Het noorderlicht is een natuurverschijnsel waarbij gekleurde lichtbogen, sluiers of gordijnen aan de hemel verschijnen. Hieronder volgen antwoorden op veelgestelde vragen over het noorderlicht.
Het noorderlicht is het zichtbare gevolg van interacties tussen de zon (zonnewind), het aardmagnetisch veld en de atmosfeer van de aarde. Dit gebeurt vooral in een ring rond de Noordpool. Op het zuidelijk halfrond heet dit verschijnsel het zuiderlicht.
Voor het ontstaan van noorderlicht zijn drie groepen deeltjes nodig:
Neutrale deeltjes in de atmosfeer
De aardatmosfeer bestaat uit neutrale atomen en moleculen, zoals zuurstof en stikstof.
Geladen deeltjes in de magnetosfeer
Rondom de aarde bevindt zich de magnetosfeer: een gebied dat wordt gevormd door het aardmagnetisch veld. Omdat de aarde zich gedraagt als een grote magneet met een Noord- en Zuidpool, worden geladen deeltjes in dit gebied geleid door magnetische krachten. De magnetosfeer strekt zich ver in de ruimte uit.
Geladen deeltjes van de zon (zonnewind)
De zon is zo heet dat er voortdurend geladen deeltjes vrijkomen. Deze deeltjes vormen samen de zonnewind, die met hoge snelheid alle kanten op stroomt – ook richting de aarde.
De zonnewind laat dit laken wapperen en vervormen.
De zonnewind bereikt de aarde met snelheden van ongeveer 400 tot 800 kilometer per seconde. Omdat deze deeltjes elektrisch geladen zijn, gaan ze sterke magnetische interacties aan met de magnetosfeer. Daardoor raakt dit ‘magnetische schild’ in beweging. Je kunt de magnetosfeer vergelijken met een laken dat om de aarde heen hangt en ver de ruimte in uitwaaiert. De zonnewind laat dit laken wapperen en vervormen.
Een deel van de geladen deeltjes uit de magnetosfeer kan door de interacties met de zonnewind plotseling sterk worden versneld, en deze deeltjes komen dan langs de magnetische veldlijnen in de ringvormige gebieden bij de polen terecht. Daar botsen ze op de neutrale deeltjes in de bovenste lagen van de atmosfeer. Bij zo’n botsing raken atmosferische deeltjes kortstondig instabiel. Wanneer ze terugvallen naar hun stabiele toestand, zenden ze licht uit. Dat licht zien wij als noorderlicht. De kleur hangt af van het type deeltje en de energie van de botsing.
De kleur hangt af van het type deeltje en de energie van de botsing.
De magnetosfeer leidt de geladen deeltjes niet precies naar de Noord- en Zuidpool, maar naar een ring rondom de polen. In landen als Noorwegen, IJsland en Canada is het noorderlicht relatief vaak te zien omdat deze landen onder die ring liggen.
Het noorderlicht is vrijwel altijd aanwezig, maar meestal te zwak of te ver weg om vanuit Nederland te zien. Dat verandert tijdens een geomagnetische storm.
Zo’n storm ontstaat wanneer er op de zon een uitbarsting plaatsvindt, waarbij extra veel en extra snelle deeltjes de ruimte in worden geslingerd. Als zo’n wolk de aarde raakt worden er meer deeltjes in de magnetosfeer tot een nog hogere snelheid gebracht en wordt het noorderlicht veel feller. Doordat het magneetveld sterker wordt verstoord breidt de ring zich bovendien uit tot grotere afstanden van de polen.
Het noorderlicht is vrijwel altijd aanwezig.
Daarbovenop zet de atmosfeer uit door verhitting en daardoor ontstaat het noorderlicht op grotere hoogten (tot 300 à 400 kilometer). Door de hoogte en felheid kan het licht dan van veel verder weg zichtbaar zijn, soms zelfs op meer dan 1000 kilometer afstand. Op een niet zo bijzondere noorderlichtdag bevindt het noorderlicht zich boven het noorden van Scandinavië, en op maar honderd tot tweehonderd kilometer hoogte, en dat is niet hoog genoeg om het noorderlicht te zien in Nederland.
Heel af en toe ontstaat het noorderlicht in de lucht recht boven Nederland. Bij een zeer sterke geomagnetische storm wordt de magnetosfeer zo sterk vervormd dat de ring rond de polen waarin het licht ontstaat Nederland kan bereiken.
Gemiddeld om de elf jaar maakt de zon een periode met veel zonneactiviteit door, een zonnemaximum. We bevinden ons momenteel in zo’n actieve fase van de zon. In een periode van zonnemaximum zijn er meer zonnevlekken en uitbarstingen, en dus ook meer geomagnetische stormen. Hierdoor is het noorderlicht de afgelopen jaren opvallend vaak boven Nederland waargenomen. Naar verwachting neemt dit over enkele jaren weer af.
Het KNMI waarschuwt de vitale sectoren voor de effecten van extreem ruimteweer, zoals bijvoorbeeld het verlies van lange-afstandsradiocommunicatie in de luchtvaart. We monitoren de situatie in de ruimte en vergroten het bewustzijn bij vitale sectoren over de mogelijke effecten. Extreme gebeurtenissen in het ruimteweer doen zich slechts enkele keren per eeuw voor. Maar omdat er verder in het verleden nog extremer ruimteweer is gemeten en omdat onze technologie steeds blijft veranderen, is het belangrijk om waakzaam te blijven. Ook draagt het KNMI bij aan internationaal wetenschappelijk onderzoek over ruimteweer.