Nieuwsbericht

Wat is een wolk?

15 mei 2018

Het is tot nu toe een mooi voorjaar. Tot twee keer toe heeft ons land mogen genieten van een lange periode van droog en warm weer, met veel zon en weinig bewolking. Waarom zie je tegenwoordig bijna nooit meer een wolkenloze lucht? Die vraag verscheen naar aanleiding van het zonnige weer op sociale media.

Bepalen van bewolking

Van oudsher wordt in de meteorologie bewolking met het blote oog geschat door waarnemers. De bewolking wordt uitgedrukt in octa’s, oftewel de bedekkingsgraad in achtsten (0 = volledig onbewolkt, 8 = volledig bewolkt). Dat is geen objectieve methode. Twee waarnemers van dezelfde wolkenlucht blijken nogal eens een verschillende bedekkingsgraad te rapporteren. De bijna 70 jaar aan KNMI meetreeksen van octa’s zijn dan ook moeilijk te interpreteren, en niet bruikbaar om de vraag te beantwoorden of wolkenloze luchten tegenwoordig minder vaak voorkomen.

Meten van bewolking

De hoeveelheid bewolking kan ook op andere manieren worden gemeten: met een 'all-sky' camera ('fisheye', een ceilometer, of met een Campbell-Stokes zonneschijnduurmeter (figuur 1). Elk instrument heeft zo zijn voor- en nadelen, die uiteindelijk weer terugkomen bij de vraag: wat is een wolk?

Is een wolk een wolk omdat een menselijke waarnemer hem moet kunnen zien? In de meteorologie bestaat bijvoorbeeld het fenomeen 'subvisible clouds', wolken bestaande uit deeltjes zo klein en zo weinig dat het blote oog de wolken niet ziet, maar die wel degelijk de hoeveelheid zonnestraling aan de grond beïnvloeden.

Om redenen als deze wordt in meteorologisch onderzoek de zonnestraling gemeten in plaats van de  bewolking. De hoeveelheid zonnestraling kan namelijk prima objectief met instrumenten worden vastgesteld .

Veranderingen in zonnestraling in Nederland

Als we dan kijken naar de hoeveelheid zonnestraling in Nederland in de afgelopen 50 jaar, zien we dat vanaf halverwege de jaren 1980 het in Nederland zonniger is geworden (figuur 2). Het gemiddelde dagelijkse percentage zonneschijnduur is sinds het midden van de jaren 1980 toegenomen van 32 naar 37 procent. Dat wordt vooral toegeschreven aan verbeterde luchtkwaliteit (de uitstoot van zwavel is vrijwel nul geworden) en de daardoor afgenomen bewolking (de zwavel werkt als condensatiekernen voor wolken).
De veranderingen in zonneschijnduur op hun beurt zijn weer van invloed op het weer: ze lijken te hebben geleid tot hogere temperaturen, lagere luchtvochtigheid en beter zicht, vooral in de zomer.

 

KNMI-klimaatbericht door Jos de Laat. Met dank aan Geert Jan van Oldenborgh, Reinout Boers, Laura Babeliowsky en Elmar Veerman.

 

Figuur 1. Een Campbell Stokes zonneschijnmeter, waarmee vroeger de duur van de zonneschijn werd bepaald.
Figuur 1. Een Campbell Stokes zonneschijnmeter, waarmee vroeger de duur van de zonneschijn werd bepaald. ©KNMI/Bert Bergman
 Figuur 2. Zonneschijnduur als percentage van de daglengte in De Bilt en op Schiphol.
Figuur 2. Zonneschijnduur als percentage van de daglengte in De Bilt en op Schiphol. Bron: van Delden en van Beelen, 2012

Recente nieuwsberichten

  1. Nieuwe metingen opwarming oceaan bevestigen modelresultaten

    De oceanen warmen snel op. Een zojuist in het tijdschrift Science verschenen artikel concludeert ...

    18 januari 2019 - Nieuwsbericht
  2. Nieuwe windatlas voor offshore windenergiesector

    Het KNMI brengt samen met 'ECN part of TNO' en Whiffle een nieuwe en verbeterde windatlas uit. De...

    17 januari 2019 - Nieuwsbericht
  3. Waar scheen de zon in 2018 het felst?

    2018 was een zeer zonnig jaar, waarin de KNMI-meetstations in Nederland gemiddeld 2090 uur zon re...

    15 januari 2019 - Nieuwsbericht
  4. Sneeuwdump in de Alpen

    In het noordoosten van de Alpen stapelt de sneeuw zich sinds oudjaarsdag op. Voor het vakantierei...

    08 januari 2019 - Nieuwsbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten