Het monitoren van de twee belangrijkste spelers in de stikstofproblematiek, de gassen ammoniak (NH3) en stikstofdioxide (NO2), is van groot belang om de gevolgen voor natuur, mens en klimaat in kaart te brengen. Beide gassen worden waargenomen vanuit de ruimte met satellietinstrumenten. Deze metingen vormen een extra toets voor de kwaliteit van de gebruikte modellen voor het beschrijven van het transport, de chemische omzetting en de depositie van stikstof. Verder kunnen we op basis van deze metingen schattingen maken van de uitstoot van beide gassen. Een recent uitgebracht onderzoeksrapport laat zien hoe deze satellietmetingen van nut kunnen zijn voor het verbeteren van de kennis van stikstof in Nederland.
Satellieten meten de totale hoeveelheid ammoniak en stikstofdioxide in de atmosfeer, en zijn complementair aan metingen gedaan op de grond (zie afbeelding 1). Satellieten meten met verschillende instrumenten overal, ook op plekken waar geen grondstation is. Het satellietonderzoek beschreven in het onderzoeksrapport maakt gebruik van ammoniak waarnemingen van de CrIS- en IASI-instrumenten, en stikstofdioxide waarnemingen van het TROPOMI-instrument.
De belangrijkste conclusies van het satellietonderzoek zijn:
Het KNMI heeft bijgedragen aan dit onderzoek door het leveren van stikstofdioxide metingen van TROPOMI, met de verdere ontwikkeling van de KNMI DECSO (Daily Emissions Constrained by Satellite Observations) software voor het schatten van NH3 en NOx emissies, en het ontwikkelen van een verbeterde flux divergentie methode (FDA) voor het schatten van NOx emissies op basis van TROPOMI metingen.
Recent gelanceerde satellietinstrumenten zullen reactief stikstof in nog meer detail gaan meten vanuit de ruimte. De Sentinel-4 en IRS instrumenten op de METEOSAT Third Generation satelliet zullen uurlijkse metingen van stikstof gaan leveren (de instrumenten gebruikt in de studie meten één keer per dag). Toekomstige missies zoals TANGO (SCOUT programma van de European Space Agency ESA) zullen stikstofdioxide meten met veel hogere ruimtelijke resolutie, tot 300 bij 300 meter. Het KNMI is nauw betrokken bij deze ontwikkelingen.
Deze studie maakt deel uit van het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS), gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Het NKS-programma heeft als doel het waarnemen en de modellering van stikstof in Nederland verder te ontwikkelen en te verbeteren. Het werk is uitgevoerd door wetenschappers van TNO, KNMI, RIVM en de universiteiten van Leiden en Wageningen.
“Vandaag waarnemen, morgen beschermen.” Dat is het thema van de Wereld Meteorologische Dag 2026, ...
23 maart 2026 - NieuwsberichtSinds enkele decennia neemt de totale ijsmassa van Antarctica sterk af. Dit komt voornamelijk doo...
19 maart 2026 - KlimaatberichtHet zweefvliegseizoen is weer van start gegaan. Zweefvliegen is een sport die sterk afhankelijk i...
18 maart 2026 - KlimaatberichtIn Drenthe heeft in de nacht van vrijdag 13 maart op zaterdag 14 maart om 2:14 uur een aardbeving...
14 maart 2026 - Nieuwsbericht