

    23 juni 2020 - Nieuwsbericht
  4. Klimaateffecten van methaan

    Methaan is na CO2 het belangrijkste broeikasgas waarvan de hoeveelheid in de atmosfeer toeneemt d...

    16 juni 2020 - Nieuwsbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten