Nieuwsbericht

Toename zomerse dagen sterker dan afname koele dagen

02 augustus 2017

Klimaatverandering leidt in de Nederlandse zomer tot meer warme dagen. Desondanks blijft het aantal koele dagen nagenoeg onveranderd. Oorzaak hiervan is dat het niet alleen warmer wordt, maar ook wisselvalliger.

Gemeten temperaturen volgen ongeveer een normale kansverdeling: grote kans op gemiddelde temperatuur (normaal weer), kleine kans op uitschieters (extremen). Theoretisch kan worden aangetoond dat een kleine verandering in het gemiddelde of een toename van de wisselvalligheid (gemeten met de ‘spreiding’) kan leiden tot een behoorlijke verandering in het optreden van extremen (Figuur 1).

Uit metingen in De Bilt blijkt dat klimaatverandering heeft geleid tot meer extreem warme dagen in de Nederlandse zomer, terwijl het aantal koele zomerse dagen ongeveer gelijk is gebleven (Figuur 2).

De kans dat een dag in juni, juli of augustus een temperatuur boven 25 °C heeft, de definitie van een zomerse dag, is ruim verdubbeld sinds 1900. Tropische dagen met temperaturen boven 30 °C komen tegenwoordig  zelfs 4 keer zo vaak voor. Deze sterke toename van warme dagen leidt niet tot een afname in koele dagen, de kans daarop is slechts met een kwart afgenomen.

Dat de kans op koele dagen niet even sterk is afgenomen dan dat de kans op warme dagen is toegenomen, komt door de combinatie van een hogere gemiddelde dagelijkse maximum zomertemperatuur (20.3 °C in 1901-1930, 21.9 °C in 1981-2010) en een grotere spreiding (van 11.8 °C naar 17.3 °C).

De gemeten veranderingen in Nederland (Figuur 2) volgen dus de theorie zoals beschreven in het laatste IPCC rapport, een organisatie gesteund door de Verenigde Naties (Figuur 1c). Het KNMI doet onderzoek naar veranderingen in extreem weer en draagt met zijn mondiale klimaatmodel bij aan het volgende IPCC rapport dat in 2022 verwacht wordt.

KNMI-klimaatbericht door Karin van der Wiel

Figuur 1: Theoretische temperatuurverdelingen en veranderingen in extremen door een (a) toenemend gemiddelde, (b) toenemende spreiding, en (c) toenemend gemiddelde en toenemende spreiding. Bron: IPCC AR5 Hoofdstuk 1.
Figuur 1: Theoretische temperatuurverdelingen en veranderingen in extremen door een (a) toenemend gemiddelde, (b) toenemende spreiding, en (c) toenemend gemiddelde en toenemende spreiding. Bron: IPCC AR5 Hoofdstuk 1.
Figuur 2: Verdeling van zomertemperaturen in De Bilt, voor de periodes 1901-1930 (gearceerd) en 1981-2010 (ingekleurd).
Figuur 2: Verdeling van zomertemperaturen in De Bilt, voor de periodes 1901-1930 (gearceerd) en 1981-2010 (ingekleurd).

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. Klimaateffecten van vulkaanuitbarsting Tonga waarschijnlijk klein

    Onder het wateroppervlak bij de eilandengroep Tonga in de Stille Oceaan vond zaterdag 15 januari ...

    18 januari 2022 - Nieuwsbericht
  2. Wereldtemperatuur 2021 op vijfde of zesde plaats

    De gemiddelde wereldtemperatuur van 2021 blijkt uit te komen rond 1,1 °C boven de pre-industriële...

    14 januari 2022 - Nieuwsbericht
  3. Jaaroverzicht aardbevingen 2021

    In Nederland waren er in 2021 in totaal 95 aardbevingen: 75 geïnduceerd (door gaswinning) en 20...

    13 januari 2022 - Nieuwsbericht
  4. Het klimaatverhaal van 2021

    De titel van het KNMI jaaroverzicht van het weer van 2021 was ‘gemiddeld normaal met recordaantal...

    11 januari 2022 - Nieuwsbericht
Toon alle nieuws- en klimaatberichten