Uitleg over

Koudegetal

Het koudegetal is een maatstaf voor de totale hoeveelheid kou in de koudste periode van het jaar (november tot en met maart).

De meteorologische winter bestaat uit de maanden december, januari en februari. Vorst in november en maart telt voor de wintergemiddelde temperatuur dus niet mee. Vandaar dat er daarnaast een berekening bestaat, het zogenaamde koudegetal van Hellmann. Hierin telt ook vorst in het voor- en naseizoen mee. Het KNMI houdt sinds 1901 de Helmann-koudegetallen bij.

Tussentijdse balans

Het koudegetal is heel geschikt om een tussentijdse balans van de winter op te maken. Voor de berekening wordt gebruik gemaakt van het dagelijks etmaalgemiddelde van de temperatuur. Dat is het gemiddelde over 24 uur, dat wordt bepaald uit de 24 uurlijkse temperatuurmetingen op een dag. 

Berekening koudegetal

Alle etmaalgemiddelden beneden het vriespunt over de periode 1 november tot en met uiterlijk 31 maart worden opgeteld. Deze optelsom levert één (koude)getal op. Daarvan wordt het minteken weggelaten. Bedraagt de gemiddelde etmaaltemperatuur op een bepaalde dag min 0,5 graden en de volgende dag min 0,8 graden, dan is het koudegetal over die twee dagen dus 1,3. 

Winterse benamingen

De winter krijgt op grond van het koudegetal in De Bilt benamingen als streng, koud, zacht of zeer zacht. Een koude winter heeft een koudegetal tussen 100 en 160, zeer koud tussen de 160 en 300 en boven de 300 is een strenge winter. Volgens de nieuwste berekeningen was de winter van 1947 de koudste met een koudegetal van 342,8. De winter van 1963 staat op de tweede plaats met 337,2 en daarna volgt die van 1942 met 331,8. De koudste winter van deze eeuw was 2010, met een koudegetal van 94,7.

Koudegetal 0

De winter van 2014 is een bijzonder verhaal. Het koudegetal is uitgekomen op 0,0. Dat is in elk geval sinds 1901, zolang gegevens van het koudegetal beschikbaar zijn, niet voorgekomen. De winter van 2020 had een koudegetal van 0,1. Het KNMI houdt een lijst met koudegetallen bij.

foto van Gustav Hellmann (1854 –1939), de bedenker van het koudegetal om de kou in het koude seizoen te kwantificeren
Gustav Hellmann (1854 –1939), de bedenker van het koudegetal om de kou in het koude seizoen te kwantificeren

Meer uitleg over

  • Scherpe begrenzing van de bewolking dicht bij zee (foto: Jannes Wiersema)

    Zonnige stranden

    Vooral in het voorjaar en de zomer is de kust meestal zonniger dan het binnenland. Wolken worden vanuit zee verdreven en maken plaats voor blauwe lucht en zon.
  • Onweer

    Onweersdagen

    Een onweersdag is een dag waarop ergens op een weerstation van het KNMI minstens één donderklap wordt gehoord. In ons land onweert het jaarlijks op gemiddeld op 25 dagen.
Niet gevonden wat u zocht? Zoek in alle uitleg over